Deel 1 over seksistische media-inhoud

Uitsluiting, diversiteit en democratisering

Seksisme in media kan vanalles betekenen. Buiten kritisch zijn om wat we te zien en te horen krijgen in de media (= alle soorten media, zowel mainstream als alternatieve), zijn er nog enkele vragen die we kunnen stellen: Wie maakt media? Wie krijgt een forum om te spreken en schrijven? Wie financiert de media? Wie beslist wat we te horen, te lezen en te zien krijgen? Het antwoord daarop is (helaas nog steeds) dat de media-industrie een mannenbastion blijkt te zijn: het zijn voornamelijk mannen die eigenaar zijn, produceren, beslissen en aan het woord komen.

En waar zitten de vrouwen? De situatie is een beetje vergelijkbaar met het citaat van de Guerrilla Girls over de kunstwereld: “do women have to get naked to get into the museums”? Vrouwen worden wel getoond (meestal op een specifieke seksistische manier, als object om producten of magazines te verkopen, om naar te gapen, zolang ze maar niks zeggen), maar hoeveel regisseuses, hoeveel journalistes, hoeveel radioprogrammeuses, hoeveel hoofdredactrices zijn er aan het werk? Hoeveel vrouwen zijn er die de inhoud van de media mee bepalen of creëren?

Het is niet moeilijk om het gender(on)evenwicht van mediaorganisaties na te gaan: tellen maar! Hoeveel vrouwelijke journalisten zijn er en hoeveel mannelijke? Hoeveel vrouwen in invloedrijke posities in redacties en hoeveel mannelijke? Behandelen de vrouwen enkel de “typisch vrouwelijke” onderwerpen en de mannen de “algemene”? Hoe vaak worden vrouwen als experte geïnterviewd en waarover? Hierover is veel onderzoek gedaan en de resultaten zijn steeds bedroevend… (Zie o.a. Het boek Women & Media: a Critical Introduction door Byerly en Ross, 2006)

Diversiteit en een evenwichtige representatie lossen niet alles op, maar het is een noodzakelijk begin. Of het nu gaat over de redactie van een officiële krant of over een collectief dat een anarchistisch tijdschriftje maakt: als er geen of nauwelijks vrouwen meewerken en meedenken, is er een probleem. Als vrouwen niet vertegenwoordigd worden, ontbreken hun standpunten en belangen en wordt er enkel vanuit de dominant-mannelijke blik gekeken – zelfs als zouden die hun best zijn om zo pro-feministisch mogelijk te berichten. Hetzelfde geldt voor andere onderdrukte/uitgesloten/gemarginaliseerde groepen. Nu worden bijna alle media gedomineerd door witte, westerse hooggeschoolde middenklasse heteromannen en wordt er vanuit hun standpunt geschreven/gesproken/gefotografeerd/gefilmd. Dit geldt zowel voor de onderwerpkeuze en de mening/visie op die onderwerpen als voor wie er wordt uitgenodigd om een zegje te doen, als experte op te treden, het onderwerp te presenteren, er onderzoek rond te doen, etc [1].

Er wordt beweerd dat we in een democratie leven, maar is dat wel zo als slechts een select groepje bepaald wat belangrijk nieuws is, wat juiste meningen zijn en welke visies en gebeurtenissen in de media aan bod komen? Met behulp van zogezegde “sociale media” (facebook, blogs, youtube, etc) krijgen meer mensen de kans om hun zeg te doen, maar ook die mediatools zijn in handen van bedrijven die censuur kunnen toepassen wanneer zij dat willen. Ook kan je je afvragen wie het meest geloofwaardig overkomt en wie de meeste mensen bereikt: de tv of een blog. Toch kunnen online media (zoals blogs, indymedia, etc) gebruikt worden, samen met andere vormen van media om alternatieve visies naar buiten te brengen en mediaberichtgeving meer democratisch te maken. Maar daar ga ik in het derde deel van deze reeks verder op in.

