Op 4 september ben ik vanuit Gent meegereden met het Belgische hulpgoederenkonvooi “We gaan naar Calais en nemen mee…”. Toen ik de situatie ter plaatse zag, besloot ik terug te keren en nog eens 9 dagen in ‘de jungle’, het vluchtelingenkamp, te verblijven. Ik heb een tent, matje en slaapzak uitgeleend en heb in het ‘no border camp’ gekampeerd, daar waar de activisten van ‘no border’ hun tenten hebben opgeslagen.

De situatie in ‘de jungle’ is vreselijk. De overheid doet er niets behalve miljoenen uitgeven aan ‘riot cops’ en hekkens met prikkeldraad rond de Eurotunnel. En oh ja: ze heeft vijf waterpunten en enkele washokjes en toiletten voor bijna 5000 mensen geïnstalleerd die zo ranzig zijn dat iedereen toch maar liever in de bosjes braamstruiken gaat kakken. Bravo.

Er zijn ook een aantal ngo’s ter plaatse: ‘Medecins du Monde’, ‘Salaam’, ‘l’Auberge des Migrants’, ‘Secours Catholique’ en ‘La Vie Active’, maar de hulp is traag en ontoereikend en rust meestal gewoon op de schouders van de vrijwilligers die komen en gaan. Bovendien zijn er mensen als ‘monsieur Duval’, de chef van ‘La Vie Active’, die hun autoriteit willen laten gelden en bijvoorbeeld willekeurig beslissen om opeens twee dagen geen distributie te doen. Iedereen moet tenslotte voelen wie de baas is in het kamp… Alle onafhankelijke vrijwilligers zijn het erover eens dat mensen als monsieur Duval niet in het kamp zijn om mensen te helpen, maar om het geld van de regering in hun zakken te steken. Monsieur Duval doet me denken aan een ‘nazi boss’ in een concentratiekamp…

De ‘no border’-mensen en andere onafhankelijke vrijwilligers werken soms met de ngo’s samen, maar hebben vaak ook hun eigen systemen om de vluchtelingen in het kamp te helpen. Zo is er bijvoorbeeld Liz, de Britse ex-brandweervrouw met de legertruc die elke dag spullen sorteert en ze dan in het kamp distribueert (ik was de hele tijd met Liz en een paar andere vrijwilligers onderweg). Liz zamelt ook geld in om hutten te bouwen in het kamp zodat de vluchtelingen niet in tentjes moeten kamperen en is in nauw contact met de vluchtelingen zelf. (Wie geld wil doneren voor benzine voor de truc en constructiemateriaal voor de hutten kan me contacteren!) Verder zijn er ook vele vrijwilligers die in het kamp rondgaan en kijken welke mensen nieuw aangekomen zijn en nog geen tenten en slaapzakken hebben, welke tenten waterdicht gemaakt moeten worden, die fietsen repareren, Frans en Engels onderrichten in de schooltjes, …

Ik vind het heel jammer om te zeggen, maar er waren heel veel problemen met Vlaamse vrijwilligers in het kamp. Het was zelfs zo erg dat wanneer er een auto met een Belgische nummerplaat kwam aangereden, de vrijwilligers begonnen te panikeren. Ik werd er meermaals per dag om geplaagd dat ik Vlaams ben, al was ik volgens de andere vrijwilligers ‘een van de goeie’. Het probleem waren vooral de onvoorbereide, ondoordachte distributies die voor chaos, (politie)geweld en slechte media-aandacht zorgden. Om het karikaturaal te stellen: er komt een busje Vlamingen spullen uitdelen en op het einde is er een ‘riot’, met politie, vluchtelingen in het ziekenhuis en een hoop negatieve pers.

