Dit is deel 2 van de rubriek feministisch organiseren. Deel 1 heet Weg met hiërarchieën! kan je hier lezen.

Sinds het begin van de feministische beweging hebben vrouwen zich apart georganiseerd. Ze hielden bijeenkomsten, startten organisaties en organiseerden activiteiten enkel voor vrouwen. Daarnaast waren er ook gemengde groepen, activiteiten en ruimtes. Ook vandaag bestaan beide nog. Maar meer dan ooit staan de feministische ruimtes, activiteiten en groepen enkel voor vrouwen onder druk. Deze tekst gaat over het hoe en waarom van vrouwenruimtes/groepen versus gemengde ruimtes/groepen.

netwerkfeministjes1

Gender en vrouwen

Wanneer we het over vrouwenruimtes en vrouwengroepen hebben, moet er eerst gekeken worden naar wat een vrouw is, wie een vrouw is en wie niet. Dit is een moeilijke en complexe kwestie en ik ben er zelf nog niet uit. Ik heb wel vanalles gelezen, op blogs, in zines en boeken, en gesprekken gehad met andere (trans)feministes, bijgeleerd over verschillende visies op genderidentiteit, veel theorieën en ervaringen gehoord die nuttig en interessant zijn (en helaas ook een heleboel haatdragende onzin gezien op bepaalde transfobische blogs).

Gender kan zowel je eigen gekozen en beleefde genderidentiteit zijn (niet enkel “vrouw” of “man”, maar ook genderqueer, trans, genderloos, androgyn…) als de gendercategorie waarin de buitenwereld je steekt. Het kan zijn dat je je niet thuis voelt in deze categorie die anderen op je plakken en andere mensen zouden jouw genderidentiteit moeten respecteren, maar doen dit vaak niet.

Genders zijn niet neutraal, ze hebben betekenissen, machtsverschillen en gevolgen. Bijvoorbeeld: mannen hebben als gendercategorie in de westerse wereld meer macht dan vrouwen. Die machtsverschillen gaan helaas niet verdwijnen door gender te “deconstrueren” of door met gender te “spelen” (zoals in queer theorie/activisme verkondigd wordt). Wel kan dit de binariteit en stabiliteit van genderidentiteiten in vraag stellen en mensen doen nadenken over gender en het belang dat daar in onze maatschappij aan gehecht wordt.

Gender is dus niet enkel een persoonlijke kwestie, maar ook een politieke strijd en een collectieve verantwoordelijkheid. Je kunt jezelf en je gender niet bevrijden door roldoorbrekende kleren aan te trekken of een snorretje op te plakken. Dat is helaas niet genoeg. En ook al vind je dat je genderidentiteit en die van anderen er niet toe doet, toch wordt iedereen beoordeeld en behandeld op basis van hun (door de maatschappij waarin ze leven bepaald) gender.

femherstorydolleminakleinWanneer ik het in deze tekst heb over vrouwen binnen vrouwenruimtes/groepen, kan het in de eerste plaats gaan over mensen die zichzelf als vrouw identificeren, maar ook over mensen die door de buitenwereld als vrouw gezien en behandeld worden, kunnen zich eventueel hiertoe rekenen. Misschien is de term “vrouwen/lesbiennes/trans/intergender-personen” (FrauenLesbenTransInter) zoals die in Duitsland gebruikt wordt binnen de queer-feministische beweging , beter en meer inclusief. Maar ook hier heb ik al feministes (die geen cismannen zijn) horen zeggen dat ze zich niet aangesproken voelen tot deze termen/identiteiten. Zou “niet-cismannen” dan beter zijn? Of worden we dan te veel gedefinieerd ten opzichte van de norm die we niet zijn? Het blijft dus ingewikkeld om ruimtes/groepen te definiëren voor mensen die onderdrukt worden op basis van hun gender. Daarom zal ik een “*” toevoegen aan “vrouwenruimtes/groepen” – zoals in: vrouwen*ruimtes/groepen – om aan te geven dat de definitie ervan kan variëren en niet beperkt blijft tot mensen met zogezegde “vrouwenlichamen” (whatever that means).

Laten we het nu hebben over vrouwen*ruimtes/groepen zelf, over waarom die belangrijk, nodig, interessant en leuk kunnen zijn en over de kritiek die bestaat op deze groepen/ruimtes.

