(Oorspronkelijk verschenen op: Mypunksnotdead)

Twee dagen geleden ging ik op bezoek bij mijn vriend en bandgenootje J. We hebben elkaar leren kennen in een links project dat zich bezighoudt met ‘economische solidariteit’/’gratiseconomie’. Er is een weggeefwinkel, er zijn gratis lezingen, optredens, workshops, enz. Het was een van de eerste projecten dat ik in Berlijn leerde kennen omdat ik behalve de outfit die ik droeg geen kleren had. Mijn Couchsurf host en nu nog steeds goede vriend G. nam me mee naar de weggeefwinkel om er te gaan ‘shoppen’.

Omdat ik in mijn beginmaanden nog niet zo goed wist wat ik in Berlijn wilde doen en het project nieuwe leden zocht, besloot ik er mee te helpen. Ook J. deed er op dat moment shiften. We zijn er ondertussen allebei niet meer zo actief omdat ik in andere (artistiek-)politieke projecten geïnteresseerd ben en J. geen tijd meer heeft doordat hij recent vader geworden is en daarnaast ook nog 100 andere dingen te doen heeft:

https://mypunksnotdead.wordpress.com/2016/05/06/baby-o-26-03-16/

Voor zover mijn korte introductie over hoe ik J. leerde kennen.

Ik ging J. dus bezoeken in zijn WG (‘Wohngemeinschaft’). Hij droeg een kort, zwart rokje met appelblauwzeegroene strikjes erop, zo’n beetje emo-vintage style zou ik zeggen. Het was het soort rokje dat ik als klein meisje of tiener gedragen zou hebben. J. is een lange, magere gast met een rosse baard en bierbuik, zelfs voor mij is het altijd een beetje wennen wanneer hij zeer ‘vrouwelijke’ kleding draagt. Ook ik ben – en wij allemaal waarschijnlijk zijn – nog steeds gedeeltelijk gevangenen van de genderstereotypen die er van jongs af aan worden ingepompt.

Het eerste dat ik zei toen ik J.’s rokje zag was natuurlijk: “Cool!” En: “Dat zit waarschijnlijk erg gemakkelijk.”. J. beaamde het, maar zei dat hij het koud had en dat hij even een broek ging aantrekken. Ik wachtte in de keuken/eetkamer. Toen J. terugkwam in een donkerblauw hemd en broek en een rood sjaaltje om zijn hals geknoopt (hij zag er al eerder uit als een communist nu), zei hij dat het toch altijd veel ‘Ueberwindung braucht’ (‘men moet zijn angsten overwinnen’) om als man met een kort rokje over straat te lopen. De reacties zijn vaak zeer ontmoedigend, van licht verbaasd tot zeer agressief, zelfs in het relatief vrije Berlijn.

Ik zei dat ik geloof dat het hier voor een vrouw ondertussen al meer sociaal aanvaard is mannenkleren te dragen dan omgekeerd. Want alles wat door deze maatschappij als ‘mannelijk’ geïnterpreteerd wordt, wordt met ‘actief en sterk’ geassocieerd. En alles wat als vrouwelijk geïnterpreteerd wordt, met ‘passief en zwak’. Wanneer vrouwen dus voor ‘sterke’ symbolen of eigenschappen kiezen, worden ze misschien wel afgedaan als ‘manwijven’, maar de gevolgen zijn vaak minder drastisch dan wanneer mannen vrijwillig – en dus niet voor carnaval of een vrijgezellenavond –  voor ‘vrouwelijke, zwakke, passieve’ symbolen of eigenschappen kiezen. Wanneer je als man in het openbaar in een rokje of jurkje over straat loopt, en mensen doorhebben dat je niet gewoon verkleed bent, moet je guts hebben want je loopt een grote kans met verbaal of fysiek geweld geconfronteerd te worden.

Het meest ‘mannelijke’ dat mensen bij mij opvalt zijn mijn afgeschoren haren. Er zijn er natuurlijk elke dag die zeggen dat ik ‘veel mooier’ zou zijn wanneer ik mijn haren zou laten groeien, en dat komt me zo langzaam de spuigaten uit, maar er heeft nog nooit iemand met een vuist voor mijn neus staan zwaaien omdat ik korte haren had. J.’s onschuldige rokje is echter voor vele mensen een regelrechte aanval op op hun patriarchale, seksistische en homofobe normen en waarden en werkt als een rode lap op een stier. Het is namelijk niet enkel een lapje stof met strikjes erop, maar ook een dikke fuck you in het gezicht van het patriarchaat. En zo’n fuck you moet volgens sommigen bestraft worden…

SkirtDrawing