Eyes behind bars
Prison: swinging solo (c) Julia Rice

Iets wat ik vaak meemaak zijn discussies over of iets al dan niet feministisch is én of je dat wel mag zeggen. Ben je dan zelf geen onderdrukker als je tegen anderen zegt dat iets niet feministisch is? Is er dan maar één juist feminisme en wie zou dat dan wel bepalen?

Om te beginnen vereist deze discussie een mening over wat feminisme precies is. Mensen hebben vaak impliciet een soort idee dat erop neerkomt dat alles wat vrouwen (“en mannen”) doen, als ze zeggen dat het feministisch is, dat dan ook zo is. Femen. Poseren in playboy. Tegen het recht op abortus zijn.

Stel dat we die redenering in het extreme doortrekken, dan is alles feministisch. Feminisme is dus niet meer nodig, iedereen kan rustig naar huis gaan en tv kijken. Dat klinkt onzinnig, maar het is de logische conclusie als je niet meer kan zeggen dat iets niet feministisch is. Deze vrij onzinnige opvatting kan echter wel ingedekt worden tegen kritiek: zeg dat het jouw keuze is. En hoe durft iemand anders kritiek te hebben op jouw keuze. Dat is een aanval op jouw agency en is dus onderdrukkend. Deze liberale opvatting houdt momenteel een groot deel van het feministisch debat gegijzeld.

Het andere extreme voelt alvast ook niet juist. Er kan niet maar één feminisme zijn, dat dan bepaald wordt door een groep (waarschijnlijk blank, middenklasse, hetero, able-bodied) die het dan binnen het feminisme voor het zeggen heeft. Er kan echter wel ergens een grens zijn. Misschien is die grens heel erg vaag. Als we alle menselijke gedrag voorstellen, kunnen we dan ergens een cirkel trekken rond feministisch gedrag of is dat onzin?

Recht op een échte mening

George Orwell zei ooit “Journalism is printing what someone else does not want printed: everything else is public relations.” Daar moet ik regelmatig aan denken in meer liberale groepen, die het zeer moeilijk hebben hun angst voor – al dan niet imaginaire – kritiek vanuit de mainstream te overwinnen. Vrouwen worden hun eigen zelfcensurerende genderpolitie. Feminisme is echter “a revolution, not a public relations movement” zoals Gloria Steinem het ooit uitdrukte.

Feminisme zou een stuk interessanter zijn moesten meer mensen eerlijk en duidelijk hun mening zeggen in plaats van daar schrik voor te hebben. Interessant hierbij is het verhaal van Karla Mantilla, redactrice van Off Our Backs. Ze beschrijft (in een erg interessante tekst over postmoderne politiek) een stagiaire die in de war raakte omdat ze de “je kan niet zeggen dat iets niet feministisch is” mening aanhing en geconfronteerd werd met anti-abortus activisten.

One intern, assigned to cover an anti-choice event, became confused about how “You can’t say that anti-choicers are wrong–they have a viewpoint too. You really can’t say any viewpoint is wrong.” She actually became confused about her stand on abortion after hearing the fervent beliefs of anti-choicers. Not that she was convinced by the merits of their arguments–that would have been at least an honest mistake. It was her inability to hold any argument as being more valid than another, so that as long as there are competing positions on any topic, she seemed unable to take a stand on it. This, as I see it, is the cumulative effect of postmodern academic teachings on students of women’s studies these days. They are rendered unable to take even the most obvious of stands with any conviction.
Let them eat text: The real politics of postmodernism

En dat is een heel droevige evolutie in feminisme. Ik kom wel eens mensen tegen die, als je eender welk onderwerp vernoemt, onmiddellijk een lijst van auteurs kunnen aframmelen. Hun eigen mening is dan helaas ver te zoeken. Hetzelfde soort mensen die, als je zegt dat je een probleem hebt met (eender welk seksistisch fenomeen) lekker betuttelend zeggen “ja, dat is een standpunt”. Nooit heb ik me meer miskend gevoeld dan als mensen op een dergelijke manier het hele concept van activisme belachelijk maken en onderuit halen.

In een discussie die ik me nog altijd herinner met een student filosofie, hing hij de seksist uit en telkens als ik iets zei, legde hij uit dat wat ik zei maar een mening was. Wat hij zei was natuurlijk de waarheid, want gesteund door Grote Mannen Filosofen. Ook hij was een grote fan van postmodernisme, dat hij fijn gebruikte om altijd gelijk te krijgen en niets nuttigs te hoeven doen. Over die stroming ga ik later nog schrijven.

Recht op een radicale mening

Een ander probleem met dat recht-op-diversiteit pleidooi is dat het de meer radicale meningen zijn die bescherming nodig hebben en ruimte moeten krijgen, want die worden juist het meest aangevallen. Haast niemand gaat een feministe aanvallen die zegt “ik ben voor gelijk loon voor gelijk werk” – iedereen is dat, zo nieuw of bevrijdend is het niet om dat te zeggen. Idem met “Ik ben voor een bevrijdende seksualiteit”? Ja, ik ook, iedereen is dat. Maar hoe komen we daar? Stel dat je zegt “ik ben tegen de permanente seksuele beschikbaarheid van vrouwen als koopwaar zoals door het systeem van prostitutie” ja, dan krijg je wel kritiek – omdat dat standpunt een mening is die echt ingaat tegen een maatschappelijk probleem van structureel seksisme.

