Zie ook de inleiding van deze reeks over feminisme en geweld. Ook dit stuk komt met een trigger warning – uitgelegd in de inleiding. Ik doe mijn best om hier doenbaar rustig over te schrijven maar netjes formuleren en editeren is wat moeilijker dan anders gezien de aard van het onderwerp.

De laatste jaren zie ik hernieuwde aandacht over hoe om te gaan met geweld binnen een groep of gemeenschap. De door de media geïnspireerde visie op geweld als iets wat gebeurt door een enge man in de bosjes is reeds lang verlaten door feministes, wij weten dat geweld vaker een zaak is van bekenden.

Maar geweld is niet altijd even eenvoudig. Een aantal gemeenschappen in verschillende landen probeert te leren omgaan met de moeilijker zichtbare vormen van geweld, de grijze zones, heel complexe situaties, en hiermee om te gaan als gemeenschap in plaats van ofwel zich er niets van aan te trekken (“het is persoonlijk”) of een externe autoriteit (politie, rechtbank) in te roepen die de problemen vaak nog erger maakt. Ze ontwikkelen tools om om te gaan met heel complexe situaties en dat is echt hartverwarmend om te zien en mee te maken – dit is de toekomst.

Verkrachtingscultuur

Om te beginnen wil ik kort zeggen dat het typische geloof in een rechtsstaat en een politie-apparaat dat dan “de problemen” maar moet oplossen, voorbijgestreefd is. Onze politie en rechtbanken kunnen niet omgaan met geweld, krijgen bijna geen daders veroordeeld en gaan vaak heel slecht om met de slachtoffers. Bovendien zijn er veel vormen van geweld waarin ze eigenlijk niet kunnen ingrijpen. Ik ga hier in latere teksten nog dieper op ingaan. Ik heb dit zelf heel lang niet willen inzien of toegeven maar ik ben hierover verkeerd geweest. De politie heeft momenteel geen positief effect als het gaat over geweld tegen vrouwen, het zal dan ook aan ons zijn om een beweging op te bouwen om te proberen de situatie beter te maken. Bovendien is de politie een apparaat dat een monopolie op geweld heeft in dienst van een steeds crimineler wordende staat, iets waar we rekening mee moeten houden.

Elke keer als er iets in het nieuws komt rond seksueel geweld is het problematisch. Maar niet alleen in het nieuws. Slachtoffers krijgen een sociaal bombardement over zich heen ook van hun omgeving en hun vrienden. We worden niet geloofd, niet serieus genomen, onze ervaringen getrivialiseerd.

Van zodra er een slachtoffer durft naar buiten te komen met haar verhaal begint het proces waarbij zij terechtstaat. In plaats van het aanpakken van de dader wordt het slachtoffer op de korrel genomen: het is haar schuld, ze is een slet, ze lokte het uit, ze liegt, ze kende de dader, het is een goede kerel/lieve vrouw, we kennen de dader beter, die zou zoiets nooit doen, had ze niet al eerder met die man seks gehad, had ze geen relatie gehad met de dader? Was de dader geen voorbeeld in de gemeenschap, behulpzaam, aardig, werkt hard? De dader had een job, ze waren vrienden, ze gaf signalen met haar ogen, het hoort bij onze cultuur?

Ondertussen blijven de problemen verdergaan, tot een inhoudelijke discussie komt het nooit, want na enkele zinnen moet er per se iemand beginnen over slachtoffers die liegen of de rechten van de dader en dan raakt de discussie nooit verder. Een aantal autonome groepen en initiatieven proberen op hun kleine manier het tij te keren, in Gent bijvoorbeeld groepen zoals FEL (ook op Facebook), het Heksennacht collectief en Hollaback Gent (wordt nu opgericht, zie ook Hollaback Brussel).

Het is helaas wel zo dat de meer geïnstitutionaliseerde vrouwengroepen een minder stevige kijk durven hebben op geweld en feminisme. Er zijn uitzonderingen bij bepaalde subthema’s, zo steunen de meeste vrouwenorganisaties in België – allemaal behalve het Vrouwen Overleg Komitee – een andere kijk op prostitutie meer geïnspireerd door het Zweedse model.