Vrouwenruimtes/groepen vandaag

Van de suffragettes, Dolle Mina (behalve de Amsterdamse afdeling in het begin), FemSoc collectieven, Liever Heks en FAM tot hedendaagse organisaties en collectieven: er bestaan en bestonden veel feministische groepen met enkel vrouwen*. Daarnaast waren en zijn er ook veel gemengde feministische groepen. Feministische ruimtes en activiteiten enkel voor vrouwen* zijn zeldzamer tegenwoordig. Uitzonderingen zijn sommige festivals zoals Ladyfest Berlijn in 2013 (enkel voor vrouwen/lesbiennes/inter/transpersonen), een occasionele workshop, Heksennachten in Nederland, vluchthuizen… Ook bestaan er pro-feministische mannengroepen, soms met aan het hoofd een vrouw.

Een volledig separatistisch feminisme ben ik zelf nog niet tegengekomen. Het lijkt allemaal van tijdelijke en lokale aard en eerder als middel dan als doel. Nochtans is er vaak dat vooroordeel van vrouwen die een matriarchaat willen starten of een maatschappij met enkel vrouwen waarin jongetjes bij de geboorte opgegeten worden… of zoiets. Maar ook al is het niet de bedoeling om een women-only samenleving te starten, toch kan het interessant zijn om te filosoferen over hoe zo’n samenleving eruit zou kunnen zien en of die helemaal anders zou zijn (maar da’s een discussie voor een andere keer).

Wat vaak ook vergeten wordt, is dat er in het westen best veel op-basis-van-gender-gescheiden verenigingen en activiteiten bestaan (vrouwenavonden in bioscopen, aparte sportlessen, clubs enkel voor mannen, gescheiden toiletten en douches, meisjes- en jongensscholen…). Maar omdat die niet feministisch zijn, krijgen ze zelden kritiek (tenzij uit een racistische motivatie). Vrouwen* die apart samenkomen om voor hun belangen op te komen daarentegen… dat lijkt meteen een bedreiging. Wie weet wat die allemaal bekokstoven?

Kritiek op vrouwenruimtes/groepen

De voornaamste kritiek op vrouwen*groepen/ruimtes is dat (cis)mannen er worden uitgesloten. Dit is not done. De gangbare mening is dat mannen overal welkom moeten zijn en als nobele redders verwelkomd moeten worden in feministische groepen. Want anders is dat “omgekeerd seksisme” en daar mogen feministes zich niet aan bezondigen. Dat wil niet zeggen dat mannen niet welkom zijn, maar misschien gewoon niet altijd en overal.

Er wordt ook beweerd dat mannen en jongens evenveel afzien van seksisme en patriarchale onderdrukking als vrouwen en meisjes en daarom moet de feministische beweging op ieder moment open staan voor hen. Bijvoorbeeld: mannen en jongens mogen in de westerse wereld bepaalde emoties niet tonen, worden uitgelachen als ze met poppen spelen en worden gediscrimineerd in zorgberoepen (ze mogen wel directeur zijn van een school of rusthuis, maar er wordt raar gekeken naar een mannelijke kleuterleider of huishoudhulp). Inderdaad, mannen ondervinden ook nadelen van het patriarchaal systeem, maar 1) die nadelen zijn niet te vergelijken met de structurele onderdrukking van vrouwen* en 2) die nadelen hebben voor mannen ook een nut: namelijk hun autoriteit en macht behouden. Dus als mannen zich zouden inzetten tegen die machtsverschillen en tegelijk tegen de onderdrukking van vrouwen, DAN pas zullen hun nadelen verdwijnen. Dat is dus een argument om hen te laten deelnemen aan de feministische strijd en onze krachten te bundelen met mannelijke bondgenoten (maar niet per sé in iedere ruimte of groep).

Een ander argument om mannen toe te laten tot (bepaalde) feministische groepen en activiteiten is dat ze dan kunnen bijleren over feminisme en vrouwen*onderdrukking en zo seksisme afleren en de feministische beweging steunen. Maar er moet dan wel opgepast worden dat niet alle aandacht, tijd en energie gaat naar de (her)opvoeding/educatie van de aanwezige mannen (ook al is het nodig dat ze opgevoed en bewust worden om het patriarchaat omver te kunnen werpen). Ook de aanwezige vrouwen moeten voor hun eigen ontwikkeling en bewustwording zorgen en de vraag is of dit even goed lukt in gemengde groepen.

