Liz, de Engelse ex-brandweervrouw met legertruck is als een rolmodel voor me. Zij is mijn grote bewijs ervoor dat mensen anderen kunnen leiden zonder – wel euh – een leider te zijn. Liz beschikt over een natuurlijke autoriteit, wat haar tegelijkertijd dan ook weer allesbehalve autoritair maakt. Liz is ouder, wijzer en weet van aanpakken en geeft de jongeren en onervarenen de keuze met haar mee te gaan of niet.

Als liz de herder was, dan waren wij de schapen en konden met haar meegaan, maar ook ergens anders – zonder haar – gaan grazen als we daar goesting in hadden.

Drie van de andere schapen – excuseer me dat ik dit alles vertel in de vorm van een bijbelse parabel, het is de eerste keer in mijn leven dat ik dit doe, maar geef toe, de vergelijking tussen Liz en Jezus is toch wel treffend – waren de Lutonmeisjes: Tiva, Cash en Chez.

Ze hebben een ‘community group’, ‘Drive to Humanity’ op facebook opgericht (like their page!). Hun zelfbeschrijving luidt: “Aid group in Calais with a faith in humanity.” Kort en bondig. Misschien hadden ze ook niet zoveel tijd er uitgebreid over na te denken wat ze nu eigenlijk precies in Calais willen doen. De meeste onafhankelijke vrijwilligers die ik in Calais ontmoet heb, zou ik dan ook spontaan als ‘zeer spontaan’ omschrijven.

De Luton girls hebben samen met de ‘facebook community’ ook een fundraising opgestart om hun onkosten op weg naar en in Calais te dekken, iets dat ik misschien zelf beter ook had gedaan voordat ik vertrok. Gelukkig is mijn moeder met een rijke, oude man samen en werden mijn treinticket en eten dus gesponsord door christelijke kapitalisten die er geen graten in zien anarchafeministen te ondersteunen. Ze hebben overigens ook Liz een som geld gegeven voor benzine voor haar truck en zien in dat geld geen geluk brengt, maar kunnen er zelf precies toch nog niet volledig afstand van nemen.

De eerste keer dat ik de ‘Luton girls’ zag, vond ik hen nogal grappig. Tiva, van Iraanse, Cash van Kashmirische/Pakistaanse (vandaar de nickname ‘Cash’) en Chez van Indiaanse afkomst droegen lelijke, witte, zelfgemaakte t-shirts met de spreuk ‘Please wake up before our humanity is lost forever’ erop. Ik vond het eerlijk gezegd nogal belachelijk, het deed me allemaal zeer religieus aan. Het eerste cliché dat spontaan bij me opkwam, was: “Dat zijn zeker moslims.” Daar kwam mijn anders zeer goed weggemoffelde islamofobe zelf even de kop opsteken. Ik schaamde me voor mijn eigen gedachten.

In het begin waren de Lutonmeisjes zeer consequent in het dragen van hun t-shirts: ze zouden liever bevriezen als dat ze een trui of jas zouden aantrekken en daarmee hun slogan zouden bedekken. Later, toen het wit van hun t-shirts er eerder grijs-bruin met strepen en vlekken begon uit te zien, besloten ze toch maar voor een andere ‘jungle outfit’ te gaan, namelijk lelijke, wijde mannenkleren die ze van familie en vrienden in Luton hadden uitgeleend of in de opslagplaats van de ngo ‘l’Auberge des Migrants’ hadden gevonden. Bij mij ging het eerder omgekeerd: ik ben gestart met lelijke, wijde mannenkleren van de vriend van mijn moeder, maar heb dan alles aan de vluchtelingen die kleren nodig hadden weggegeven en heb dan de vrouwenkleren gedragen die door onwetende hulpverleners gedropt werden, maar die niemand wou dragen omdat 99% van de vluchtelingen jonge mannen zijn die liever sterven als dat ze in vrouwenkleren in het kamp moeten rondlopen.

Tiva is een van de mooiste vrouwen die ik ooit heb gezien. Ze is een van die personen die zo mooi is dat make-up haar alleen maar minder mooi maakt en die in de jungle ontdekt heeft dat make-up haar alleen maar minder mooi maakt. Of ‘haar schoonheid verhult’, om het wat schoner te zeggen. Doordat ze Farsi of Pashto of was het nu Urdu (sry, ik sla al deze voor mij nieuwe talen even door elkaar) sprak, kon ze goed met de vluchtelingen communiceren en werd al snel tot een soort madonna (ik bedoel dan de Madonna van Jezus, maar dan zonder kind, om in bijbelse context te blijven) van het kamp.