Er waren levensgevaarlijke situaties waarbij onvoorbereide Vlaamse vrijwilligers door de chaos in paniek raakten, wegstuifden en daarbij bijna mensen omver reden. Bovendien was er telkens opnieuw het probleem dat er massa’s vrouwen- en babyspullen gebracht werden, hoewel er praktisch geen vrouwen en kinderen in het kamp zijn. Ik heb een keer een halve dag hoge-hakken-schoenen van andere schoenen gescheiden. Nuttige job. Gelukkig branden pampers en maandverbanden goed, zo konden we er tenminste nog een kampvuur mee maken. Grapje. We hebben alles gewoon direct in de vuilniscontainer gesmeten…

Tenslotte was er ook het grote fotoprobleem: mensen die – hoewel je hen keer op keer uitlegt waarom het niet oké is – ongevraagd foto’s van vluchtelingen trekken. De gevolgen daarvan kunnen drastisch zijn! De Britse overheid heeft namelijk gezichtsherkenningstechnologie en alle vluchtelingen die een asielaanvraag in Groot-Brittannië doen, maar van wie bewezen kan worden dat ze voordien in Frankrijk (Calais) waren, worden onmiddellijk terug naar Frankrijk gedeporteerd. Dat komt door de ‘Dublin-akkoorden’ die stellen dat de asielaanvraag behandeld moet worden in het Europese land van aankomst. Wie bijvoorbeeld een vingerafdruk of foto’s in Italië heeft, wordt terug naar Italië gedeporteerd hoewel die persoon misschien een asielaanvraag in Groot-Brittannië wil doen. Bovendien zijn er tal van andere redenen waarom vluchtelingen en ook vrijwilligers niet ongevraagd gefotografeerd willen worden. Ik was op een morgen yoga aan het doen, toen ik plots zag dat er een paar meter verder een journalist foto’s van me aan het maken was. Toen ik zei dat ik daar niet mee gediend was, antwoordde hij: “It’s my job”. Wel, daar ben ik vet mee. En de vluchtelingen ook. Fucker.

Ik raad alle Vlaamse vrijwilligers aan geen spullen meer te brengen op eigen houtje! En voor diegenen die het toch niet kunnen laten, is het zeer belangrijk goed voorbereid te zijn, contact op te nemen met de mensen ter plaatse en telkens maar een of twee producten tegelijkertijd te distribueren. Verspil je tijd en energie niet aan slechte distributies, het zorgt enkel voor stress, problemen en een hoop spullen die uiteindelijk toch maar gewoon in de vuilnis belanden of verbrand worden. Voor meer informatie over hoe te distribueren: https://mypunksnotdead.wordpress.com/2015/09/16/video-liz-how-to-distribute-in-calais/.

Wat nuttiger zou zijn, is dat vrijwilligers ter plaatse komen helpen en zich aansluiten bij de onafhankelijke vrijwilligers of ngo’s. En dan het liefste ook niet voor een dag, maar voor een langere tijd. Het zou ook zeer nuttig zijn wanneer een groep mensen komt om een of meerdere hutten te bouwen zodat de vluchtelingen niet in tenten hoeven te kamperen. De winter komt er tenslotte aan. Aan spullen is er dus op dit moment geen gebrek, maar wel aan helpende handen, aan mensen die kunnen bouwen en ook aan mensen met medische kennis (tandarts!).

Gelukkig hebben niet alle Vlamingen er een zootje van gemaakt! Er was een fantastische jongeman uit Gent, een blonde dreadlockhippie, die met zijn busje gekomen was en een paar dagen bleef om te helpen. Iedereen was dol op hem en hij werd telkens aangehaald als het bewijs ervoor dat niet alle Vlamingen de boel komen verkakken. Verder was er ook een Vlaams koppel uit Gent dat naast het ‘no border camp’ overnachtte. Zij wilden via ‘Pleegzorg Vlaanderen’ thuis een kind opvangen, waren in contact met een aantal Vlaamse bouwaannemers en wilden terugkomen om een hut te bouwen voor vier vrouwen uit Eritrea (waarvan een hoogzwanger) en ook om de waterpunten – die op dit moment helemaal overstroomd, vuil en modderig zijn – op te hogen en de buizen te isoleren tegen de winterkou. Zo’n mensen maken echt een verschil en dragen bij aan een beter, menswaardiger leven voor de vluchtelingen in het kamp. Bovendien gaan zij terug naar huis en geven hun kennis door aan andere potentiële vrijwilligers. Respect voor de Gentse hippies!

water

Advertenties