De volgende vrouwendag op 11 november 2011 gaat over geweld. Ervaringen van mezelf en verhalen van partners en vrienden rond lastigvallerij, seksueel geweld en misbruik, hebben sterk bijgedragen tot mijn kijk op feminisme – het is onder andere daardoor dat ik mezelf nu als een linkse en radicale feministe zie.

Op de laatste vergadering van het Vrouwen Overleg Komitee, waar ik actief in ben, hadden we het erover. Maar er zijn veel aspecten van geweld. Ik ga er nu geen lang artikel over schrijven, maar er vielen me een aantal dingen op, waardoor ik heb zitten aandringen op de noodzaak van goede theorievorming rond geweld en een kritische kijk op recent verschenen cijfers.

Er zijn heel veel clichés en dooddoeners over geweld. Bijvoorbeeld als je als feministe een uitspraak doet over geweld op vrouwen, is de reactie vaak “ja maar, er is ook geweld op mannen”. Laat ik een paar analogieën bedenken om de sufheid van dat soort reacties te illustreren.

  • Oorlogsmisdaden in Afghanistan? Ja, maar die waren er in Koeweit en Irak ook.
  • Milieuramp door lekkende olieleidingen? Ja, maar er zijn ook tankers die zinken en milieurampen veroorzaken.
  • Geweld op mannen? Ja, maar er is ook geweld op dieren.
  • Arme asielzoekers? Jamaar, er zijn ook arme Belgen genoeg.

Waarom maken mensen dergelijke opmerkingen? Misschien denken die mensen dat ze clever zijn en een “nuance” kunnen duidelijk maken die je over het hoofd had gezien – jij extreme/domme feministe! – maar eigenlijk maken dergelijke opmerkingen gewoon duidelijk dat die mensen de problemen niet willen horen of er niet in geloven dat ze er zijn, kortom dat ze allerlei privileges uitoefenen of niet door hun eigen racisme en seksisme kunnen kijken.

Wat is het effect van die opmerkingen? Is het geweld op vrouwen “minder erg” doordat er ook geweld op mannen is? Neen. maar dergelijke opmerkingen marginaliseren een bepaalde groep (bijvoorbeeld vrouwen, of mensen zonder papieren) en zorgt ervoor dat hun problemen niet besproken kunnen worden, hierdoor blijft de huidige gang van zaken behouden. De juiste reactie zou zijn “hoe kunnen we allemaal samenwerken om dat geweld te stoppen”. Of “welke zijn de verschillende soorten geweld, hoe zit het met hun impact op verschillende groepen in de samenleving, hoe voorkomen we dat”.

Onderzoek naar geweld

En hoe zit het dan met onderzoek naar geweld? Hoewel de meeste mensen nog een naïef geloof hebben in wetenschap als een neutrale, objectieve bezigheid, is de realiteit helemaal anders. De denkkaders van onderzoekers en participanten beïnvloeden het onderzoek zeer sterk. Je moet al van ver komen om niet te geloven dat het systeem van seksisme waarin we leven een effect heeft op onderzoek naar geweld. Ik heb de recente cijfers van het IGVM nog maar kort kunnen bekijken maar het verschil tussen die cijfers en die van eerder onderzoek is toch wel vreemd groot. Tezelfdertijd zie je de opkomst van masculinisme en “mannenrechtenactivisme” en o.a. door allerlei verschuivingen in genderevenwicht en andere maatschappelijke tendensen denk ik dat er bij die cijfers een paar addertjes onder het gras liggen.

Als je sites van masculinisten leest, zijn die voortdurend bezig over hoe erg geweld op mannen wel niet is en dat er eigenlijk meer geweld is op mannen dan vrouwen, et cetera. Zoals steeds kan je met statistieken ongeveer alles bewijzen, en de masculinisten laten een aantal statistieken links liggen. Als je wel naar meer specifieke statistieken kijkt, zie je bijvoorbeeld dat vrouwen significant vaker seksueel geweld ondervinden – en dan kunnen we dus de vraag stellen: waarom precies – wat zijn de oorzaken van dit verschil?

