Evie Embrechts

Over recuperatie en kenniswerving. Dit stuk verscheen eerder in het tijdschrift Buiten de Orde.

Feminisme is vandaag populairder dan eender wanneer de voorbije dertig jaar. Emma Watson geeft als bekende actrice speeches over feminisme. Beyoncé gaf een optreden met “Feminist” in grote lichtgevende letters als decor en schreef een manifest. We zagen in 2017 een vrouwenstaking in vele landen en nooit geziene aantallen vrouwen die protesteerden tegen Trump. Vrouwen vormen een fundamenteel onderdeel van de Arabische lentes, de Koerdische verzetsstrijd, Black Lives Matter en andere bewegingen. Politici van allerlei strekkingen noemen zichzelf feminist.

Feminisme heeft een enorme opgang gekend de laatste jaren. Tien jaar geleden was uit de kast komen als feministe iets dat in heel wat kringen vooral spottende opmerkingen uitlokte. Dat gebeurt nog steeds, maar er is een enorme verschuiving en herwaardering merkbaar.

Kortom, dat klinkt best positief. Helaas liggen er ook gevaren op de loer, zowel van binnen de beweging als van buitenaf.

Recuperatie van feminisme van buitenaf

Laten we om te beginnen eens kijken naar hedendaagse politici. Er zijn er veel die zich beroepen op feminisme. Dat is niet zo heel nieuw. Vrouwenrechten worden internationaal vaak misbruikt om oorlogen te rechtvaardigen. Toen de VS Afghanistan ging bombarderen, was het excuus ook dat dat was om de vrouwen te bevrijden van onderdrukking.

Ook Belgische en Nederlandse politici grijpen naar deze rechtvaardiging. Het gaat hier niet alleen over extreem-rechtse agitatoren zoals de Belgische Theo Francken of de Nederlandse Geert Wilders. Beide heren zijn symptomen van een al jarenlang problematisch beleid. Het zijn de zogenaamde gewone, mainstream partijen die de sociale afbraak op de rails gezet hebben en het racisme genormaliseerd hebben.

Als binnen deze partijen politici zich feminist noemen, hoeven we niet te twijfelen: de onderdrukking van vrouwen en transpersonen kan hen absoluut niet schelen, het zijn enkel woorden, het is een wapen in hun arsenaal om hun racisme een progressief kader te geven.

Hoewel de Belgische en Nederlandse samenlevingen vol zijn van ongelijkheid en uitbuiting, stellen de politici toch “het Westen” als mooie democratische samenleving voor, met “gelijkheid van mannen en vrouwen” als reeds bereikte basiswaarde. Dit wordt dan tegenover de “ander” gezet, en die ander, de vijand van de dag, is moslim en/of vluchteling.

Op die manier wordt de feministische beweging van buitenaf gebruikt voor politieke doeleinden. Feminisme als excuus voor racisme. Een beweging dient hiervoor ook te corrigeren en in actie en inhoud duidelijk te maken dat dat niet in onze naam gebeurt.

(Neo)liberalisering van feminisme van binnenuit

In 2016 lanceerde de Nederlandstalige Vrouwenraad (NVR), koepel van Belgische vrouwenorganisaties, een nieuwe blog: beslist feminist. Officieel heette het dat hun bedoeling was feminisme te ontdoen van het negatieve imago. De eerste tekst die op die blog verscheen was van Bart De Wever, voorzitter van de extreemrechtse racistische N-VA die momenteel de politieke agenda bepaalt in België.

Dit was een symbolisch kantelmoment voor de beweging, de uitverkoop aan de rechterzijde was nog nooit zo duidelijk geweest. Op dat moment beseften veel feministen dat er iets zwaar mis was gegaan. Hoe is het zover kunnen komen? Dat komt door de sluipende invloed van de neoliberalisering in feministische milieus.

Binnenin de feministische beweging is het jarenlang niet de gewoonte geweest om het neoliberalisme, laat staat de historische evolutie van kapitalisme, te analyseren. Dat bleef beperkt tot een handvol radicale en linkse feministes. Als iets niet of te weinig wordt geanalyseerd kan het ook ongehinderd – en vaak onopgemerkt – groeien, en dat is wat er hier gebeurde. Toen het in het gezicht van de beweging ontplofte, zoals met de blogtekst van Bart De Wever, was het al te laat.

Bij neoliberalisme hoort een verflauwing van politiek, ofte een depolitisering. Enkel binnen een dergelijk individualistisch kader kan een feministische blog met rechtse en racistische politici gezien worden als iets positief, als democratisch zelfs: “diversiteit” en “alle stemmen aan het woord laten”.

Het is enkel als je een ander perspectief hanteert, waarin verschillende groepen een verschillende macht hebben in de samenleving, en dus ook de macht om anderen hun vrijheid in te perken, dat er een ander en juister beeld verschijnt. Extreemrechtse racistische politici een forum geven is een bedreiging voor de diversiteit in de samenleving. Een democratie, hoe we dat verder ook willen vormgeven – en daar is heel wat over te zeggen – kan niet zomaar aanvallen van antidemocraten overleven. Daartegen moet een samenleving gewapend worden en verzet organiseren.

