Op deze blog proberen we veel verschillende stemmen aan het woord te laten. Sinds kort nodigen we gastschrijfsters uit om ook hun zegje te doen. Hieronder volgt een bijdrage van gastschrijfster EDW. Hier vind je de artikels van alle andere gastschrijfsters tot nu toe. 

In zowat alle samenlevingen is sociale ongelijkheid tussen mannen en vrouwen een gegeven. Vrouwen hebben namelijk minder toegang tot rijkdom, macht en prestige en kunnen dus minder van de voordelen in de samenleving genieten. In de klassenmaatschappij komt de sociale ongelijkheid ten aanzien van vrouwen voor in alle lagen van de bevolking, waarbij vrouwen uit lagere sociaal-economische klassen het hardst geconfronteerd worden met deze genderongelijkheid. Een aantal auteurs wijzen in deze context op de trend van feminisering van armoede binnen geïndustrialiseerde samenlevingen.

Feminisering van armoede houdt de toenemende tendens van incidentie (het aantal vrouwen dat binnen een afgebakende periode onder de armoedegrens komt te leven) en prevalentie (het aantal vrouwen dat onder de armoedegrens leeft) van armoede onder vrouwen in. Een tendens die des te meer versterkt wordt binnen de actieve welvaartsstaat: arme vrouwen worden disproportioneel meer dan anderen geconfronteerd met de inperking van de maatschappelijke dienstverlening, ingezet door de neoliberalisering van onze samenleving. Vrouwen hebben in onze samenleving een kwetsbaardere positie dan mannen. Onder invloed van de neoliberalisering wordt de maatschappelijke dienstverlening teruggedrongen, en wat overblijft wordt voorwaardelijk. Dit versterkt de maatschappelijke kwetsbaarheid van vrouwen alleen maar.

Ook in eigen land is armoede geen genderneutraal gegeven. Aan de hand van cijfers over het bestaansminimum (wat sinds 2002 vervangen is door het leefloon) zien we dat tussen 1990 en 2002 armoede overwegend vrouwelijk was. De armoede onder vrouwen daalde licht tussen 1990 en 2000. Vanaf 2000 werd het percentage arme vrouwen terug groter. In 2008 leefde in België 15,8 percent van de vrouwen onder de armoedegrens, ten opzichte van 13,6 percent van de mannen. In Vlaanderen was dit armoederisico eveneens hoger voor de vrouwen, met 11,1 percent ten opzichte van mannen met 9,0 percent.

In de context van een actieve welvaartsstaat is de maatschappelijke dienstverlening (geleverd door de OCMW’s) minder slagvaardig om deze armoede te bestrijden. Het activeringsdiscours en de activeringsmaatregelen die uit de neoliberalisering voortvloeien geven vaak blijk van een impliciete, maar soms ook expliciete negatieve attitude ten aanzien van armen, vertrekkend vanuit het individueel schuldmodel (‘Het is hun eigen fout; moesten ze goed omgaan met hun geld, zouden ze dat niet tegenkomen.’). De activeringsmaatregelen hebben een disciplinerende uitwerking en zijn gericht op een daling van de overheidsuitgaven. De sociale rechten worden geclausuleerd en zijn niet langer rechten zonder meer. Plichten worden nadrukkelijk met de teruggedrongen rechten verbonden. Dit wordt doorgetrokken naar de maatschappelijke dienstverlening met het gevolg dat het recht op uitkeringen of het leefloon en het recht op maatschappelijke dienstverlening (‘Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.’, artikel 1 van de ‘OCMW-wet’ uit 1976) uitgehold wordt. Dit is problematisch, daar aangetoond is dat maatschappelijke dienstverlening onder de vorm van financiële bijstand een effectieve manier is om de feminisering armoede te bestrijden…

EDW

Bibliografie

Brady, D. & Kall, D. (2008). Nearly universal, but somewhat distinct: The feminization of poverty in affluent Western democracies, 1969–2000. Social Science Research, 37, 976-1007. doi:10.1016/j.ssresearch.2007.07.001

Encyclo. (2007). Opzoeken: feminisering van de armoede. Retrieved from http://www.encyclo.nl/begrip/feminisering%20van%20de%20armoede

Marger, M. N. (2005). Social inequality: Patterns & processes (3th ed.). New York: McGraw-Hill.

Pélissier-Kingfisher, C. (2002). Western Welfare in decline: globalization and women’s poverty. Philadelphia: University of Pennsylvania Press.

Rossides, D. W. (1997). Social stratification: The interplay of class, race, and gender (2nd ed.). New Jersey: Prentice Hall.

Rothman, R. A. (2002). Inequality and stratification: Race, class, and gender (4th ed.). New Jersey: Prentice Hall.

Rys, B. (2004). Hoe vrouwelijk is armoede in België en Vlaanderen?. Rol en Samenleving vzw: RoSa-factsheet, 33, 1-8. Retrieved from http://www.rosadoc.be/pdf/factsheets/nr33.pdf

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. (2010). Cijfers en feiten: Hoeveel mensen leven in België in armoede?. Retrieved from http://www.armoedebestrijding.be/cijfers_aantal_armen.pdf

Vranken, J., Geldof, D., & Van Menxel, G. (1997). Biedt sociale activering perspectief?. In J. Vranken, D. Geldof, & G. Van Menxel, Armoede en sociale uitsluiting. Jaarboek 1997 (pp.199-214). Leuven: Acco.

WET van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, Belgisch Staatsblad, 5 augustus 1976.

Advertenties