Waarom theorievorming

Waarom doen mensen eigenlijk aan theorievorming? Da’s stof voor een ander artikel, maar theorievorming kan ons helpen de wereld te begrijpen, een kader geven om structuur aan de data te geven, een duidelijker keten van oorzaak-gevolg blootleggen. In verband met geweld bijvoorbeeld kan theorievorming ons helpen te zoeken naar welke types geweld precies gelinkt zijn aan welke soorten daders en slachtoffers, en welke effecten bepaalde parameters hebben zoals armoede, bevolkingsdichtheid, gender(on)evenwicht, en dergelijke. Wat zijn de verschillende oorzaken van geweld, en met die kennis: hoe kunnen we dit geweld het beste bestrijden.

Bijvoorbeeld: het geweld op mannen is volgens mij van een fundamenteel andere soort dan op vrouwen (over het algemeen, dit zijn gemiddeldes). We zien dat mannen meer geweld ondervinden (meestal door andere mannen, trouwens) in de publieke ruimte: op café, in de sportclub…

Vrouwen daarentegen ondervinden veel meer geweld in de private sfeer: thuis, door familieleden en partners en exen… Dit past duidelijk in allerlei feministische analyses die de onderdrukking van vrouwen o.a. in de verborgen, private sfeer van het huis en het huishouden situeren. Het is de verdienste geweest van de feministische beweging om die private sfeer onderwerp van publieke discussie maken, vandaar de slogan “het persoonlijke is politiek”. Door feministes kan er nu wel gepraat worden over partnergeweld, mishandeling in de familie, et cetera.

Ik was op de hogervermelde vergadering van het VOK  nogal verbaasd toen ik een citaat zag staan van Karin Spaink in een verslag van een van de voorbereidende  vergaderingen over de vrouwendag: “Als je constateert dat seksueel geweld en mishandeling niet alleen door mannen wordt gepleegd, wat blijft er dan over van al die theoriën waarin juist de machtsverschillen tussen de seksen als oorzaak worden gezien?” (bron: blog van karin spaink)

Ten eerste denk ik dat de cijfers niet helemaal kloppen en vertekent worden door seksisme.

Ten tweede gaat het hier om cijfers en niet om absoluten, er is wel degelijk geweld door vrouwen, maar statistisch is dit veel kleiner dan geweld door mannen – de analyse rond macht is volgens mij nog steeds een zeer belangrijke visie die verklaringen en oplossingen kan aanreiken.

Ten derde, zeker sinds de opkomst van het kruispuntdenken zijn we macht ook veel meer niet alleen in man/vrouw termen gaan bekijken maar ook cisgender/transgender, hetero/homo/bi, wit/niet-wit, rijk/arm, met/zonder papieren en dergelijke. Veel van die machtsverschillen kunnen ook in relaties spelen. Dat zou al een mogelijke verklaring kunnen zijn bij o.a. relaties tussen mannen of tussen vrouwen. Het overnemen van de dominante cultuur zou daar ook een probleem bij kunnen vormen.

Ook als je alle machtsverschillen de wereld uit zou kunnen bannen, dan nog zal er waarschijnlijk geweld voorkomen, maar het zal wel significant minder zijn.

Maar goed, het perfecte antwoord of de perfect uitgedachte visie heb ik hier ook niet klaarliggen – vandaar dat ik aandrong op de noodzaak van meer feministische theorievorming en degelijk onderzoek. Of ik moet een aantal klassiekers dringend nog eens (her)lezen…

Over mijn bedenkingen rond het rechtssysteem i.v.m. geweld op vrouwen – dat ik vreselijk slecht vind werken hoewel het al minder slecht is dan vroeger – ga ik het later nog hebben. En denk eraan, de schatting is nog steeds dat ongeveer één op negen vrouwen klacht neerlegt en in ongeveer dertien de honderd zaken een veroordeling volgt. Een veroordeling kan ook een voorwaardelijke straf inhouden, en ik heb zelf al zaken meegemaakt waarbij een dader na herhaaldelijke veroordelingen toch nog steeds vrij rondloopt. Werk aan de winkel, kortom. Ik denk dat de vrouwenbeweging veel sterkere standpunten moet innemen hierover en veel meer lawaai moet maken rond dit thema.

Advertenties