door Ida Dequeecker

In zijn opinie in Knack (30/08/16) over het boerkiniverbod hoopt Luckas Vander Taelen dat een generatie “dolle moslima’s” het “lichtend voorbeeld” van de Dolle Mina’s volgen. Alleen heeft zijn voorstelling van de Dolle Mina’s niet veel te maken met wie ze echt waren. Dat heb je met de kronkels van een islamofoob discours in naam van feminisme…

De titel van zijn stuk luidt “Om het niet over een specifiek probleem te moeten hebben, wordt het debat oeverloos uitgebreid”. Vander Taelen ergert zich aan allerlei oppervlakkige argumenten. Al is hij daar zelf niet vies van: verwijzen naar de eerste generatie migrantenvrouwen die geen hoofddoek droegen moet niet onderdoen voor verwijzen naar vrouwen bij ons die een eeuw geleden slechts in alles verhullende kledij mochten zwemmen.

Zelf is hij tegen een boerkiniverbod en betreurt hij dat het debat het voor oftegen niet overstijgt wat hem toelaat zijn betoog op te bouwen naar de benoeming van het specifiek probleem uit de titel, namelijk dat “een groot deel van de islam (sic) het moeilijk blijft hebben met elke lichamelijke beleving en zeker met assertieve vrouwelijkheid (mijn nadruk)”.

Dit leidt hij zonder meer af uit de kledij van moslima’s. “Uiteraard is de boerkini een nieuwe uiting van een steeds meer radicaliserende moraal, ingegeven door religieuze voorschriften”. De boerkini is ontworpen door een Australische zelfbewuste moslima en misschien zelfs helemaal niet naar de zin van bepaalde stromingen in de Islam.

Heel voorspelbaar heeft Vander Taelen het ook uitgebreid over de boerka – in feite bedoelt hij de niqab – dat zwarte vrouwengewaad dat “op de ogen na het hele lichaam verhult”. Op vakantie is hij heel wat “gendergescheiden toeristische stoetjes” tegen gekomen, “de mannen heterogeen; de vrouwen voorspelbaar (mijn nadruk) zwart”, “de mannen fier voorop, de vrouwen bescheiden achteraan”. Conclusie van Vander Taelen: “Bestaat er een betere illustratie van hoezeer het de mannen zijn die bepalen wat zij wel en de vrouwen niet mogen dragen”. Is het bestaan van kledij – en andere voorschriften een niet wat complexer sociaal cultureel proces dan wat Vander Taelen ervan maakt?

Maar Vander Taelen wil recht naar zijn doel. Natuurlijk weet hij het beter dan de vrouwen zelf. Aan de bevrijdingsstrijd die vrouwen zelf overal in de wereld, ja ook in islamitische landen, op vele manieren, met of zonder hoofddoek, gekleed in niqab of niet, tegen de vele vormen van discriminatie en onderdrukking voeren, heeft hij geen boodschap. Vervolgens gooit hij alle “islamitische” kledij op één hoop. Dan trekt hij uit de meest extreme vormen van die kledij veralgemenende conclusies over “een hoogst vrouwonvriendelijke cultuur”, waarin geen vrouw het zal wagen “haar boerka in de kast te laten hangen”.

Kortom Vander Taelen heeft maar één maatstaf: zijn persoonlijke (oppervlakkige) waarneming, zijn interpretatie van kledingcodes afgemeten aan zijn niet geëxpliciteerde visie op lichamelijke beleving en assertieve vrouwelijkheid, die hij, als we de onderliggende logica van zijn stuk volgen, afmeet aan de graad van lichamelijke ontbloting van een vrouw.

Vrouwenemancipatie herleid tot een kwestie van kledij. Dat is wel erg eng, in de dubbele betekenis van het woord. Om Vander Taelen te parafraseren: om het niet over de complexiteit van vrouwenonderdrukking te moeten hebben, wordt het debat ingekrompen tot kleding en vrouwelijkheid.

Hij staat zeker niet alleen met zijn kleding – obsessie. Radicale feministen van de jaren ’70 worden vandaag gretig weggezet als (meestal harige) soepjurk – en tuinbroekdraagsters, een aanfluiting van ware “vrouwelijkheid” en dus niet meer actueel. Terwijl net datgene waarvoor die feministen opkwamen, sociaal – economische gelijkheid en vrijheid van vrouwen, het recht op abortus en lichamelijke zelfbeschikking, de strijd tegen discriminatie en racisme, tegen mishandeling en geweld, tegen het schoonheidsideaal en missverkiezingen nog steeds actueel is. Vandaag is de verleiding om de graad van “aanvaardbaarheid” van feminisme te meten aan impliciet geldende kledingnormen groter dan ooit. En bij uitbreiding de graad van vrijheid van vrouwen in het algemeen, en van moslima’s in het bijzonder.

Voor het heil van moslima’s wordt er gegarandeerd religie bij gesleurd. En dat is van een ander kaliber dan moppen over tante nonneke! Zo stoort Vander Taelen zich aan “de betekenis van de boerkini. Die is van oorsprong religieus en daarover gaat het (mijn nadruk)”. Hij zet zijn stelling kracht bij met de bewering dat de Dolle Mina’s “tegen de conservatieve, religieuze stroom in (vochten) voor de emancipatie van de westerse vrouw”. Pardon?! Wij vochten tegen de bestaande orde, waarvan het instituut kerk heel zeker deel uitmaakte. Maar wij waren niet anti – religieus en zeker niet anti – gelovige feministen.

Wij kwamen op voor ALLE vrouwen, wij voelden ons deel van een wereldwijde diverse vrouwenbevrijdingsbeweging, die naar gelang de lokale omstandigheden bijzondere strijdaccenten legde. En wat die “westerse vrouw” betreft, dat is een giftig nieuwbakken begrip, dat ons vreemd was (en nog is). Zoals zoveel kapers van het feminisme vervalt Vander Taelen in het islamofobe simplisme van de bevrijde westerse vrouw versus de onderdrukte moslima.

Als Dolle Mina van het eerste uur neem ik Vander Taelen zijn tendentieuze referentie naar Dolle Mina diep kwalijk, evenals zijn oproep tot een “generatie van dolle moslima’s”, die alleen in zijn fantasie bestaat. Maar Vander Taelen mag echt ongerust zijn. Generaties feministisch moslima’s zijn al veel langer dan vandaag opgestaan met een heel andere agenda dan die die hij voor ogen heeft. En als ze verwijzen naar Dolle Mina of het tweede golf feminisme doen ze dat op hun voorwaarden. De dames, de enen met de anderen zonder hoofddoek, die de actiegroep oprichtten kozen Baas Over Eigen Hoofd naar analogie met de feministische slogan Baas In Eigen Buik. Intussen circuleert ook al de slogan Baas Over Eigen Lijf en bundelen alle feministen die vrijheid, gelijkheid en solidariteit diep ernstig nemen hun krachten in het verzet tegen elk hoofddoek – , boerkini – en lange rokken verbod. Omdat de keuze van wat ze dragen en waarom aan de vrouwen zelf is.

Met nostalgie denk ik terug aan die prachtige poster met het portret van een vrouw in niqab met felle indringende ogen. Gekocht op een of andere feministische manifestatie in de jaren ’70…

Advertisements