Objectiviteit en neutraliteit

Zoals ik al schreef in deel 1, wordt er van uit gegaan dat de pers objectief is en dat wat gedrukt staat de waarheid is. Maar objectiviteit bestaat niet, zei een mede-feministe een tijd geleden toen ze de standpoint theory van Sandra Harding toelichtte [2]. En dat is van belang voor feministische kritiek op wetenschap en media. Het is beter om duidelijk te maken wie er onderzoek doet, schrijft of spreekt, vanuit welk standpunt, vanuit welke achtergrond en bevolkingsgroep, dan objectiviteit en neutraliteit te pretenderen of te veronderstellen. We zijn allemaal beïnvloed door socialisering, opvoeding, het wereldbeeld van de maatschappij waarin we opgroeiden, onze sociale positie, onze vriendenkring, scholing, gender, klasse, etniciteit, etc en dat beïnvloedt onze ideeën, redeneringen, denkbeelden en beweegredenen. Mainstream media beweert evenwichtig te zijn, de waarheid en de feiten te vertellen, maar ze vergeten dat de leefwereld van de betrokken journalistes invloed hebben op de reportages, artikels, beelden, net zoals de commerciële belangen van de media en haar adverteerders, de ideologische verbondenheid van de redactie, het dominante wereldbeeld van het publiek met de bijbehorende veronderstellingen, waarden en normen, etc. Als feministe ga je uit van subjectiviteit en kijk je naar wie de schrijverster of sprekerster is. Dan heb je een beter beeld van wat er verteld (of niet verteld) wordt, dus het is eerlijker.

Seksisme op de werkvloer

Media (mainstream ook vaak alternatieve) zijn vandaag de dag grotendeels in handen van enkele mannen. In media-bedrijven zitten mannen in de leidinggevende functies – vrouwen zijn er in de minderheid – en in zulke “mannenbastions” hebben mannen het voor het zeggen, promoveren ze elkaar naar beslissingmakende posities en is er zoals dat genoemd wordt een “glazen plafond”.

Wanneer mediaorganisaties gedomineerd worden door mannen, heeft dit – net zoals bij andere organisaties, groepen en bedrijven – een invloed op de omgang op de werkvloer en op de gewoontes, normen en waarden die er heersen. Die normen, waarden en gewoontes worden genormaliseerd en de mannelijke perspectieven worden als onproblematisch en waardevrij gezien. Er is sprake van “male-centricity”, de man als norm en de vrouw als indringer. Vrouwen die toch aan de slag gaan in zulke bedrijven, ontwikkelen strategieën waarbij ze ofwel de macho nomen en gewoontes overnemen ofwel alternatieve manieren uitvinden om aan journalistiek te doen. [3]

Een machocultuur met seksistische opmerkingen en “sexual harassment” (seksueel lastig gevallen worden) van vrouwen door mannen, doet vrouwen zich allesbehalve welkom voelen. Wanneer zulke situaties zich voordoen op de werkvloer in een media-organisatie, heeft dit niet alleen invloed op het democratisch gehalte van media, maar ongetwijfeld ook op de media-inhoud. Ik veronderstel dus dat er een link is tussen het seksisme in media-inhoud en het seksisme in mediaorganisaties.

Wat kan hier nu aan gedaan worden? Hoe kunnen we er op reageren? Enkele voorbeelden van verzet, protest en acties vind je in het derde en laatste deel van Reclaim The Media.

Vervolg: Deel 3 over media-activisme

Noten

[1] Meer vrouwen als journalistes is niet per se een garantie voor meer feministische media-inhoud of een evenwichtigere onderwerpkeuze qua gender, maar het helpt meestal wel. Zie: Byerly en Ross, 2006.
[2] Workshop “Feminisme kan de wereld veranderen” tijdens het Klimaatactiekamp 2011 door Sara Maissin.
[3] Byerly en Ross, 2006

Bibliografie

zie deel 3 van Reclaim the Media

Advertenties