Bij een recente discussie bij het VOK raakten we het zelfs niet eens over de basiseis van gratis opvang in vluchthuizen voor vrouwen die slachtoffer zijn van geweld – opvang die nu handenvol geld kost, kinderen kosten extra, vrouwen zonder papieren worden geweigerd. Dit zou politiek niet haalbaar zijn, ik hoor dezelfde excuses als de Gentse schepenen komen vertellen dat er geen politiek draagvlak is voor goede opvang van daklozen in de winter en dergelijke. Het toont een droevig gebrek aan politiek inzicht dan wel een cynische realpolitik maar dat is de realiteit waarin we moeten actievoeren.

Meer over verkrachtingscultuur op een aantal andere websites: Shakesville, YesMeansYesBlog, Wikipedia, STFU, Rape Culture.

Schets van enkele problemen

Het Incite! project

In 2004, a Native transgender woman involved in the sex trade in L.A. told Amnesty International researchers that “every night I’m taken into an alley [by police] and given the choice between having sex or going to jail.” – Incite! poster

Wat als de politie ergens bijhalen het probleem enorm verergert? Zwarte gemeenschappen in de VS bijvoorbeeld hebben veel problemen met politie die sowieso agressief zijn naar hen toe, ze bellen voor bijvoorbeeld seksueel geweld resulteert vaak in verder misbruik van vrouwen door de politie. Analoog voor prostituees en mensen zonder papieren: ook zij worden vaak misbruikt of mishandeld. Wie gelooft in deze samenleving dat prostituees verkracht kunnen worden? Het ongeloof daarin en de precaire positie van veel prostituees maakt dat zij weinig mogelijkheden hebben om dit onrecht bekend te maken en aan te pakken. Het Incite! – women of color against violence project bijvoorbeeld probeert om in de gemeenschap zelf tools te ontwikkelen om geweld tegen vrouwen en transpersonen tegen te gaan. Ze zijn zowel radicaal en antiracistisch als transinclusief, fantastisch. Op hun website vind je ook enkele interessante publicaties en posters.

Wat als je partner zelf een linkse activist/socialist/anarchist/feminist is, wie gaat je dan geloven? In de realiteit onvoorstelbaar weinig mensen, behalve een paar feministes die goed gevormd zijn rond dit onderwerp en/of zelf ervaring hebben met geweld. De anderen hun denken wordt verstoord door de zwart-wit aannames: geweldplegers zijn absolute slechte mensen, niet mensen die de wereld proberen te veranderen. Daders hebben een t-shirt waarop staat “ik ben de dader” en kijken kwaad – je herkent ze direct. Dit waanbeeld is enorm schadelijk voor een goede bestrijding van het probleem.

Wat als het allemaal niet zo zwart wit is? Wat als je een handicap hebt, en de enige die voldoende tijd uittrekt om voor je te zorgen is tevens degene die je misbruikt? Wat als er twee mensen zijn die elkaar geweld aandoen? Wat als je je geloof in de mensheid niet kwijt bent ondanks alles en erin gelooft dat de dader mits ter verantwoording geroepen, mits een of ander gemeenschapsproces, in dezelfde ruimtes kan zijn en aan zichzelf werken terwijl hij/zij verder actief is in de gemeenschap of groep?

Wat als de dader er zich niet zelf van bewust is?

Wat als je niet gelooft – praktisch of principieel – in (permanente) sociale uitsluiting van de dader, hoe werk je dan aan een leefbaar klimaat?

Goede en noodzakelijke lectuur

Waarom noodzakelijk? Omdat wij allemaal zijn opgegroeid in een patriarchale samenleving. De onderdrukking van vrouwen op gebied van seksuele beschikbaarheid en geweld is een van de fundamentele aspecten van deze samenleving, dit systeem wordt in stand gehouden door een mediabombardement van leugens en stereotypen en de nalatigheid van de mensen in dit systeem.

Ook de beste feministe kan zich nooit helemaal bevrijden van de aannames die het systeem van seksisme in onze hoofden stopt. Daarom is het belangrijk kritisch te blijven nadenken en onze eigen vooroordelen te blijven bestrijden. Zoals het idee heerst dat daders gemene kwaadkijkende mannen zijn, zo heerst ook het idee dat slachtoffers dan weer pure engeltjes zijn. Zo zijn er nog tientallen clichés die we ook in onze hoofden moeten aanpakken.

