Ok. Deze reclame – of politieke boodschap, maar in het huidige politieke klimaat is dat nogal eens hetzelfde – is heel wat feministes opgevallen, en niet ten goede. Maar van zodra er hier iemand over klaagt, komt de tegenaanval: hoe durf je iets te zeggen over hoe vrouwen zich moeten kleden, jullie zijn niet beter dan de Taliban, etcetera.

Waarom klopt deze kritiek niet?

Als feministes problemen hebben met bepaalde beelden gaat het over het effect van die beelden, niet over een of andere conservatieve morele preek over wat vrouwen wel of niet mogen aanhebben.

Waarom is dit objectificatie? Het gaat er hier op zich totaal niet om wie die vrouw is, ze is een zeer clichématig voorgesteld object dat naast andere elementen zoals het ergerlijk-olijke facebook “like” ikoontje deel vormt van de reclameboodschap. Wie is ze, hoe heet ze, houdt ze van pasta koken of schaken, is ze een socialiste die probeert de sociale afbraak tegen te gaan door met gemeenteraadsleden te gaan babbelen? Geen idee.

Of wel? De Standaard:

“De Gentse kandidate Pamela De Groote gooit al haar troeven in de verkiezingsstrijd. Als wulpse secretaresse probeert ze de kiezer te verleiden. De Open VLD-kandidate poseert ook nog als bloemenmeisje of politieagente.”

Ze was alleen nog het verpleegstersuniform vergeten, maar dat kan dan wel bij de volgende campagne. Goed. Het is dus een kandidate waarover we absoluut niets weten behalve dat ze kleding, een bril en een iPhone bezit – dat lijkt me ruim voldoende om verkozen te worden. Ze stelt zichzelf een beetje cliché voor, verder niets verkeerd… toch?

Een hokje voor elke smaak

Wat is het probleem met labels eigenlijk? Het probleem is dat door mensen in hokjes te duwen je hun eigenheid wegneemt. Woorden hebben een haast magische werking op dat vlak, van zodra iemand een label krijgt opgeplakt zullen anderen in hun hoofd allerlei clichés toevoegen aan hun inschatting van die persoon. Elke waarneming van gedrag van die persoon zal in het licht van dit hokje verklaard worden. “Ze doet dat omdat het een slet is” , “zie je wel het is een mannenhaatster/ballenbreekster/feminazi”, “weer typisch voor zo’n preutse seut”.

Neem bijvoorbeeld de psychiatrie, die heeft sowieso last van teveel labeling. Bij iemand die gelabeld is als “borderline” (een van de meer vage benoemingen in een al bijzonder vage reeks) zal elk aspect van het gedrag bekeken worden in het licht van dat label – met die bril op, zo je wil. Een beroemd experiment in de jaren 1970 van David Rosenhan, On being sane in insane places, heeft een heleboel van die constructies blootgelegd. Rosenhan slaagde erin om een aantal vrijwilligers in psychiatrische instellingen te krijgen als patiënt. Onmiddellijk veranderde hun wereld: ze werden ongelofelijk paternalistisch behandeld door de dokters en elk aspect van hun gedrag werd om schreven als deel uitmakend van een stoornis. Als een van de vrijwilligers iets opschreef was dat “neiging tot schrijfgedrag”, enzoverder – echt een aanrader om eens te lezen.

Vrouwen zijn als onderdrukte groep enorm vatbaar voor dit soort hokjesdenken. Het is de these van veel feministes dat vrouwen niet als mensen gezien worden in deze wereld, dat maakt ons dan ook heel kwetsbaar voor dergelijke stereotypering en tegelijkertijd is het die stereotypering die de onderdrukking mee in stand houdt. Vrouwen in hokjes duwen betekent dat ze niet serieus genomen moeten worden. “Ze zei dat ze seksueel geweld had meegemaakt, maar het was een slet dus ze vroeg erom”, “Ze is blond dus is ze dom”, “Feministes zijn feminazi’s dus daar hoeven we niet naar te luisteren”, en ga zo maar verder.

Die hokjes zijn ook vervelend omdat ze bijvoorbeeld seksuele aantrekkingskracht gaan onderverdelen in vervelende clichés.  Val je op blondines of brunettes? Dominant of ondergeschikt? Sexy secretaresse, verpleegster of politieagente? Is er nog ruimte voor jezelf te zijn of moet je sexy doen door jezelf te presenteren als een dergelijk cliché, mogen we nog op mensen vallen?

Het sekshokje

De Standaard beschrijft dit als “ze gooit al haar troeven in de strijd” maar dat klopt niet. Ze – of de marketingspecialisten van de Open VLD – maakt gebruik van het feit dat vrouwen de seksklasse zijn – de meeste vrouwen worden sowieso in dit hokje geduwd. Vrouwen als seksklasse bestaan voor het behagen van mannen, en het is dat beeld dat hier geproduceerd en gebruikt wordt.  Dat zijn niet al haar troeven, het is juist een reductie tot één aspect van de werkelijkheid.

Sex sells but we’re not buying

Bovenstaande foto is een voorbeeld van het sex sells principe. Politici, in een zielig circus dat volkomen gedepolitiseerd is en gereduceerd tot onzinnige reclame en marketing, doen hiermee een zielige poging om hun populariteit wat op te krikken. Ze zouden er ook voor kunnen gaan een effectief woningbeleid te voeren, te stoppen met actievoerders en mensen zonder papieren te criminaliseren, en af en toe eens een boom te laten staan bij de verwoestende prestigeprojecten in de stad, maar in plaats daarvan komen ze hiermee op de proppen. Ja, mijn stem hebben jullie hoor!

Zie ook objectificatie deel 1.

Advertenties