'I'm a vegetarian.' - 'If it's so wrong to eat animals, why are they made out of meat?'

Het borrelde al een tijd lang in mijn hoofd maar de absurditeit van het onderwerp hield me tegen hier een stuk over te schrijven. Ik hoorde de commentaren al van ver: “Die feministen weten niet wat uitvinden!”… Hoe kon ik dit onderwerp ook aansnijden zonder als hysterische amateur bestempeld te worden? En plots kruiste zij mijn pad: Professor Melanie Joy en haar controversiële theorie rond vleesconsumptie.

Nadat zij in het ziekenhuis belande wegens een bacteriële infectie dat zij had opgedaan bij het eten van rundsvlees, kreeg Professor Joy een 25tal jaar geleden een bijzondere aha erlebenis. Zij stond plots stil bij de reden waarom mensen vlees eten en waarom zij slechts een aantal diersoorten consumeren en andere niet. Vanuit de idee dat vlees eten geen noodzaak is en bovendien tegen de natuur van het menselijk lichaam ingaat – ik kom hier zo dadelijk nog met plezier op terug – concludeerde Prof. Joy dat de consumptie van vlees vanuit een diep geankerde ideologie vertrekt. Indien men inderdaad aanneemt dat de consumptie van vlees door de mens geen natuurlijk gegeven is, rijst de vraag op waarom de gemiddelde Belg nog jaarlijks 50kg vlees naar binnen speelt.  Volgens Joy’s theorie werd dit eeuwen geleden in de hand gewerkt door een reeks opgelegde overtuigingen gebaseerd op het feit dat vleeseten natuurlijk, noodzakelijk en normaal is[1]. Deze ideologie, carnisme genaamd, wordt vandaag de dag, ondanks de toenemende tegenkantingen, nog steeds in stand gehouden door tradities en, niet te vergeten, door de vleesindustrie.

De overgrote meerderheid stelt zich geen vragen meer wanneer hij of zij een sappig stukje vlees voorgeschoteld krijgt. Wij weten niet beter aangezien ons dit van kleins af aan aangeleerd wordt. Het gewoontebeestje in ons gaat echter wel even wankelen wanneer alternatieve vleessoorten worden aangeboden en dan denk ik niet enkel aan de exotische opties zoals struisvogel of kangoeroe welke blijkbaar nog vrij vlotjes door de maag gaan maar aan de iets minder ethische soorten van paardenvlees tot honden, katten of rattenvlees. Bij de ene wordt er gescandeerd dat het arme ding ook gevoelens heeft, bij de andere wordt de neus opgetrokken omdat die te min is om op ons bord te belanden. Interessant wordt het pas echt wanneer je verschillende culturen gaat vergelijken: in Indië wordt het eten van rundsvlees als misdaad beschouwd, in Oost-Europa is paardenvlees doorsnee kost terwijl je daar in de VS beter niet over begint en dan heb je nog die speciale band met varkensvlees wat volgens religieuze overtuigingen al dan niet als onrein wordt beschouwd. Het lijkt mij alvast duidelijk dat vleeseten niet zo instinctief is als veeleer wordt gedacht…

Vegetariërs houden vaak voet bij stuk dat het menselijk lichaam weinig tot geen eigenschappen deelt met carnivoren: men denke hierbij bijvoorbeeld aan het gebit dat eerder ontworpen lijkt te zijn om te malen en te kauwen in tegenstelling tot carnivoren die prominentere snij en hoektanden bezitten of aan het lange spijsverteringssysteem van de mens dat in principe niet geschikt is om vlees te verteren – door de lange weg dat ons stoofvlees-potje moet afleggen, begint het in ons lichaam te rotten alvorens het geëvacueerd wordt wat op zen minst ongezond klinkt niet? De tegenpartij beweert dat, doorheen onze evolutionaire geschiedenis, vlees een belangrijke rol gespeeld zou hebben om aan de noodzakelijke hoeveelheid vetten en eiwitten, die onder meer de evolutie van onze grote hersenen mogelijk maakte, te geraken. Deze laatste argumentatie houdt weinig stand indien men in rekening brengt dat mensachtigen zoals wij deze erkennen in onze evolutieleer, zich relatief laat als carnivoor hebben ontwikkeld (voor de diehards:  men gaat ervan uit dat de Homo erectus, die ongeveer 1.9 miljoen tot 400.000 jaar geleden leefde, de eerste mensachtige was die grote hoeveelheden vlees van grote herbivoren at terwijl de Australopithecus, één van de oudste bekende mensachtige, 4.3miljoen jaar geleden op onze aardbol rondliep). Bovendien bestaan voldoende voorbeelden van oude en hedendaagse samenlevingen waar helemaal geen vlees wordt geconsumeerd en mensen er niet minder ontwikkeld of gezond zijn… integendeel misschien.