De revolutie begint thuis

Een heel interessant recent uitgebracht boek is The Revolution Starts at Home: Confronting Intimate Violence Within Activist Communities. Hierin komen allerlei verhalen terug die samen – het is cliché maar toch – meer dan de som van de delen vormen. Dit boek is voor zover ik weet baanbrekend, ik ken geen enkel ander boek dat op een dergelijke verfijnde manier omgaat met deze problematiek. Ik heb er veel van bijgeleerd.

Have you found solutions where accountability didn’t mean isolation for either of you? Was the ‘healing circle’ a bunch of bullshit? Is the local trans community so small that you don’t want you or your partner to lose it?

Een greep uit de teksten: Seeking Asylum – On Intimate Partner Violence & Disability gaat over een abusievelijke relatie tussen een persoon met zware fysieke handicaps en de persoon die haar helpt en ondersteunt… en uitholt en kapotmaakt. Maar zij is wel de enige die voor haar zorgt, er zijn geen familie of vrienden die die zorg kunnen of willen overnemen. Hard, en realistisch. Geweld is niet altijd simpel namelijk. Er is een stuk over Reclaming Queer & Trans Safety en een stuk over Creating Community Solutions. In I Am Because We Are – believing survivors and facing down the barrel of the gun is een interview met Alexis Pauline Gumbs van de Ubuntu coalitie. Making Our Stories Matter is een project om meer aandacht te hebben voor survivors. En nog veel meer goede teksten. Ik vind het boek niet perfect, maar het is wel een aanzet tot wat we nodig hebben met ideeën over waar we naartoe kunnen gaan.

Gewoon, rechtvaardige seks

Het boek Just Sex: Students Rewrite the Rules on Sex, Violence, Activism and Equality was voor mij een heerlijke openbaring. Hier waren studenten van het Amerikaanse Antioch College die zelf elkaar vormden rond seksualiteit en geweld – en consent. De school had zelfs in de reglementen geschreven dat expliciete verbale consent nodig was voor seks – een fantastisch teken, en dat in preutse porno tijden.

In het stuk The Writing on the Stall gaat het over een studente die de moed had om op de deur van een toilet te schrijven dat ze verkracht was, en wie haar dader was. Andere studentes volgden haar voorbeeld. Uiteindelijk werd dit ontdekt door de autoriteiten en toen ontstond een hele discussie over privacy en vrije meningsuiting versus censuur – interessant omdat de discussie meestal omgekeerd wordt gevoerd: feministes die argumenteren dat grappen over verkrachting problematisch zijn of dat pornografie een vorm van geweld is op vrouwen, krijgen altijd het censuur / vrijheid discours tegen zich.

Verder in het boek staan artikels over The Perfect Rape Victim, Asking for Consent is Sexy, Peer Education en nog veel meer. Zowel praktische teksten als meer inzichtelijke vind je hier, vlot bijeengeschreven, leerrijk en inspirerend én met een voorwoord van Andrea Dworkin en een afsluiter van John Stoltenberg. Wat wil je nog meer?

Enkele voorstellen en aandachtspunten

Om te beginnen moeten we durven breken met de ideeën en procedures uit onze samenleving – die werken vaak niet, die hebben geen nut als het gaat om geweld binnen een gemeenschap op een goede manier op te lossen. Verder moeten we zowel slachtoffer als dader opnieuw centraal stellen op de juiste manier: slachtoffers moeten niet terechtstaan als daders, slachtoffers moeten geloofd worden. Geweld mag niet opzij geschoven worden als iets dat niet bestaat of niet belangrijk is.

Permanente vorming

Vanuit het principe dat we allemaal imperfect zijn en nog veel moeten bijleren, is regelmatig vorming fundamenteel. We moeten allemaal nog veel vooroordelen uit onszelf weghalen en de discussie over hoe als gemeenschap omgaan met geweld is nog vrij nieuw – er is nog veel te ontdekken en bij te leren. Enkel door voortdurende aandacht kunnen we voorkomen dat gemeenschappen terugzakken in het cliché discours van victim blaming, zwart/wit denken en stereotiepe daders en slachtoffers.

