ida-dequeecker

door Ida Dequeecker

Dit is de tweede tekst op deze blog over de 45ste vrouwendag – zie ook “45ste vrouwendag Antwerpen” van Mypunksnotdead.


DE 45ste VROUWENDAG EN HET THEMA VAN RACISME EN CULTURALISERING

– EN TOEN RIEP EEN OUDERE FEMINISTE GA TOCH BEHA’S VERBRANDEN –

De 45ste vrouwendag moest zoals altijd een dag van discussie en uitwisseling tussen feministen worden. Wat lukte rond het thema werk, bleek uiterst moeilijk rond het thema feminisme, racisme en culturaliseren.

Zo werd een anders prachtige 45ste vrouwendag ontsierd door de onwetende en botte zelfgenoegzaamheid waarmee een aantal aanwezigen hun racistische vooroordelen ventileerden in de debatten en in de omgang met andere aanwezigen. Tenenkrullend. Pijnlijk. Teleurstellend.

In haar lezing “Feminisme, racisme en vrouwenlichamen” analyseerde Phylomena Essed niet alleen de racistische islamofobe ondertoon van een gangbaar westers feminisme maar ook de koppige zelfgenoegzaamheid waarmee het bijvoorbeeld een hoofddoekverbod verdedigt. Phylomena Essed confronteerde haar publiek met waarlijk schokkende beelden van hoe een eigengereid westers denken en handelen onder het mom van vrije meningsuiting omgaat met “de andere” en in het bijzonder “de andere gekleurde vrouw”.

Het tribunaal over geweld tegen vrouwen problematiseerde de westerse culturalisering, die geweld tegen vrouwen afschildert als inherent aan andere culturen. Aan de hand van een aantal in scene gezette getuigenissen en pleidooien werd de stelling verdedigd dat geweld tegen vrouwen voortkomt uit de patriarchale structuren en verhoudingen die eigen zijn aan zowat alle samenlevingen in de wereld, in welke culturele variant ook.

Hallucinant is hoe een deel van het publiek totaal gevoelloos bleef voor wat het te horen kreeg. Hoe het elke zelfreflectie uit de weg ging. Hoe het de dialoog onmogelijk maakte. Hoe het het in de lezing en het tribunaal geproblematiseerde denken en handelen gewoon opnieuw reproduceerde, zelfgenoegzaam en vervuld van het eigen gelijk.

De beelden bijvoorbeeld van een lachende Zweedse minister van cultuur die een als kunstwerk benoemde taart in de vorm van een zwarte vrouw aansnijdt tussen de benen, terwijl de kunstenaar-bedenker van die gruwel afschuwelijke kreten slaakt, zegt iets over westerse neokoloniale attitudes en niets over VGV (vrouwelijke genitale verminking). Dan hoor je het in de vragen na de lezing te hebben over die westerse attitudes en niet over hoe erg VGV is.

De stelling dat alle geweld tegen vrouwen voortvloeit uit de patriarchale verhoudingen die alle samenlevingen kenmerken wat ook hun cultuur of tradities nodigt uit tot een debat over een feministische visie, die elke culturalisering van geweld verwerpt. Dan begin je niet over de oorsprong van het patriarchaat en hoe godsdienst er verantwoordelijk voor is. Dan laat je je uitdagen door bijvoorbeeld de stelling dat het Westen zijn eigen vormen van VGV kent. Of door de stelling dat passionele moorden en eremoorden in wezen niet van elkaar verschillen, hoewel we er heel verschillend tegen aan kijken. Maar niets daarvan.

Een aantal dames toonden ook op allerlei manieren hun ongemak ten aanzien van de aanwezigheid van vrouwen met een hoofddoek. Het heeft gewogen op de solidaire en wederkerige debat- en gesprekssfeer, die we gewend zijn op vrouwendagen.

“Ga dan toch terug beha’s verbranden” viel een dame nogal heftig uit in het debat over culturalisering van geweld. Ha, de kracht van de mythe der behaverbrandingen. We hebben – althans in Vlaanderen – nooit beha’s verbrand en toch beroept een oudere Vlaamse feministe zich op dat wapenfeit. Tegen wie had ze het? Tegen jonge feministen, omdat ze die te braaf vindt? Of tegen moslima’s, die in het spoor van Vlaamse feministen moeten treden? Of verschanste ze zich in het comfort van het eigen verbeelde feministische cocoontje? Want wat behaverbrandingen bijdragen tot het debat over de culturalisering van geweld tegen vrouwen ? Niets toch.

Met de themakeuze voor de 45ste vrouwendag houdt Furia (het vroegere VOK) haar antiracistische opstelling consequent aan. Furia wil een abstract comfortabel multiculturalisme overstijgen dat al te gemakkelijk vervalt in spreken over en denken voor de ander, in het beste geval vanuit de bekrompenheid van de eigen (soms verbeelde) ervaringen en in het slechtste vanuit een verbeeld westers wit eenheidsfeminisme, dat vandaag de boventoon heeft. Furia heeft uitgenodigd tot zelfreflectie over de betekenis van een feminisme dat de bevrijding van vrouwen door vrouwen voorstaat, over wat echte wederkerigheid en solidariteit inhoudt, over de consequenties daarvan voor je eigen persoonlijke opstelling.

De weerstand die dat blijft oproepen, weliswaar bij een minderheid van de vrouwendagbezoeksters, was ontnuchterend en kwetsend. Dat doet de vraag rijzen hoe erover te waken dat dit geen ondermijnend effect heeft op de feministische solidariteit en de wederkerigheid.

Ida Dequeecker

Advertenties