Geweld is een belangrijk, ingewikkeld en confronterend thema. Het is ook het thema waardoor ik feministe ben geworden. Ik ga er in verschillende delen over schrijven, alle commentaar en suggesties zijn welkom want er zijn veel zaken waar ik zelf nog niet uit ben.

Dit artikel is vanwege het moeilijke onderwerp nogal direct en zonder veel editing geschreven, ik waarschuw maar op voorhand. Als ik kwaad en/of droef lijk: terecht. Er geldt een trigger warning voor deze artikels.

Wat is een trigger warning?

Een trigger warning is een boodschap aan mensen die bepaalde vormen van geweld hebben meegemaakt. Het wil zeggen dat de feiten of verhalen die in het artikel volgen mogelijks problemen kunnen geven voor slachtoffers. Mensen die geweld hebben meegemaakt reageren daar allemaal anders op. Maar het is wel bij veel mensen zo dat ze flashbacks krijgen als ze lezen over gelijkaardige verhalen: de feiten vallen terug je bewuste geest binnen en doen je heel slecht voelen, dit kan ook angst, stress en paniekaanvallen uitlokken. Vandaar een dergelijke waarschuwing. Niet elke feministe vindt dergelijke waarschuwingen een goed idee, maar voorlopig vind ik dat wel. Trigger warning, dus.

Feministische groepen en geweld

Voor zover ik met mijn ervaring in België daar iets over kan zeggen, denk ik dat geweld een problematisch thema is binnenin de feministische beweging. Sommige groepen zijn  daar op een mooie en open manier mee bezig en dat is hartverwarmend om te zien en een van de redenen waarom ik ondanks alles nog steeds feminist ben. Maar sommige groepen zijn er niet mee bezig, hebben geen flauw benul van hoe veilige omgevingen te creëren of doen geweld af als een bijzaak die dan wel zal opgelost worden als er geen armoede meer is of zoiets.

Ik ben van mening dat geweld een problematisch thema is binnenin de feministische beweging omdat de visie, theorie, denkkaders hierover sterk verwaterd zijn, beïnvloedt door mainstream denken, gedepolitiseerd. Dit proces is helaas nogal ongemerkt voorbij gegaan en sommige feministes zien het probleem zelf niet meer. Geweld is ook één van de zaken waarvoor het hardst gevochten moet worden voor een degelijke kijk erop te behouden. Dat wil zeggen dat een goede kijk op geweld veel moed vereist want het vereist hoe dan ook een confrontatie met macht. Maar daar kom ik later op terug.

Er is meer geweld dan je denkt

Geweld is wereldwijd bij de grootste doodsoorzaken van vrouwen. De precieze cijfers verschillen per land en zijn nooit helemaal zeker. Daar zijn heel veel redenen voor: ten eerste zijn er veel mensen die niet toegeven dat ze geweld hebben meegemaakt, omdat dat heel moeilijk is, omdat ze het nog niet voor zichzelf hebben durven toegeven, omdat ze zich ervoor schamen, omdat het niet in bepaalde hokjes past, omdat het te pijnlijk is, omdat ze bang zijn hoe hun vrienden, omgeving, de media ermee om zullen gaan.

Ten tweede is er vanuit de machthebbers een soort – erg beleefd geformuleerde – fuck you hierover: het kan hen niet schelen behalve de nodige lip service voor hun kiescampagnes en er is niet veel geld voor onderzoek. Bovendien gaat geweld op vrouwen over geweld op een onderdrukte groep, vrouwen worden in het algemeen niet als belangrijk beschouwd en dus kan dat geweld ook niemand écht schelen. Behalve ons dan, slachtoffers en radicale feministes.

Toen ik jaren geleden langzaam meer een actieve feministe werd, begonnen mensen in mijn omgeving en vaak ook mensen die ik helemaal niet kende hun verhalen te vertellen tegen mij. En dat was heel choquerend. Er waren zoveel verhalen dat dit een echte onderstroom vormde, een soort groep/informatie die volledig buiten de mainstream bestond en waar veel mensen niets van afwisten. Mensen die het zelf niet meegemaakt hebben, hebben vaak geen flauw idee hoe erg zoiets is en hoe vaak het voorkomt.

Zijn er cijfers in België?

Er is in dit land veel te weinig onderzoek naar geweld, de cijfers, manieren om het te voorkomen en manieren om ermee om te gaan als het wel gebeurt. Er is recent een studie uitgebracht van het IGVM, uitgevoerd door de Universiteit Gent. Deze studie is vrij verkrijgbaar, maar om redenen die duidelijk zullen worden in verdere artikels geloof ik dat deze cijfers niet juist (genoeg) zijn. Statistiek is altijd moeilijk, maar in dit geval denk ik dat ideologische verschuivingen de cijfers te sterk beïnvloed hebben.