Een veilige, positieve omgeving

Door het creëren van een positieve en veilige atmosfeer zullen er meer mensen hun verhaal kunnen vertellen. Dat is de eerste stap voor het voorkomen van meer problemen en het kunnen proberen omgaan met de incidenten die helaas gebeurd zijn. Geloof ons. Geloof de verhalen, ze zijn echt. Het nepargument dat vrouwen zomaar iets verzinnen is enkel een manier om de status quo te behouden. Het is ook al te belachelijk – vrouwen die hun verhaal vertellen worden keihard aangevallen, niemand doet dat voor hun plezier.

Een complexe zaak

Geweld gaat ook niet altijd samen met de nette lijnen van onderdrukking. Het is niet altijd man tegenover vrouw, ouder naar jonger, cisgender naar transgender. Maar macht speelt wel een niet te ontkennen rol en dit moet dan ook mee worden genomen in onze kijk op het probleem en onze methodes van consent – consent onder druk is namelijk geen consent en de machtsverhoudingen tussen mensen kunnen zeer scheef liggen.

Om het nog moeilijker te maken kunnen twee – of meer – mensen elkaar geweld aandoen. Op dat moment denk ik dat een soort community approach noodzakelijk is: een gemeenschap die meewerkt om het probleem aan te pakken. Maar dit kan alleen als de gemeenschap voldoende is gevormd rond geweld en hiermee omgaan. Zoniet komt er een soort zwart/wit denken, heksenjacht of blaming the victim alles verpesten en nog erger maken.

Openbreken van bewustzijn

Soms moet je wel hard zijn als het over geweld gaat. Als er in een gemeenschap iemand is die zich niet bewust is van het geweld, moet het een prioriteit zijn om dat inzicht wel te brengen. Als het nodig is dat een groep vrouwen binnenstormen bij een dader en hem confronteren met wat hij gedaan heeft, dan is dat nodig.

Hebben we een soort Gulabi Gang nodig? Misschien wel. Maar dan moeten we ook een manier hebben om om te gaan met machtsstructuren binnen die groep, zodat niet dezelfde problemen daarbinnen optreden. Het kan niet dat de ene politie wordt vervangen door een andere die ook opereert in een machtshiërarchie met vriendjespolitiek, corruptie en omkoperij. Ik ben momenteel voor de oprichting van een Gulabi Gang achtig initiatief – het zal imperfect zijn maar het alternatief is nooit niets doen en het vele geweld laten voortbestaan. We moeten meer ervaring opdoen met feministisch organiseren zonder hiërarchieën.

Sociale uitsluiting

Ik ben zelf wel een voorstander van sociale uitsluiting, vanwege het simpele feit dat het werkt in de praktijk. Het werkt, dat wil zeggen, in eerder eenvoudige gevallen met een dader en een slachtoffer. In meer grijze zones en wederzijds geweld is het een moeilijkere zaak. Maar het kan voor een slachtoffer zo’n onvoorstelbare opluchting en rust geven, dat is niet te verwaarlozen.

En gevangenissen? Wie komt er in gevangenissen terecht, meestal mensen uit minderheidsgroepen. Ik ben in principe niet echt voor gevangenissen, maar op dit moment ben ik gematigd voor gevangenissen voor daders van geweld, op zijn minst totdat er gemeenschappen ontstaan die er klaar voor zijn om daar op een betere manier mee om te gaan – wat nu nog niet zo is.

Ik vind dat slachtoffers belangrijk zijn. Soms, als het lukt, zie je de slachtoffers terug een leven opbouwen als de dader weg is uit hun omgeving – dat hoeft dus geen gevangenis te zijn. Dat opent mogelijkheden, maar het is oppassen. Bij moeilijke conflicten kunnen mensen tijdelijk “uit elkaar” worden gehaald, maar het probleem mag zich niet gewoon verschuiven.

Het geloof in een mottige wereld vol mogelijkheden

In de sociale psychologie is er iets dat we het geloof in een rechtvaardige wereld noemen. Dit is een aanname van mensen – zowel bewust als onbewust – dat de wereld waarin we leven fundamenteel wel rechtvaardig is. Mensen die zwaar ziek zijn, zijn ziek omdat ze iets misgedaan hebben. Slachtoffers van geweld zullen het op een bepaalde manier wel uitgelokt hebben.

Het is veel gemakkelijker hierin te geloven dan de wereld te durven zien zoals die is: potentieel prachtig, met veel moois in, maar ook zeer slecht georganiseerd op principes van competitie, dominantie en machtshiërarchie.

