Omdat ik dat eigenlijk zelden of nooit doe, wil ik eens een dagboekverslag schrijven. Ditmaal over mijn vijfdaagse naar Vlaanderen:

Het begon allemaal in het vliegtuig. Daar zat er een ambetante gast met stinkende adem uit A’pen naast me. Hij leunde met zijn hele gewicht tegen me aan. “Manspreading” is blijkbaar ook een fenomeen dat in het vliegtuig voorkomt. De kerel vertelde over een “griet” die hij in Berlijn ontmoet had, maar die blijkbaar niets van hem wilde afweten. Interessant. Na vijf minuten in zijn gezelschap, stak het me al ferm tegen.

Voor het opstijgen kwamen -ongelofelijk maar waar- twee vrouwen vragen of hij zin had naast hen te komen zitten omdat er nog zoveel plaats over was in het vliegtuig. Ik dacht bij mezelf: “Menen jullie dat nu echt?” en vervolgens: “Ja, dat is toch een goed idee!”, maar toen ze weer naar hun plaatsen gingen en we de gordels moesten vastmaken voor het opstijgen, draaide de kerel met zijn ogen en zei laatdunkend dat hij “die twee oude grieten” in de luchthaven had leren kennen. Het zag er dus naar uit dat hij liever naast mij, de nieuwe “jonge griet”, wilde blijven zitten. Dat was dan buiten mij om gerekend want van zodra we opgestegen waren en onze gordels konden losmaken, zei ik: “Ciao” en ging ergens anders zitten.

Toen ik aankwam in de kleine luchthaven van A’pen (ik wist zelfs niet dat die bestond), ontmoette ik een super toffe gast uit Oekraïne die met de “Green Card Lottery” (ik wist ook niet dat zoiets bestond) een Amerikaans visum voor zichzelf en zijn gezin “gewonnen” had en met zijn ouders en zus naar de States verhuisd was.

Hij woonde in San-Francisco en omdat hij zo flamboyant gekleed ging, zeer emotioneel was, helemaal niet macho was en dol was op “Berghain”, de gaytechnotempel in Berlijn, was ik ervan overtuigd dat hij gay was, maar dat bleek niet het geval te zijn. Ik had me weer eens door de clichés laten leiden. Eigenlijk is het erg dat ik van iedere toffe gast die ik ontmoet bijna automatisch denk dat hij gay is, enkel en alleen omdat de meeste hetero’s die ik ken zo’n seksistische macho’s zijn.

Over seksistische macho’s gesproken: mijn nieuwe vriend N. uit San Francisco had een paar weken voordien toevallig een paar jonge Gentenaars ontmoet in Napels. Ze vierden er een vrijgezellenavond en vielen er naar naar het schijnt de hele tijd Italiaanse meisjes lastig. Verbaast me niets. N. kwam hen bezoeken op de Gentse feesten en doordat ik dacht dat mijn moeder vrij was, maar dat niet het geval bleek en ik dus niets te doen had, besloten we samen van Antwerpen naar Gent te reizen. Ik zou hem dan een rondleiding geven in de stad waar ik vijf jaar lang gewoond heb voordat ik naar Berlijn vertrok.

N. was compleet onder de indruk van de Belgische architectuur en vooral dan van de art deco. Mij was het eigenlijk nog nooit opgevallen dat er zoveel art deco in Antwerpen en Gent te vinden is. We hadden leuke gesprekken, lachten veel, kortom: het was allemaal “vree plezant” tot we met zijn vrienden iets gingen drinken op het terras van de “Afsnis” op het Sint-Jacobsplein.

Zijn maten waren al goed aangeschoten en kwamen met misselijkmakende seksistische grapjes op de proppen. Ze insinueerden constant dat ik A.’s “neukvriendinnetje” was. Ik zei keer op keer dat ze hun klep moesten houden en had zin een glas bier over hun hoofd te kappen. Mijn grens werd bereikt toen ze over “hoeren” begonnen te grappen en vroegen of A. hen niet een paar Oekraïense vrouwen kon bezorgen “want die zijn knap en goedkoop”. Wat nog het ergerlijkst van allemaal was, was dat er ook twee vriendinnetjes van die idioten mee aan tafel zaten die de hele tijd zwegen, zenuwachtig op hun stoel heen en weer zaten te wiebelden en mee grinnikten over de misogyne grapjes.

Ik wist niet aan wie ik me het meest moest ergeren: de seksistische “macker” of de domme, onsolidaire vriendinnetjes. Ik voelde me innerlijk koken. Op het moment dat ik dacht dat ik zou uitvliegen verschenen gelukkig mijn lieve vriendinnen ten tonele met wie ik later op de avond had afgesproken. Mijn humeur werd op slag naar omhoog gekatapulteerd. Duizendmaal dank daarvoor, S., T., L. en L.!

Oké, dit is genoeg voor mijn dagboekverslag. Als ik zin heb, schrijf ik vanavond of morgen deel twee over mijn vijfdaagse in Vlaanderen-niet-mijn-(vakantie)land. En het spijt me als er zich toffe heteromannen aangevallen voelen door mijn post, maar waar zitten jullie toch?😛. Diegenen die ik ken zijn al lang naar het buitenland vertrokken.

patriarchy