Oké.

Deze post wil ik al langer schrijven:

“Waarom werd ik een feminist?”

Omdat ik me er op een gegeven moment bewust van werd dat vrouwen op een structurele manier door mannen onderdrukt worden.

Omdat ik me er bewust van werd dat het neoliberale patriarchaat niets goed voor vrouwen in petto heeft.

Omdat ik woedend was en al mijn opgekropte woede niet langer tegenover me zelf wilde richten, niet langer wilde opvreten, uitkotsen en in mijn huid wilde kerven.

Omdat ik zag dat het fout is anderen te domineren, hen te zeggen wat te doen en laten, wat te denken en voelen.

Feminisme gaat voor mij samen met anarchisme: het streven naar vrijheid, de strijd tegen het kapitalistische patriarchaat, het bewustzijn dat niemand het recht heeft anderen te onderdrukken, de strijd tegen klassisme, racisme, seksisme, homofobie en nog 100 andere “-ismen”.

Ik weet niet meer precies wanneer het was dat ik me voor het eerst als feminist uitte, maar ik weet wel nog waar het was. Het was in de auto, naast mijn vader. Ik vertelde hem dat ik een feminist ben en hij werd razend. Hij zag het als een persoonlijke aanval, werd knalrood en schreeuwde dat alle feministen mannenhaters zijn. Hij was zo colèrig dat ik schrik had dat hij me zou slaan.

Ik realiseerde me op dat moment dat ik een feminist ben, dat ik nooit zal ophouden een feminist te zijn, dat feminisme echt niet overdreven is en dat er nog veel werk aan de winkel is.

Feminisme liet me ook ook stilstaan bij mijn eigen privileges. Het privilege blank te zijn bijvoorbeeld.

Ik werd een feminist omdat ik het verleden niet wil negeren en wegstoppen. Omdat ik het wil begrijpen en erover wil praten. Omdat ik wil dat het in de toekomst beter wordt.

Ik werd een feminist omdat ik een vrouw ben en hoop dat dat er op een dag geen zak meer toe doet, dat we op een dag allemaal mensen zijn. Vrij. En in solidariteit met elkaar.

Niemand heeft het recht anderen te onderdrukken. Niemand. Nooit.

7