In deze reeks lezen we het boek De Tweede Sekse van Simone de Beauvoir. Dit is het eerste deel waarin we het hebben over de inleiding. Lees gerust mee en post je eigen mening!

Er zijn verschillende versies van De Tweede Sekse van Beauvoir, ik zal me grotendeels baseren op de Nederlandse vertaling. Het oorspronkelijke werk is in het Frans geschreven en de eerste Engelse vertaling was niet zo goed. Er is in 2010 een nieuwe Engelstalige editie op de markt gebracht maar niet iedereen is er even tevreden van.

Lang heb ik geaarzeld met het schrijven van een boek over de vrouw. Het is een irriterend onderwerp, vooral voor vrouwen en bovendien is het niet nieuw. (…) Maar er wordt nog steeds over gesproken en de geweldig hoeveelheden dwaasheden die in de afgelopen eeuw hierover zijn gedebiteerd schijnen toch niet bijster veel te hebben bijgedragen tot verheldering van dit probleem.

De inleiding is alvast erg goed. Simone de Beauvoir schrijft goed, op een droge en duidelijke manier. In de inleiding begint ze met een uiteenzetting van het vrouwenvraagstuk. Is er eigenlijk wel een probleem, en welk probleem dan juist. En wat is een vrouw dan eigenlijk precies? Er verschenen in haar tijd ook al veel teksten over dat de vrouw terug écht vrouw moest worden – erg herkenbaar.

Is een pikant ritselende onderjurk voldoende om dat begrip een aardse vorm te geven?

Wat ik ook erg mooi vind is dat het boek nog zo up to date aanvoelt op verschillende vlakken. Het boek is uitgebracht in 1949 maar de aandacht voor bijvoorbeeld interseksualiteit in dit boek is zoveel beter dan wat ik in mijn universitaire cursussen biologie, erfelijkheidsleer en fysiologie gezien heb, dat het gewoon pijnlijk is – ja ik heb het over jullie, oogklepdragende proffen van de UGent! En dat bevalt me wel. Sommige zaken zijn natuurlijk achterhaald of anders bekeken we geloven in andere theorieën vandaag de dag. Maar voor een boek dat ondertussen meer dan 60 jaar oud is, is het nog fantastisch relevant.

Je ziet vandaag de dag veel mensen knoeien met vragen die al zo lang eigenlijk opgelost zijn, dat is jammer. Verder is dit werk, hoewel sterk filosofisch, beter leesbaar dan veel van de huidige postmoderne lulkoek, en dat is irritant. Irritant is een woord dat de Beauvoir regelmatig gebruikt, wat ik interessant vind omdat het een negatieve aanduiding is die niet seksistisch, racistisch etc is. En dat is moeilijker dan het lijkt.

De biologische en sociale wetenschappen geloven niet meer in het bestaan van onveranderlijk vastgestelde entiteiten die gegeven karakteristieken zouden bepalen zoals die van dé vrouwen, dé joden en dé negers. De wetenschap beschouwt iedere karakteristiek as een secundaire reactie op een situatie.

Ik wou dat het nog zo was… de opkomst van nieuwe golven van biologisch determinisme, sociobiologie, evolutionaire psychologie… heeft ervoor gezorgd dat de wetenschap weer een flinke stap terug gezet heeft. Zonder bepaalde vormen van onderdrukking als minder erg of erger te willen voorstellen (we doen hier niet aan oppression olympics), denk ik wel dat het qua racisme al beter gesteld is op dat vlak – of misschien is het gewoon beter verstopt achter lagen van hypocriete beleefdheid. Je ziet niet veel wetenschappers meer die met iets als “de essentie van de zwarte” durven afkomen. Over vrouwen echter kan zoiets helaas nog wel beweerd worden door zogenaamde wetenschappers zonder dat ze met pek en veren van de academische wereld worden weggejaagd.

In de inleiding begint ze ook al haar visie op de vrouw als Ander uiteen te zetten, daar gaan we nog uitvoerig op terugkomen Ze argumenteert hier ook dat een volslagen toeval kan volstaan om van een bepaalde groep de ander te maken, zoals drie reizigers die zich in hetzelfde compartiment bevinden, dat is al genoeg om “anderen” te maken van de rest van de trein. Een stelling die ook in de sociale psychologie onderzocht is en waar evidentie voor gevonden is.

De man kan zich zonder de vrouw denken, zij kan zichzelf niet zonder de man denken. De vrouw is niets anders dan wat de man bepaalt;( .. ) Zij wordt bepaald en gedifferentieerd door haar verhouding tot de man en hij niet in zijn verhouding tot haar, zij is het niet-essentiële tegenover het essentiële. Hij is het Subject, het Absolute; zij is de Ander.

De Beauvoir argumenteert ook dat vrouwen al sinds de hele geschiedenis ondergeschikt zijn aan mannen, wat op zijn zachtst gezegd een nogal twijfelachtige stelling is. Er zijn hier tegenwoordig heel wat verschillende meningen over, maar uiteindelijk blijft het natuurlijk koffiedik kijken – al wat je kan doen over culturen van duizenden jaren geleden toen er nog geen schrift was, is een klein beetje wetenschappelijk verantwoord gokken.

In de inleiding zie je ook al haar bekende stukje waarin ze argumenteert dat vrouwen inferieur “zijn” – inferieur gemaakt zijn. Dit vind ik een heel belangrijk aspect van onderdrukking dat ze hier mooi en duidelijk bespreekt. Ja, als je mensen opsluit zullen ze minder bijleren, als je ze niet laat stemmen of deelnemen aan politiek zullen ze er niet zo goed in kunnen worden, als je vrouwen ontmoedigt om informatica te studeren zullen er in verhouding minder vrouwen informaticakennis hebben. Typisch doorheen de geschiedenis is dat soort zaken dan altijd gebruikt als argument tegen vrouwen: niet goed genoeg in politiek om stemrecht te geven, of financieel beheer van hun eigen middelen, etc etc.

Mannen hebben er al veel over gezegd en geschreven, maar dat valt niet te betrouwen want mannen zijn in deze zaak zowel rechter als partij, zoals Poulain de la Barre zegt. Pas sinds de achttiende – negentiende eeuw kwamen er een paar mannen op voor vrouwenrechten of toch een beetje meer objectiviteit, zoals Diderot en John Stuart Mill. De antifeministen hebben allerlei argumenten gebruikt uit religie en wetenschap, alles wat hen nuttig leek o de onderdrukking van vrouwen te handhaven. Van hen komt ook de gelijk maar verschillend ideologie die zo succesvol tegen ons gebruikt is en sterk doet denken aan de “separate but equal” doctrine van de vroegere Amerikaanse rassenpolitiek.

Wanneer een individu of groep in een ondergeschikte positie wordt gehouden is het een feit dat zij ondergeschikt zijn. Maar de betekenis van het werkwoord zijn dient dan in dit verband toch wel goed te worden begrepen; het is een bewijs van kwader trouw er in dit geval substantiële waarde aan toe te kennen waar het in de dynamische, Hegeliaanse betekenis moet worden opgevat.

(…)

Maar de vraag is nu: moet deze stand van zaken blijven voortduren? Veel mannen wensen dat; nog niet allemaal zijn ze bereid de strijd op te geven.

Wordt vervolgd!

Advertenties