Naast vrouwen*groepen zou het nuttig zijn als er ook pro-feministische mannengroepen bestaan. Die kunnen best wel overleggen met feministische vrouwen*, maar kunnen eigen aparte bijeenkomsten organiseren om zich bewust te worden van hun privileges en zich te engageren als bondgenoten.

Je zou kunnen zeggen dat het beter is om je te organiseren op basis van affiniteit in plaats van identiteit. Dus dat iedereen die iets wil doen tegen vrouwen*onderdrukking of seksisme welkom moet zijn, ongeacht of deze persoon zelf onderdrukt wordt op basis van gender. Oftewel: dat alle mensen kunnen werken rond vrouwenthema’s als ze daarin geïnteresseerd zijn of bekommerd over zijn, of ze zich identificeren als vrouw of niet. De affiniteit die ze hebben met het thema is wat telt. Maar de vraag affiniteit OF identiteit stelt zich niet in feministische vrouwen*groepen. Deze zijn immers gebaseerd op ZOWEL identiteit als affiniteit. Het is geen kwestie van het een of het ander, maar de noodzaak van beide.

Een andere (terechte) kritiek is dat er binnen vrouwen*groepen ook een ongelijke verdeling is van macht en privileges. Bijvoorbeeld laagopgeleide vrouwen zullen minder macht, privileges en status hebben dan hoogopgeleide vrouwen. Gender/sekse is maar één lijn van onderdrukking. Er is ook etniciteit, religie, klasse, handicap, seksuele oriëntatie, cis/transgender… Je verenigen in een vrouwen*groep (zelfs in het geval van minimale verschillen in onderdrukkingslijnen) wil ook niet zeggen dat iedereen die er lid van is evenveel spreektijd krijgt of dat iedereen even serieus genomen wordt. Dit zijn dingen waar sowieso op gelet moet worden in alle groepen. Dat je een vrouw* bent, betekent niet per definitie dat je de groep waarin je actief bent basisdemocratisch wil organiseren en niet gaat domineren. Maar ik hoop wel dat feministische vrouwen* toch al iets meer bewust zijn en bereid zijn om minstens te proberen om zo niet-hiërarchisch mogelijk te organiseren.

feminist theory from margin to centerFeministisch auteur bell hooks is duidelijk voorstander van samen strijden met mannen als bondgenoten tegen onderdrukking. In haar boek Feminist Theory: From Margin to Center uit 1980 argumenteerde ze dat in de tweede feministische golf alleen witte vrouwen de nood voelden om feministische groepen en ruimtes te creëren voor enkel vrouwen omdat ze volgens haar jaloers waren op geprivilegieerde witte mannen en “an equal share in class privilege” wilden. Zwarte vrouwen (net zoals arme vrouwen, arbeidsters en lesbiennes) willen volgens haar samenwerken met mannen omdat hun levenservaringen meer gelijkenissen vertoonden met die van zwarte mannen (of arme mannen, arbeiders en homo’s) dan met die van witte vrouwen (of rijke/upperclass vrouwen en heterovrouwen).

Ik kan zelf niet voor zwarte vrouwen of arme vrouwen spreken, maar ik vind het vreemd dat hooks beweert dat lesbiennes solidariteit van mannen ondervonden in de holebibeweging, zonder verdere uitleg. Dit is slechts een beperkte weergave: lesbiennes moe(s)ten ook strijden voor hun plaats in de holebibeweging die gedomineerd werd door diezelfde mannen die zich niet altijd zo solidair gedragen/gedroegen. Dit is de ervaring van zowel lesbiennes die nu actief zijn als van oudere lesbiennes uit de jaren ’70, ’80 en ’90. Ze kozen er dan ook vaak voor om zich apart te organiseren.

Ook vind ik het vreemd dat hooks de zwarte feministische vrouwengroepen uit die tijd over het hoofd ziet. Want ook groepen en ruimtes voor enkel zwarte vrouwen, enkel moslima’s, enkel lesbiennes, enkel dikke vrouwen of andere identiteiten gebaseerd op een of meerdere lijnen van onderdrukking hebben hun nut, net zoals de Black Power beweging noodzakelijk en fantastisch werk geleverd heeft zonder al te veel bemoeienissen van witte mensen (waarvan sommigen wel bondgenoten waren).

Waarom women*-only?

