Dit is het eerste deel in een reeks over de problemen met postmodern feminisme. Wat die stroming precies inhoudt, wat de problemen en eventuele pluspunten daarvan zijn, daar gaan we het in een reeks artikels uitgebreid over hebben. De stroming is een doorn in het oog van veel activisten die elk op hun manier ertegen argumenteren. Ik zat zelf al lang met problemen hierrond en het eerste artikel met kritiek dat ik ooit vond was Let them eat text: the real politics of postmodernism van Karla Mantilla, redactrice bij Off Our Backs. Off Our Backs was een erg interessant radicaal feministisch magazine waarvan enkele artikels nog steeds online te lezen zijn.

Haar anekdote over een stagiair die in de war raakte is erg interessant:

One intern, assigned to cover an anti-choice event, became confused about how “You can’t say that anti-choicers are wrong–they have a viewpoint too. You really can’t say any viewpoint is wrong.” She actually became confused about her stand on abortion after hearing the fervent beliefs of anti-choicers. Not that she was convinced by the merits of their arguments–that would have been at least an honest mistake. It was her inability to hold any argument as being more valid than another, so that as long as there are competing positions on any topic, she seemed unable to take a stand on it. This, as I see it, is the cumulative effect of postmodern academic teachings on students of women’s studies these days. They are rendered unable to take even the most obvious of stands with any conviction.

Mantilla beschrijft verschillende problemen met postmodernisme, samengevat:

  • het belangrijke inzicht van postmodernisme dat bijvoorbeeld gender, (zogenaamd) ras en klasse sociale constructen zijn, bestond eigenlijk al veel langer. Het radicale feminisme van de vorige eeuw had deze inzichten al lang verworven, maar zij worden door postmoderne filosofen dan weer op zeer karikaturale wijze aangepakt en naar de prullenmand der geschiedenis verwezen.
  • de schrijfstijl is een ander zeer belangrijk aspect. postmoderne teksten zijn een kluwen van moeilijke woorden, vaak nieuwe zelfverzonnen concepten, geplaatst in bijzonder slecht geformuleerde zinnen. Het effect daarvan is dat het mensen zich dom doet voelen.

Op een recent congres waarover Anja Meulenbelt een verslag schreef, merkte ook zij op dat ze de uitleg van postkolonialiste – alles moet beginnen met post – Spivak niet kan volgen, haar boeken niet kan lezen en dat veel mensen zich geïntimideerd en dom voelen door de spreekster. Wat het nut is van een theorie die ook mensen als Meulenbelt met tientallen jaren ervaring in feminisme niet begrijpen, is me niet duidelijk.

Na tien minuten heb ik het al opgegeven om wat ze zegt nog enigszins samenhangend te noteren. (…)

In mijn hotelkamer met uitzicht op de Oude Gracht doe ik ‘s avonds mijn best, maar ook op papier is het bepaald niet eenvoudiger om Spivak te kunnen volgen. Veel concessies aan de mensen die Derrida of Foucault niet in hun broekzak hebben zitten doet ze niet, even een term met een voorbeeld uitleggen is er ook niet bij. (…)

Ik heb niet geprobeerd haar te benaderen. Er schijnen wel meer mensen gezegd te hebben dat ze een beetje bang voor haar zijn, voor haar scherpe tong en haar scherpe oordeel, en voor het gegeven dat je je wel erg nederig en een beetje dom gaat voelen in het schijnsel van dat powerhouse.

Mantilla vertelt een gelijkaardig verhaal over de schrijfstijl en het effect daarvan:

Writing style–Although the obtuse writing style is an easy mark for criticism, it must be emphasized again that even highly educated people struggle with its nuances and meanings. As I have struggled to make it through the painfully dense and clumsy prose that is characteristic of postmodernist writers, I have discovered that the thinking underneath the layers of prose absolutely does not merit such convoluted presentation–the ideas are no more complex or complicated than ideas in progressive, marxist, feminist or other theories. This writing style is more than inconvenient and cumbersome–it has an effect.. As Katja Mikhailovich writes in Radically Speaking (see review in this issue) “My first response, and the response of many women I have talked with since, was to doubt my own intellect and ability to make meanings of these texts.” The effect (presumably unintended but effective nevertheless) is to create self-doubt in the intellectual abilities of the reader and to discourage students from theorizing about their own experiences and lives thereby making the connections necessary for radical consciousness and activism. The ability to create theory is relegated to those in authority–professors and their ilk. Even thoughtful and analytical students come to see theory making as excessively complex and out of their reach.

Welke problemen treft ze nog aan over postmodernisme?

  • Het afwijzen van een groot verhaal – iets wat wereldverbeteraars samenbrengt is hun geloof in een maatschappelijke transformatie om een betere wereld te creëren. De mogelijkheid hiertoe wordt steeds tegengesproken door conservatieven, nationalisten, en dergelijke. Postmodernisme, gelijkaardig aan liberalisme, komt op het eerste zicht wel rebels over maar legt de nadruk op een puur individuele transformatie: aan genderdeconstructie doen en dergelijke, op die manier plegen we verzet. Dat klinkt allemaal nogal elitair en dat is het ook.
    Hoewel het wel degelijk belangrijk is om kritisch te zijn over wie er spreekt, wie ze pretenderen te vertegenwoordigen, welke woorden gebruikt worden, is postmodernisme een relativering die zo ver is doorgedreven dat er niets nog duidelijk kan gezegd worden. Op die manier wordt ook het organiseren als groepen tegen een bepaalde vorm van nerdrukking onmogelijk. Inderdaad, postmoderne teksten bekritiseren het spreken over onderdrukking, het gebruik van “valse” tegenstellingen en dergelijke.
  • Ook de timing is niet toevallig volgens Mantilla:

What is also interesting is the timing of the advent of postmodernist theory. As Somer Brodribb and Barbara Christian point out in Radically Speaking, postmodernism came into vogue in academia just when the voices of women and people of color began to assert a significant presence there. It seems that when groups other than those in power attempt to say things, suddenly truth dissolves into meaninglessness. This is a little too coincidental for my taste.

The coincidence becomes even more striking when it becomes apparent that this is not the first time this has happened. Right after the first wave of feminism, in the 1920s, when women had made some advances, had gotten the vote, and began to gain some access to academia, another nihilistic kind of theorizing became the rage in academia–relativism and existentialism. Again, just when women were trying to gain access, and to articulate our points of view, suddenly nothing was meaningful anymore, everything was relative, and meaninglessness was lauded as high theory.

I suggest that postmodernism is nothing more than the new relativism and that relativistic theories emerge as a new line of defense when power structures are becoming threatened. It is a very insidious and crafty defense because it mouths the words of liberation while simultaneously transforming them into meaninglessness.

Over die timing en het onstaan va het postmoderne kader tegen een achtergrond van opkomend neoliberalisme zullen we het in volgende delen nog hebben. Veel leesplezier🙂

Wordt vervolgd

Zie ook:

fist