Cash was zeer religieus en zeer progressief. Ze kwam voor de eerste keer vanuit haar ‘very sheltered life’ in Luton, zoals ze het zelf meermaals noemde, meteen in de jungle van Calais terecht en leek me soms nogal ontdaan. Door haar talenkennis kon ook zij veel beter als pakweg mij met de vluchtelingen communiceren. Ik herinner me dat ze dagenlang op zoek was naar ‘brother Ibrahim’, een schat van een Soedanese man, die ze een koran beloofd had. Ze vertelde me dat wanneer je iemand een koran geeft, jijzelf de ‘blessings’ daarvoor krijgt. Ik probeerde haar daarop ook een koran af te troggelen, maar Cash zei dat ik eerst de biografie van de profeet Mohammed -‘peace be upon him’- van Karen Armstrong moest lezen, dat ik de koran anders niet zou begrijpen. Ik was toch wel een beetje op mijn tenen getrapt.

Chez was een tijdje terug in Groot-Brittannië omdat er thuis iemand gestorven was, maar daarna kwam ze terug, alive and kicking. Ze heeft zulke grote ogen dat ik altijd een beetje schrik heb erin te kijken en ze is zo welbespraakt en grappig dat ik haar vroeg of ze een rapper of stand up comedian was, maar ze zei van niet. Nog niet.

Met Liz en de Luton girls en nog een paar andere super toffe vrijwilligers zoals de Deense ‘Ask’, de Schotse Danny en de Britse Emerald, over wie ik misschien later nog schrijf, deden we met Liz’ legertruck distributies in het kamp.

Mijn dagen in het kamp zagen er als volgt uit: opstaan, me afvragen waar de fuck ik ben, me realiseren dat ik in een caravan in het vluchtelingenkamp van Calais lig, gaan kakken in ‘het toilet’ (een gat in de grond) van het ‘No Border’-kamp, me wassen met babydoekjes, eten wat ik op dat moment in mijn caravan kan vinden (meestal koude kikkererwten of bonen in tomatensaus uit blik), water gaan halen aan een van de ondergelopen waterpunten en er mijn tanden poetsen, yoga doen, een wandeling in het kamp maken en kijken of er newbies zijn die onderdak of kleren nodig hebben, ondertussen ook kijken of er crappy tenten zijn die een plastieken zeil nodig hebben, de blikken ondergaan van tientallen jonge mannen die zich afvragen of ik nu een 19-jarig ventje met rare kleren of een 27-jarige vrouw met kort haar ben, aan het begin van Chemin des Dunes verzamelen en wachten totdat de andere vrijwilligers wakker zijn en komen toestrompelen. Voor zover mijn ochtend in het kamp.

Vervolgens met de truck naar de opslagplaats van de ngo ‘l’Auberge des Migrants’ rijden, ons ergeren aan de kleine, dikke ‘baas’ van de opslagplaats, spullen in de truck pakken, naar het kamp rijden, urenlang distribueren, terug naar het begin van Chemin des Dunes rijden, ‘samosa’ of een soort groentenbrood (ik ben de naam ervoor vergeten) voor een euro in een van de Afghaanse winkeltjes kopen, chai thee drinken in de Afghaanse bar, naar de verhalen van andere vrijwilligers en vluchtelingen luisteren, daarna individuele mensen spullen geven die ze nodig hebben en die we in het kamp gestockeerd hebben, voelen dat mijn gezicht opnieuw verbrand is, moe zijn en me afvragen waarom ik ’s avonds altijd zo’n slappe pudding ben en alle anderen niet, bij mezelf denken dat mijn volgend lief ook iemand moet zijn die net als ik ’s morgens vroeg wakker is en ’s avonds wil gaan slapen, naar bed gaan terwijl de anderen nog een paar uurtjes week-ik-veel-wat doen, me in mijn caravan leggen, de ene keer naast een vrijwilliger, de andere keer naast een paniekerige, nieuwe vluchteling die we hebben aangeboden voor de eerste nacht in de caravan te slapen, het beste voor alle fantastische mensen in het kamp wensen, dankuwel zeggen en slapen…

Please wake up before our humanity is lost forever