It takes a community

Geweld is geen persoonlijke zaak, geweld is een zaak van de hele gemeenschap. Geweld is te moeilijk om tussen twee personen op te lossen, per definitie is het misgelopen tussen die personen en kan dat dus niet zomaar. Geweld is een aspect van onze maatschappij en we zijn dus allemaal mee verantwoordelijk voor dit proberen voorkomen en achteraf ermee omgaan. Wil jij degene zijn die door te zwijgen geweld laat verder bestaan of andere vrouwen in gevaar brengt? Ik niet. Onze stilte kan ons niet beschermen, onze verhalen vertellen kan de wereld veranderen.

Enkele voorbeelden in België

Een man die vaak een activistisch café bezocht, was verantwoordelijk voor fysiek geweld en aanranding / verkrachting op meer dan acht vrouwen. Ondanks herhaaldelijke rechtszaken – met veroordeling – bleef hij vrij rondlopen, zonder gevolgen voor hem en des temeer gevolgen voor de slachtoffers en potentiële slachtoffers rondom hem. Eén van de slachtoffers liet het er niet bij en maakte de zaak publiek op aanraden van haar vrienden. Uiteindelijk zijn drie mensen van het café naar zijn huis gestapt en hebben hem duidelijk gemaakt dat hij niet meer welkom was. Er is toen een hevige discussie geweest waarbij de slachtoffers initieel de schuld kregen, maar langzaam veranderde de toon en werden de mensen minder seksistisch. Het openbaar maken had hier dus een positief effect, wat niet wil zeggen dat het niet problematisch was voor het slachtoffer. De openbaarheid hiervan heeft mensen toch een beetje opgevoed rond dit thema.

De eigenaar van een ander café, die een vrouw verkracht had, werd nooit veroordeeld. De politie beschuldigde het slachtoffer ervan te liegen. De vrienden van het slachtoffer wisten dat het moeilijk is daders te veroordelen als er slechts één vrouw slachtoffer is. Moeten inbrekers meer dan één huis beroven of moordenaars meer dan één persoon vermoorden? Neen. Dit is omdat slachtoffers niet serieus worden genomen – mensen geven vaak andere redenen maar dat zijn redeneringen achteraf – excuses voor de status quo dus. Feministes omschrijven dit vaak als it takes a village. Dit is nog een reden waarom vrouwensolidariteit heel belangrijk is en de privacy van de dader minder. Haar vrienden publiceerden een oproep per email, om te zoeken naar nog vrouwen met ervaringen van geweld met deze dader. De oproep raakte per ongeluk in de kranten, de dader procedeerde voor laster en eerroof. Uiteindelijk is  hij verhuisd en kon het slachtoffer eindelijk terug ademhalen.

Binnenin activistische groepen is er ook geweld, maar het ontbreken van een duidelijk kader maakt hiermee omgaan moeilijk. Bovendien zijn ook activisten maar een hoopje seksistische mensen meestal. Eén man die gewelddadig omging met zijn partners en geweerd werd uit enkele gemeenschappen, shopte dan maar rond tot er ergens een groep was waar hij wel welkom was. Dit kan de slachtoffers van de eerdere gewelddaden hebben geholpen, maar het verschuift het probleem ook: zolang er geen soort rekenschap is van de dader en een proces voor verbetering, zal hetzelfde telkens opnieuw gebeuren met andere slachtoffers.

Ook in feministische groepen kunnen de reacties variëren van ongeloof over victim blaming tot oprechte steun. Als het lukt is het mooi, maar meestal faalt het. Momenteel kunnen we zo slecht omgaan met geweld in eigen rangen dat het totaal niet acceptabel is – het moet beter.

Besluit

Wat de groepen en gemeenschappen proberen bereiken is ten eerste een fijnere manier van werken, die niet simpelweg mensen indeelt in “de goede” en “de slechte”, dan bellen we de politie en klaar. Een manier van werken die veel complexere situatie analyseert dan de clichés die we allemaal kennen, en dan ook op een betere manier hiermee om wil gaan.

Dit project is nog nieuw, we zulle nog veel van elkaar moeten bijleren. Als iemand ideeën of  suggesties heeft zijn die heel welkom!

Wordt vervolgd… zie ook: een overzicht van onze reeks over geweld.