Ondanks de kritieken vind ik het apart organiseren van vrouwen dus toch belangrijk en nuttig. Er zijn verschillende redenen waarom feministes kiezen voor bijeenkomsten, collectieven, locaties, workshops, etc enkel voor vrouwen*. Ik zet ze hier even op een rijtje (misschien zijn er nog redenen, laat het dan gerust weten!):

  • Het is nodig dat onderdrukte groepen zichzelf organiseren. Net zoals bv. holebi’s, arbeiders of asielzoekers zich verenigingen om voor hun belangen op te komen, moeten ook vrouwen* dat doen. Ze zullen zich samen onder vrouwen* sterker voelen om actie te voeren. Ze kunnen hun ervaringen delen, begrijpen hun gezamenlijke onderdrukking en ook al zijn er onderlinge verschillen tussen vrouwen*, toch hebben ze ook gezamenlijke doelen. Daarom kunnen vrouwen* ook het beste voor zichzelf spreken, in plaats van dat door anderen te laten doen (idem met bv hetero’s die, ook al bedoelen ze het goed, niet voor holebi’s kunnen spreken). Er is meer begrip in vrouwen*groepen (we hoeven ons niet te verantwoorden en uit te leggen hoe seksisme aanvoelt) en er ontstaat verbondenheid (we vechten samen tegen onze onderdrukking en steunen elkaar).
  • Je leert veel bij in een niet-gemengde groep. Vrouwen* leren allerlei organisatorische taken uit te voeren (acties op poten zetten), redactionele taken op te nemen (opiniestukken schrijven) en te spreken in groep. Dit soort taken worden vaak aan mannen overgelaten in gemengde actiegroepen. Door aangemoedigd te worden om deze taken uit te voeren krijgen vrouwen* meer zelfvertrouwen en leren ze vaardigheden bij.
  • Vergaderingen, discussies en beslissingen worden niet meer gedomineerd door mannen. In gemengde groepen nemen mannen sneller het woord en gaan ze regelmatig de discussie overheersen. Die verhoudingen veranderen vaak in aparte groepen. Toch moet ook in gemengde groepen het streefdoel zijn om iedereen evenveel spreektijd en beslissingsmacht te geven.
  • Er kan over gevoelige of persoonlijke thema’s gepraat worden (zoals over seksueel geweld of onze lichamen) en vrijuit gesproken worden. Vrouwen* voelen zich veiliger en meer op hun gemak om het over zo’n onderwerpen te hebben onder vrouwen*. In zo’n feministische praatgroepen kan ook bewustwording ontstaan (consciousness-raising).
  • Vrouwen kunnen ook zeggen wat ze denken, zonder zich schuldig te voelen tegenover mannen. Ze hoeven zichzelf niet te censureren, te verontschuldigen of te verdedigen tegenover mannen. Ze zouden ook vrijuit moeten kunnen spreken in het bijzijn van mannen, maar vrouwen* zijn zo gesocialiseerd om mannen te behagen en niet te kwetsen en dit moeten we eerst beseffen, analyseren en afleren in een experimentele “room of our own”.
  • Er hoeft geen aandacht, tijd en energie besteed te worden aan het (her)opvoeden van de mannen in de groep. Vrouwen* kunnen zich concentreren op hun eigen behoeftes, zelfvertrouwen, desocialisatie en ontwikkeling. Ook al is het belangrijk dat ook mannen bijleren, dat hoeft niet overal en altijd de prioriteit te zijn.
  • Aangezien de wereld een mannenwereld is, met veel plekken die niet of nauwelijks toegankelijk zijn voor vrouwen*, is het nodig om ook (veilige) ruimtes, groepen en momenten te hebben enkel voor en met vrouwen*. Zulke groepen/ruimtes zijn OK, nodig en leuk. We hoeven ons er niet voor te verantwoorden. Het is een stap op weg naar een egalitaire samenleving en aangezien we daar nog niet zijn, hebben we die ruimtes en groepen nog steeds nodig.

Conclusie

“Men who want to be feminists do not need to be given a space in feminism. They need to take the space they have in society & make it feminist.” ~ Kelley Temple, National Union of Students UK Women’s Officer

Alles bij elkaar pleit ik voor meer vrouwengroepen en vrouwenruimtes, naast gemengde groepen en ruimtes. Daarnaast wil ik iedereen aanmoedigen om zich sowieso in groep te organiseren en veilige ruimtes te creëren. Dat kan met wie jij wil, samen met mannen of zonder, de keuze is aan jou.

Meer lezen op deze blog?