Soms komt er een tegenreactie die terug te brengen is op het concept van neprebellie. Mensen beseffen wel ergens dat slaafs de mainstream volgen een slecht idee is, of toch tenminste niet zo erg cool, dus zoeken ze iets om tegen te rebelleren. Radicale feministes bijvoorbeeld, een gemakkelijk doelwit gezien die bijna geen macht of ruimte hebben in deze maatschappij. Radicale feministes “onderdrukken” mensen hun mening. Niet de wereldwijde porno-industrie van 98 miljard dollar. Niet het sociale en juridische systeem waardoor er een stijging is van seksueel geweld op vrouwen en de veroordeling van verkrachters belachelijk, onmenselijk laag is. Nee, radicale feministes zijn het die moeten stoppen met… En dat noemen we dus neprebellie: het is geen werkelijk verzet tegen problematische aspecten van onze maatschappij.

Idem met naaktheid trouwens: je kan je afzetten tegen een of andere niet bestaande onderdrukking en gaan strippen of meedoen met Femen. Je krijgt dan veel applaus van erg veel mensen. Mannen richten fanclubs voor je op en verspreiden foto’s van je. Ook dit is weer neprebellie. Ik wou dat het zo simpel was: als we alleen maar even uit de kleren moesten en seksisme zou stoppen, tsja, dan waren we er al en moesten we al die moeite niet doen.

Wat ik hierna schrijf zou ik niet moeten schrijven, maar laat ik het dan maar als voorbeeld gebruiken: “ik heb geen probleem met naaktheid”. Waarom moet je zoiets erbij zetten? Omdat je anders weer wordt afgedaan als een conservatieve seut. Dat is namelijk de enige mogelijke manier om Femen achtige onzin nog als rebellie voor te stellen: je moet een of andere vijand verzinnen, liefst eentje met weinig macht. Ook opmerkingen à la “ik ben niet zo’n harige / lesbische / antiseks …” etcetera zijn grof en beledigend en zelf al seksistisch want ze zijn een toegeving aan de malestream mainstream. Na een tijdje heb je het gevoel dat je als feministe maar beter eerst een pornofilm draait, dan kun je die daarna laten zien als mensen je vragen of je dan niet tegen seks/naakt/whatever bent. Street cred, here i come…

Afbakenen van feminisme

Een kritiek die ik wel terecht vind is dat feminisme een probleem heeft met diversiteit en representatie. Er is natuurlijk niet maar één geldige feministische stroming en er is een probleem met de media en de meer populistische varianten van feminisme. Dit blijft een probleem. Tezelfdertijd is er een probleem langs de andere kant. Feminisme is een beweging. Die beweging moet dus wel ergens naartoe bewegen, anders blijft ze ter plaatse trappelen.

De bedoeling van een feministische beweging is het ingrijpen in de realiteit en die veranderen. Ik ben zelf een grote fan van het werk van bell hooks, die regelmatig het thema van definitie en effect van feminisme behandeld. Zij pleit altijd voor een feminisme dat kruispuntdenken gebruikt en bijvoorbeeld  seksisme, racisme en klassisme samen behandelt.

In haar Feminist Theory From Margin to Center citeert ze:

“There are as many definitions of Feminism as there are feminists, some of my sisters say, with a chuckle. I don’t think it’s funny.”

— Carmen Vazquez, Towards a Revolutionary Ethics

Dat hoorde ik vaak toen ik pas begon met feminisme: “er zijn zoveel feminismes als er feministen zijn”. Dat is natuurlijk waar op een bepaald niveau, niemand heeft exact dezelfde mening. Klinkt ook behoorlijk positief op het eerste zicht. Maar op die manier, zoals al beschreven, is feminisme geen beweging meer maar een individueel label dat mensen dragen als ze daar zin in hebben. Een dergelijke feminisme gaat nergens naartoe, precies vanuit het ideologische onvermogen en/of het gebrek aan lef om een richting aan te duiden en de kritiek te aanvaarden die dat onvermijdelijk met zich mee zal brengen.

Denkers als bell hooks baseren zich ook op de idee dat feminisme een collectieve verzetsbeweging moet zijn die de verschillende systemen van onderdrukking in rekening brengt en daar en collectief antwoord op probeert te bieden.

Goed, hoe weten we dan precies wat feminisme is? Dat komt dan weer neer op een probleem van kennisvorming. Hoe vormen we kennis en hoe beoordelen we die? De praatgroepen (consciousness raising) die door de tweede golf bekend werden zijn bijvoorbeeld een manier, een feministische methode voor het vormen van kennis. Voor sommige feministes zijn die cr-groepen een methode voor feminisme zoals historisch materialisme dat is voor socialisme. Het werk van Catharine MacKinnon is hierover zeer interessant. Blogster Melissa McEwan heeft ook een interessant stuk over het objectief inschatten van seksisme.

Het is mijn mening dat we iets gelijkaardigs terug nodig hebben. Feminisme kan niet groeien door mainstream media, celebrity events of single-issue politics. Wel in kleine groepjes die een veilige ruimte proberen creëren zodat er echt gediscussieerd en nagedacht kan worden. Dit artikel wordt echter al te lang, dus wordt vervolgd…

Zie ook