(Oorspronkelijk verschenen op Dying Dinosaurs)

Ik ben het debuut ‘Het Smelt’ van Lize Spit aan het lezen. De roman haalt veel herinneringen naar boven. Niet omdat mijn leven enigszins op dat van het hoofdpersonage lijkt, wel omdat de mannelijke protagonisten even walgelijk zijn als de mannen waarmee ik – helaas – mijn bloed deel. Waarschijnlijk daarom dat ik het vroeger zo rustgevend vond mijn eigen bloed in de lavabo te zien wegvloeien door het putje.

Op het perron, wachtend op de trein voor Brussel-Zaventem, hadden A. en ik het nog even over al die viespeuken van venten die niet met hun handen van vrouwen kunnen afblijven, meestal dan nog vrouwen uit de eigen familie of naaste omgeving.

Want het is een illusie te denken dan de meeste aanrandingen en verkrachtingen in donkere steegjes door donkere onbekenden plaatsvinden, te denken dat ‘meer blauw’ en verlichting op straat zou helpen bij het aanpakken van seksueel geweld, zoals A. me gisteren voorlas uit een interview in de Knack. Zolang flikken maar een les over seksisme in heel hun opleiding krijgen (hetzelfde geldt btw voor racisme), kom ik ze zelf ’s nachts en zelfs overdag liever niet tegen op straat.

Terwijl we verhalen van seksueel geweld door mannen in onze omgeving opdisten, vertelde A. me toevallig net hetzelfde verhaal dat ik zelf jaren eerder voor het eerst gehoord had. Nou ja, net hetzelfde, ik had indertijd waarschijnlijk de opgekuiste tienerversie te horen gekregen want het was eigenlijk nog veel erger dan ik al had gedacht.

Mijn vader vertelde me indertijd hoe hij en zijn maten, waaronder ook zijn jongere broer, die opgroeiden in een kleine, arme arbeiderswijk in Gent, hun buurmeisjes tegenhielden op straat. Ze lieten hen niet gaan vooraleer ze hen onder hun kleren hadden mogen betasten. Hij vertelde het me alsof hij een van zijn kwajongensstreken bovenhaalde, alsof het om een of andere vettige mop ging. Hij lag haast strijk toen hij mijn verbouwereerde gezicht zag, hij dacht waarschijnlijk dat ik een preutse seut was en hij me voor het eerst over de bloemetjes en de bijtjes vertelde ofzo, zijn goede vaderplichten vervullend.

Ik weet nog dat ik me misselijk voelde en niet veel meer kon uitstamelen dan dat ik die actie niet cool vond. Ik vroeg of die meisjes dat dan zelf ook wel wilden. Het antwoord was natuurlijk nee. Duh. Wie trekt er zich tenslotte ook iets aan van wat vrouwen willen?

Het was een van de talloze keren dat ik van mijn vader walgde, maar het was een van de weinige keren dat mijn maag er tegelijkertijd ook bij omdraaide en ik zin had mijn net verorberde boterhammen belegd met de goedkoopste confituur van de Aldi op zijn schoenen uit te kotsen.

J. vertelde me dus vandaag toevallig bijna net hetzelfde verhaal, waardoor de waarheid ervan min of meer bevestigd werd. Het enige grote verschil zat hem erin dat zij gehoord had dat het indertijd niet alleen bij bepotelen gebleven was, maar dat mijn vader, zijn broer en hun makkers de meisjes ook tot orale seks gedwongen zouden hebben, dat was alleszins hoe zij het zich herinnerde. Mijn maag kneep voor de tweede keer na al die jaren samen.

Op de trein en het vliegtuig naar Berlijn dacht ik bij mezelf dat ze mijn vader, zijn broer en hun mij onbekende jeugdkameraden voor mijn part allemaal mochten castreren. Groepskorting.

Het ergste van al is te bedenken dat seksueel geweld niet eens van een paar perverse individuen of een groepje losgeslagen mannelijke tieners afhangt, maar dat de hele maatschappij bolstaat van de seksuele grensoverschrijdingen, aanrandingen en verkrachtingen. Jongens leren van jongs af aan dat ze met meisjes en vrouwen kunnen doen wat ze willen: ‘boys will be boys’, ‘het zit er nu eenmaal in’, ‘het ligt aan de testosteron’. Die verdomde testosteron ook. Meisjes krijgen er acne van, jongens worden er verkrachters van.

Het is een gevaarlijke gedachte te denken dat iets ‘natuurlijk’ is, ‘in de genen zit’. Want zo hoeft men er ook niets aan te veranderen. Het is namelijk onmogelijk want door de natuur gegeven.

Ik ben er nochtans vrij zeker van dat als ik mijzelf zou laten volspuiten met testosteron, ik niet opeens zin zou krijgen a volonte mensen te verkrachten. Het is trouwens een belediging aan het adres van alle mannen die er – ondanks hun mannelijke hormonen – wel bewust voor kiezen vrouwen niet lastig te vallen.

Seksisme zit niet in het bloed, het wordt aangeleerd. ‘Boys will be boys’ zolang hun ouders, leerkrachten en alle andere opvoeders hen leren dat alles wat met een vagina en borsten te maken heeft per definitie zwakker, oftewel ‘anders’, ‘niet gelijk, maar gelijkwaardig’, is omdat vader god of moeder natuur het nu eenmaal zo heeft gewild.

En het dan allemaal op ‘de vreemdelingen’, ‘de vluchtelingen’ of weet ik veel welk ander zwart schaap steken dat er vrouwen worden lastiggevallen. De allermeeste slachtoffers die ik ken, werden bepoteld, aangerand en verkracht door mannelijke familieleden, ‘goede’ familievrienden of andere mannen uit hun naaste omgeving: lieve broers, goede vaders, toffe nonkels, leraars en buurmannen en ga zo maar door. En dat is geen toeval. Het is de algemene regel. En natuurlijk zijn er ook vrouwelijke daders, maar die maken slechts een percent uit van het totaal.

In de Vlaamse Verkrachtingscultuur worden kerels zoals mijn vader en zijn vieze vriendjes er bij dertien in een dozijn geproduceerd. Mooi wit, blond en met blauwe ogen. Misogynisten  van eigen bloed en bodem die voor N-VA en Vlaams Belang stemmen omdat ze enkel om vrouwen- en holebirechten geven wanneer er gekleurde mensen mee gekoeioneerd kunnen worden. En ook vrouwen gaan in die propaganda mee. Ik moet nu spontaan denken aan mijn cousine, de dochter van mijn vaders broer, die ook in de Vlaams Belang Jugend zat en jankend van haar studentendoop is weggelopen omdat de jonge mannen wilden dat ze naakt op een tafel zou gaan staan zodat ze haar vlees zouden kunnen keuren.

Op mijn hand zit een kleine schaafwonde die in de stof van mijn kleren blijft plakken. Die is er gisteren gekomen doordat ik een gevecht had met mijn matras. Het zijn vaak die kleine wondjes die het meest ambeteren. Maar soit, schreeuwen in mijn kussen en met mijn vuisten op mijn matras slaan is nog altijd beter dan mijn eigen bloed aftappen. En straks ga ik dan naar de fitness en sauna om al die vieze gedachten en gevoelens uit mijn lijf te zweten en vervolgens met een ijskoud stortbad van me af te spoelen. Wat ben ik blij dat ik nog even op mijn eiland Berlijn kan vertoeven.