Met muziek keihard in m’n oren race ik de brug over. De gsm is een beetje stuk dus die speelt de karaoke versies van muzieknummers, maar de muziek is gelukkig nog luid. Luid genoeg om mijn hersenen te overspoelen zodat ik wat kan stoppen met nadenken.

Een man in glimmende koersoutfit begint tegen me te spreken bij een stoplicht. Heerlijk genoeg geven de oortjes in m’n oren me een goeie reden om gewoon wat te knikken en verder niks te moeten zeggen. Gewoon doorfietsen. Na een tijdje passeert hij en raak ik hem kwijt.

Ik ging eigenlijk met een boekje in het park zitten – Sister Outsider van Audre Lorde herlezen – maar daar kom ik nog niet aan toe. Ik blijf fietsen, het is even nodig. Ik moet nog wat energie en frustratie kwijt. De laatste week is nogal heftig geweest. Voor wie het gemist heeft of dit later terug leest: er is een klein oorlogje rond onsympathiek vrouwenhater Willem Elias, en zijn misselijke opmerkingen die slachtoffers de schuld geven en verkrachting trivialiseren.

Dat soort mensen krijgt gemakkelijk een forum. Sterker nog, we laten ze les geven, jaar na jaar studenten beïnvloeden. De opmerkingen maken wel iets los. Het is sowieso wel eens moeilijk als je seksueel geweld hebt meegemaakt. Maar dit maakt het extra erg. Je wordt tot nog minder gemaakt, uitgelachen.

Er komen heel wat mensen, verhalen, emoties naar boven. Een vriendin van me die ik al een tijdje niet gehoord heb, mailt me. Dat ze Elias zouden moeten vastbinden en een hele dag en nacht laten luisteren naar de verhalen van slachtoffers. Ze is niet de enige. Tientallen kwade en heftige en droevige reacties duiken op.

Op zo’n moment voel ik me dan wel weer verbonden met iedereen en merk ik weer wie mijn zusters zijn. We vormen plots wel een hecht front. Het blijft moeilijk, maar dat maakt het de moeite waard. Dat is iets ongelofelijk moois. Solidariteit in het genadeloze gezicht van de onderdrukkers. Da’s echte poëzie, echt verzet. En verzet doet leven.

Er zijn ook de anderen. De male-identified women die nu de verdediging van Elias op zich nemen. Dat doet pijn. Het is compleet begrijpelijk want je krijgt heel wat complimentjes en tijdelijke voordelen als je als vrouw voor de rechten van de Grote Mannen vecht. Maar leuk is anders. Het zijn de mensen die vrije meningsuiting gaan toepassen op zeikerds die vrouwen haten, maar wel steigeren als vrouwen hun ervaringen vertellen of reageren tegen geweld. Meh.

Een hele faculteit die les krijgt van een decaan die lacht met verkrachting en studentes lastigvalt, dat is nogal wat eigenlijk. Terwijl ik het verhaal probeer te vertellen aan vrienden in het buitenland, besef ik hoe belachelijk dit is. Nee, hij is nog niet ontslagen. Waarom niet. Euh, welja, euh… Omdat het allemaal klootzakken zijn daar aan de top! Denk ik. Maar da’s niet netjes. Nee, ik moet iets netjes politiek bedenken. Omdat ze logebroeders zijn. Omdat de VUB een lichtjes twijfelachtig managementskader heeft. Omdat bureaucratie een conservatief monster is, waarvoor je af en toe een revolutie nodig hebt. De brand in al die paperassen. Zoiets.

Kunnen we de hemel bestormen en de mannelijke goden afmaken?

Of kunnen we op zijn minst eens van één seksistische zak vanaf zijn?

Of mag dat niet, zou dat een te slecht teken zijn. Want ja, als er een valt, dan kan er nog een vallen. En dan valt misschien heel dat patriarchaat uit elkaar. Jammer zeg.

Uiteindelijk vind ik gelukkig wat rust. Ah…