Het willen netjes houden van feminisme, feminisme een “goed imago” geven, is een verkeerde strategie. Dat is wat we respectability politics noemen: de onderdrukte groep mag zich enkel netjes en in een format bepaald door de machthebbers bewegen. Een conflict tussen groepen met verschillende belangen, wordt gedepolitiseerd en verliest dan ook de mogelijkheid om verandering teweeg te brengen die niet past binnen het systeem.

De evolutie van feministische kenniswerving

Toen een aantal mensen in Gent in 2008 een autonome feministische groep oprichtten, was dat omdat daar een nood aan was, en omdat er al jaren geen dergelijke groep meer was in Gent (de vorige was de FAM, de Feministisch Anarchistische Madammen).

De nieuwe groep – Feministische Actiebende (FAB), later hernoemd naar Feministisch en Links (FEL) – bestond uit vooral jonge mensen met weinig tot geen ervaring met feminisme. We wisten dat we feministen wilden zijn, maar we wisten niet hoe. Feminisme lijkt soms een generatie overgeslagen te hebben: mensen van de tweede feministische golf, en dan nu veel twintigers en dertigers die een nieuwe beweging aan het vormen zijn. Daardoor is er vaak te weinig overlevering van kennis. Feminisme leren met die jonge groep voelde soms aan als archeologie: diep graven in bibliotheken en tweedehandswinkels in boeken van dertig, veertig jaar geleden. Er waren in België en Nederland al dertig jaar bijna geen boeken geschreven over feministische vorming en theorie. Dat was dan ook een aanleiding voor het boek Feminisme – een nieuw begin.

Wij wilden een nieuwe feministische groep omdat andere bestaande groepen iets misten: precies dat structurele denken, dat machtsperspectief ontbrak, waardoor de feministische beweging ongevaarlijk werd. Geen bedreiging meer voor de status quo en dus nutteloos. Make feminism a threat again, zoals een bekende slogan zegt.

Tezelfdertijd, rond die periode, was er een enorme opkomst van websites en blogs, vooral Engelstalig, met feministisch nieuws en analyses. Daarna kwamen de Nederlandstalige feministische blogs, zoals De Tweede Sekse blog (België) en De Zesde Clan (Nederland). Sommige mensen rekenen dat tot een derde of zelfs vierde feministische golf – dat is misschien wat voorbarig, maar laten we die discussie voor de geschiedenisboeken.

De opkomst van die blogs leidde tot een grote verspreiding van feministisch gedachtegoed – een enorm positieve evolutie. Tezelfdertijd waren veel van de blogs weinig theoretisch en groeide er een nieuw eenheidsdenken uit. Het leidde ook hier tot een (neo)liberalisering: een doorduwen van één specifieke liberale visie op feminisme, met veel positieve aspecten maar ook met de nodige problemen. Positief aan de focus op identiteiten en keuzevrijheid was bijvoorbeeld betere acceptatie, samenwerking en ontwikkeling tussen mensen van verschillende seksuele- en genderidentiteiten, etnische en culturele achtergronden en religies – beter maar niet perfect. Racisme en transfobie zijn bijvoorbeeld nog steeds problemen in de feministische beweging.

Negatief was dan weer een gebrek aan structureel denken en aan machtsanalyses, aan een besef dat elk individu in een netwerk van onderdrukkingen ingebed zit die een sterke invloed op onze levens uitoefenen. Die aspecten waren bijvoorbeeld meer aanwezig in de tweede feministische golf (jaren 1970 – 1980). Het verminderen van de invloed van die onderdrukkende systemen, tot en met het slopen ervan, was een focuspunt van het feminisme van die tijd.

De uitdaging blijft beide aspecten te combineren tot een inclusieve en radicale stroming. Dat is niet eenvoudig, daarvoor is een theoretische en praktische inzet nodig van een hele beweging. Daarvoor was het boek Feminisme – een nieuw begin ook bedoeld: als klein radertje in een geheel, om een recente poging aan te reiken van een links en radicaal en inclusief feminisme, met de nadruk op onderbelichte aspecten van feminisme.

Evie Embrechts is activiste en schrijfster. Ze is lid van de Gentse autonome groep FEL – https://felfeminisme.wordpress.com/ – en publiceerde in 2016 het boek “Feminisme – een nieuw begin.” – www.feminismenieuwbegin.be.

Dit stuk verscheen in 2017 in het tijdschrift Buiten de Orde. De vraag was, deels naar aanleiding van de boekvoorstelling van Feminisme – een nieuw begin in boekhandel Fort van Sjakoo, kort de situatie van feminisme van vandaag te schetsen en het boek voor te stellen.

Advertenties