Cijfers die ik zelf wel goed vind zijn die van onderzoekster Rose-Marie Bruynooghe, ondertussen op emeritaat (da’s een fancy woord voor proffen die op pensioen zijn). Haar onderzoek is vrij beschikbaar op de scientific commons. Haar studie Geweld ondervinden, gebruiken en voorkomen van 1998 is wat mij betreft onovertroffen in ons landje. Ze had ook tien jaar eerder in 1988 een gelijkaardige studie gedaan, wat interessant was omdat er dan enkele vergelijkingen gemaakt konden worden.

Dat dit een goede studie is wil niet zeggen dat het gemakkelijke materie is. Toen ik over dit onderwerp voor het eerst een lezing gaf heb ik mij de eerste keer serieus ingelezen in de studie en ik heb ze regelmatig opzij moeten leggen omdat het te vreselijk was.

De veroordelingsgraad in Europese landen van geweld op vrouwen is belachelijk, belachelijk slecht. Het is een wonder dat we nog niet de stadhuizen en tv-studio’s bezet hebben en een wereldwijde Gulabi gang opgericht, maar dat zouden we wel moeten doen.

Het is niet wat je denkt

De meeste mensen hebben een volkomen verkeerd beeld van geweld. Dat komt onder andere omdat hier weinig of nooit fatsoenlijk wordt bij stilgestaan op scholen en in de media. Enge verkrachters en geweldenaars zie je wel in films, van die grote enge mannen die met een baksteen hun vrouw afrossen of enge, vies uitziende mannetjes die met een mes in de bossen zitten wachten – dat is zowat het clichébeeld van geweld. En dat komt voor, maar zo eenvoudig is het niet.

Vrouwen hebben de meeste kans om geweld te ondervinden in de zogenaamde private sfeer. Mannen daarentegen ondervinden geweld meestal in publieke ruimtes: op café, in de sportclub. En vrouwen thuis, door hun familie, hun vrienden, hun partners en ex-partners. Het is bijna altijd iemand die we kennen.

Geweld is verbonden met macht maar is niet altijd zo eenduidig. Het is niet altijd geweld van mannen op vrouwen, hoewel mannen wel 99% van de daders van specifiek seksueel geweld op vrouwen uitmaken. Er is een onderrapportering van verschillende vormen van geweld, sowieso en nog sterker bij bepaalde groepen zoals lesbische vrouwen. Geweld op mannen en in relaties van lesbische vrouwen is ondergerapporteerd o.a. omdat het niet past in een bepaald plaatje: iedereen weet dat mannen “altijd” de dader zijn en dat lesbiennes altijd zoetsappige kabbelende relaties hebben. En hoe kunnen vrouwen nu geweld plegen op mannen, mannen zijn immers sterker? Over dit geweld wordt ook soms wat meewarig gedaan of gelachen.

Geweld op vrouwen door mannen is ook ondergerapporteerd omwille van heel veel redenen. Er kan alleen maar geschat worden naar de werkelijke cijfers. Al naargelang de bron en het land schat men dat slechts één op twee tot één op negen incidenten gerapporteerd worden.

Geweld komt heel veel voor, heel veel vrouwen maken het mee, het wordt meestal niet gerapporteerd en er volgen bijna geen veroordelingen. Kortom, de realiteit is dat geweld op vrouwen straffeloos is. Dit is geen aanvaardbare realiteit.

Het is niet hoe je denkt

Geweld is niet altijd zwart-wit. Het hoeft niet altijd een zaak van een slechte op een goede te zijn. Twee of meer mensen kunnen elkaar ook geweld aandoen. Dit kan zelfs gedeeltelijk onbewust zijn. Ik las eens een redenering van een blogster die beschreef dat een “call-out” (iemand duidelijk maken dat haarzijn gedrag problematisch is qua machtsmisbruik, seksisme, racisme…) ook problematisch kan zijn, bijvoorbeeld je valt iemand die racistisch is keihard aan en de persoon heeft een angststoornis, wat als je dan een angstaanval veroorzaakt? Dat is dus geen goede manier om dit aan te pakken. De intentie was goed, het effect niet.

Verder is er ook geweld in linkse, feministische, lesbische kringen. Er is overal geweld. Dat hoeft niet te verwonderen maar het is toch iets dat wringt, een beetje zoals holebi’s – ik ben zelf lesbisch / bi – die op het Vlaams Belang of de N-VA stemmen. Maar het komt voor en er zijn veel belangrijke elementen waarom dit niet direct gezien wordt, ik ga hier later uitgebreid op in.

Wie gelooft de slachtoffers (niet)?

Heel veel slachtoffers / overlevers die hun verhaal vertellen worden niet geloofd. Over het algemeen merk ik dat slachtoffers wel geloofd worden door andere slachtoffers, over dit thema goed gevormde feministen en enkele bondgenoten uit andere groepen. Waarom geloven zo weinig mensen slachtoffers?

