“Hoe kan dit zo scheef?” is een gastbijdrage van Weia Reinboud van Uitgeverij Atalanta.

Het glazen plafond, dat bestaat, dat is bekend – een oldboysnetwerk zorgt er wel voor dat het een oldboysnetwerk blijft. Er zijn wel signalen dat er meer vrouwen aan de top van bedrijven komen en er zullen emancipatoristen (m/v) zijn die dit handenklappend en likkebaardend (baard?) toejuichen, maar persoonlijk zag ik liever dat alle bedrijfstoppen uit de samenleving wegvielen. Hier is nog een lange weg te gaan.

Er zijn meer stukjes van de samenleving waar de geslachten of genders of hoe je die dingen noemen wilt niet evenredig vertegenwoordigd zijn. Neem dit.

Wij, dat wil zeggen Atalanta Utrecht, dat wil zeggen Rymke en Weia, geven wat dingen uit, waaronder een goed lopend spelletje met filosofischachtige vragen, het Billen Bloot Spel. Op geen enkele manier zit daar iets feministisch of anderszins vrouwelijks aan, maar van de bestellingen die we krijgen is het merendeel vrouw. Hebben we met onze boeken een standje, dan verkopen we ook aanzienlijk meer aan vrouwen dan aan mannen. Hoe kan dat?

Of neem een gevaarloze hobby als vogeltjes kijken. Of libellen. Of dagvlinders. Er zijn heel wat vrouwen die dat doen, maar dan komt er in Nederland een dag om te proberen zoveel mogelijk soorten te vinden in een bepaald gebied en dan zijn er negentien rondleidingen en ja, twee door een vrouw. Ik heb het nageteld.

En wie lezen in meerderheid literaire boeken? Vrouwen. En wie worden in meerderheid genomineerd voor literaire prijzen? Mannen.

In Nederland moest onlangs een regering gevormd worden, dat begint met een zogeheten informatie en wat zaten daar aan tafel. Uitsluitend mannen. Van rechts en van links (nou ja, gematigd links). Mijn moeder zei veertig jaar geleden bij dergelijke gelegenheden: ‘allemaal mannen’. Een regering, een verdrag, een fusie van grote bedrijven, noem het maar. (Ze zei het veelvuldig.) En die mannen hebben vaak ook nog een keurig pak aan, dat wil zeggen, een uniform, dat wil zeggen iets grijs, iets met schoudervulling zodat ze een beetje alfamannetjesachtig er uitzien en met een hoofddoekje om de nek gestrikt. Stropdas heet dat.

Zo kunnen we eindeloos doorgaan met scheefheden opnoemen.

De vraag is natuurlijk hoe dat kan. Doen de mannen iets, of laten ze iets na waardoor de vrouwen denken ‘doeg’ en er mannenbolwerkjes ontstaan? En idem bij de vrouwen, doen ze iets of laten ze iets na waardoor mannen wegblijven?

Er kunnen grote maatregelen zijn waardoor mannen iets naar zich toetrekken, in Nederland mochten vrouwen vóór 1956 geen huis kopen bijvoorbeeld. Maar het kunnen ook subtiele dingetjes zijn die grote gevolgen hebben. In vergaderingen heb je mensen die altijd hun zelfde zegje willen doen, net zoals hondjes tegen alle bomen piesen (mannetjeshondjes hè). Als dat net wat meer mannen dan vrouwen zijn, dan kan het zomaar gebeuren dat er al gauw vooral mannen aanwezig zijn en dat de vrouwen vinden dat ze wel wat beters of leukers te doen hebben.

Vaak is het allemaal niet erg, wat geeft het als een kalligrafieclub vooral uit vrouwen bestaat. Of het gilde van oudemotorenpoetsers uit merendeels mannen. Maar er zijn dingen…

Ik heb een essay geschreven over vrijheid onder de titel ‘Welke vrijheid’. Daarin begin ik met het begrip enorm breed in te vullen, waardoor ook zakkenrollen onder het uitleven van vrijheid valt. Daarna heb ik binnen al die vrijheden een viertal gebieden onderscheiden. Het eerste gebied bevat het zakkenrollen en andere vormen van vrijheid uitleven die direct ellende bij een ander veroorzaken. Het tweede gebied is wel ellende veroorzaken maar zorgen dat dat voorbij de horizon gebeurt – hard core kapitalisme valt hieronder, de miljard hongerigen op de wereld worden door het kapitalisme ‘geproduceerd’, maar ze wonen vooral in verre landen. De derde vorm is de vrijheid nemen om een taart in ongelijke stukken te verdelen (à la de kapitalist), maar wel oud brood te geven aan wie geen taart krijgt. Denk aan ontwikkelingshulp, minimumloon, uitkeringen. Tenslotte is er de vierde soort vrijheid, dat is zoveel vrijheid nemen dat er ook genoeg voor alle anderen is.

En nou vrees ik dat die fijne vierde soort vrijheid typisch iets is dat gemiddeld gesproken vooral door vrouwen aantrekkelijk gevonden wordt. En dat die op dezelfde subtiele of niet subtiele manieren gedwarsboomd wordt als bij al die andere scheefheden het geval is.