Indien je mee bent met de veronderstelling dat vleesconsumptie bij de mens geen aangeboren noodzaak is, neem ik jou graag mee naar het tweede luik van mijn knettergekke theorie. Wie een minimum bekend is met sociale constructies (voor de niet-fanatieken: een sociale constructie, in tegenstelling tot biologisch determinisme, is een aangeleerd gedrag of overtuiging dat vanuit een tijdsgebonden, culturele context wordt meegegeven), heeft het verband wellicht al gelegd. Net zoals men zich nu steeds meer bewust wordt van het feit dat gender een sociale constructie is en het gedrag van mannen en vrouwen steeds meer vanuit deze invalshoek verklaard wordt en niet langer als natuurlijk gegeven wordt aangenomen, dient men volgens Prof. Joy te beseffen dat de consumptie van vlees eveneens werd opgelegd door de omgeving. Nu, achter elke sociale constructie schuilt een plan. Zo ziet men pas in dat de manier waarop vrouwelijkheid en mannelijkheid worden geconstrueerd een hoger doel dient dat feministen doorgaans bestempelen als het patriarchaat. Hierop verder bouwend, kan men zich de vraag gaan stellen of vleesconsumptie geen onzichtbaar mechanisme is om datzelfde doel te dienen.

Laten we alweer even terugspringen in de tijd en teruggrijpen naar het werk van bioloog, Richard Lewontin. Lewontin weerlegde het biologische determinisme dat doorgaans weerklank vindt in de klassieke Darwinistische evolutieleer en ervan uitgaat dat het maar al te logisch is dat mannen evolueerden tot jagers aangezien zij fysiek sterker zijn en door hogere testosteron-gehaltes meer risicogedrag vertonen terwijl vrouwen, vanwege hun natuurlijke aanleg eerder geschikt zijn om voor de kinderen zorg te dragen en veilig thuis te blijven. Deze reductionistische veronderstelling legde in primitieve samenlevingen volgens Lewontin het fundament voor de arbeidsverdeling op basis van geslacht en in tweede instantie van het gendersysteem dat aan de basis ligt van het patriarchaat waarbij het ene geslacht, door het toeschrijven van subjectieve, superieure kenmerken, de bovenhand nam. Door zich als carnivoor te gaan ontwikkelen won de vleesconsumptie en het jagen op zich aan belang. De rol van de man, die geacht werd als enige de gemeenschap te kunnen voorzien van het nodige vlees om te overleven, werd hier, onder andere, mee geconstrueerd en versterkt in zijn zogezegde superioriteit. Het is misschien wat kort door de bocht genomen maar men zou dus kunnen denken dat het consumeren van vlees als noodzaak door het patriarchaat werd bedacht en onderhouden om, gekoppeld aan het feit dat enkel mannen hierin konden voorzien, de zogezegde superioriteit van de man bij te staven. Wel handig als excuus ook om met de maten op stap te gaan terwijl de vrouwen braafjes thuis moesten blijven om de kroost in de gaten te houden… Hmmm, klinkt bekend in de oren.

Niet enkel de toevoer maar ook de consumptie van vlees lijkt een verhaal van stereotypen in stand te houden. Het is merkwaardig hoe sterk de vleesconsumptie van mannen in vergelijking met vrouwen vandaag de dag nog verschilt. Vleeseten blijft een uiting van mannelijkheid. Wie als vegetariër voor de dag komt, wordt nog maar al te vaak als hippie of lichtgevoelige idealist bestempeld. In heel wat culturen staat de consumptie van vlees gelijk aan weelderigheid en succes – typische “mannelijke” succesfactoren: tijdens feestelijke gelegenheden wordt het grootste exemplaar aangesneden om de gasten te imponeren en het beste stukje wordt voor de pater familias bewaard. Als je dan nog eens stilstaat bij de nadelen versus voordelen van vleeseten, wordt het al helemaal te gek. In onze Westerse wereld heeft men voldoende, veel gezondere alternatieven voor vlees en zou men heel wat ziektes kunnen voorkomen door de consumptie van vlees af te schaffen of, ten minste, drastisch te verminderen. Bovendien zou het voor de consument enkel financiële voordelen hebben om wat minder brochettes en steak-jes te gaan eten. Uiteraard heeft de gewoonte en de economische factor nu de bovenhand genomen om vlees te blijven consumeren en is het wellicht helemaal geen bewust mechanisme om een gendersysteem in stand te houden. Toch is het interessant te zien dat de vleesindustrie en stereotypen die vasthangen aan het vleeseten nog steeds sterk gegenderd zijn.

Ondanks de geïndoctrineerde – mag ik het nu zeggen? – machistische gewoonte, ziet men gelukkig steeds meer mensen overstappen naar het vegetarisme. Een grote meerderheid zijn vrouwen en niet helemaal toevallig. Wellicht zal bovenstaande theorie niet het meest overtuigende argument zijn om meer mensen aan te zetten hun vleesconsumptie te verminderen en uiteindelijk doet het er vandaag de dag nog weinig toe hoe we er ooit bij gekomen zijn om dieren te doden en deze op te peuzelen. Misschien slaag ik er wel in een aantal mensen aan het denken te zetten en volgende keer wat langer stil te staan bij… neen niet zijn of haar Double Big Mac… dat was bijlange niet het punt van dit artikel… maar bij die zoveelste gewoonte…

 

We First Make our Habits and then our Habits make us – John Dryden.

 

[1] https://www.youtube.com/watch?v=ao2GL3NAWQU

 

Advertenties