Om te beginnen hebben veel mensen een idee in hun hoofd over het “juiste soort” slachtoffer. En dat is ruwweg iemand die nog nooit seks heeft gehad en nooit een hard woord zegt, kortom een onbestaand engeltje. Jep, de maagd/slet of engel/duivel dichotomie in volle werking.

Verder verwachten mensen van slachtoffers een bepaald gedrag. Ze mogen huilen, in feite moeten ze dat zelfs. Als politieagenten een slachtoffer zien huilen geldt dat als bewijs dat er echt iets gebeurd is. In realiteit zijn er veel slachtoffers die bevriezen, niets meer kunnen uitbrengen, alle emoties wegduwen, zich dissociëren van hun eigen lichaam en gevoelens.

En er zijn nog veel redenen: het is gemakkelijker om iemand niet te geloven, het is moeilijk te geloven dat de wereld zo slecht is, als je zelf hier geen ervaring mee hebt lijkt dit allemaal erg onwerkelijk: “dat kan niet waar zijn”. Bovendien is geweld “vervelend” – dat het geweld echt is wil zeggen dat je er ook iets aan moet doen. En er is dan ook een dader, van wie mensen niet zullen geloven dat die echt iets gedaan heeft – en hiervoor zullen ze elke strohalm aangrijpen om hun vooroordelen te rechtvaardigen. De daders zullen ook niet lijken op het beeld van de “echte” daders dat gecreëerd is in onze samenleving.

Hoe verloopt klacht indienen

Klacht indienen en een proces laten gebeuren is, vergis je niet, een hel in België, een regelrechte hel. De situatie is al een stuk gebeterd sinds vroeger, ik ken nog verhalen van vrouwen die verrot gescholden zijn door de politie – uw vriend en dienaar – omdat ze “het zelf wel uitgelokt zouden hebben” / “het verzonnen omdat ze zwanger waren en hun vriendje bedrogen hadden”. Wat we dringend moeten beseffen over onze politiediensten is dat ze overwegend bestaand uit rechtse en/of slecht opgeleide mensen, hoewel ik de enkelingen die er goed proberen doen niet te na wil spreken. De comités die de politiediensten observeren – who watches the watchmen – brengen rapport na rapport uit met indicaties van zware problemen, maar wie lost het op?

Er is tegenwoordig wel een dienst slachtofferbegeleiding bij de politie, dat zijn de agenten die nog een beetje met de problematiek kunnen omgaan. Zij kunnen je begeleiden. Als je liever hebt dat een vrouw je verhaal neerschrijft dan kan dat meestal ook geregeld worden.

Het kan zijn dat je in fotoboeken moet kijken, boeken met foto’s van daders. Soms zijn het boeken met daders van zedenfeiten, soms boeken met meer algemene daders. Er wordt je een zwijgplicht opgelegd; als je iemand ziet die je herkent – behalve de dader van jouw zaak dan – wordt je verondersteld dat niet verder te vertellen. Iemand in die boeken herkennen is best creepy.

Ongeveer de helft van de zaken wordt direct geseponeerd (naar de prullenbak verwezen) zonder proces. Als er wel een proces komt dan zal de advocaat van de tegenpartij je belachelijk maken met de meest onnozele opmerkingen. Ik heb enkele jaren geleden nog “ze gaf signalen met haar ogen” gehoord in de rechtbank, of andere pogingen zoals “was dit wel erg genoeg”, “het zit in zijn cultuur, de vrouwen hier bieden zich aan”, “ze kende hem”, “het is een goede man want hij heeft een job”, etcetera.

Toch raad ik aan om klacht neer te leggen als het enigszins kan. Maar waarom weet ik eigenlijk niet meer. Misschien omdat ik hoopvol blijf tegen beter weten in of omdat ik zo hard wil dat de toestand verbetert. En heel af en toe volgt er zelfs een veroordeling bij een proces. Heel af en toe, de veroordelingsgraad in de meeste Europese landen is rond de vier procent (4%). Ja, dat lees je goed. En een veroordeling betekent helemaal geen gevangenisstraf, nee, dat gebeurt enkel bij de “ergste” gevallen.

Wat gebeurt er dan wel? Soms moet de dader therapie volgen. Dit is niet zo werkzaam als het lijkt, ik kom hier later nog op terug. In principe ben ik hier wel grote voorstander van. Soms krijgt de dader een gevangenisstraf, meestal is die voorwaardelijk. Soms zal de dader een schadevergoeding moeten betalen. Dat is een tweesnijdend zwaard: wil je geld van die dader op je rekening? Ook dat kan voor flashbacks en angst zorgen.

Wordt vervolgd… zie ook: een overzicht van onze reeks over geweld.