Vrouwelijke kleding- en andere uiterlijke voorschriften zijn sinds tijden belemmerend, zowel letterlijk als figuurlijk: hoge hakken, smalle rokken, make-up, lichaamshaar dat getrimd, gewaxt, geëpileerd moet zijn. Het dragen van hoge hakken veroorzaakt bij één op de vijf dragers een chronische ontsteking van de ligamenten. Vrouwen zouden zo’n vijf dagen per jaar voor de spiegel doorbrengen. Zo’n veertig procent van de vrouwen durft zich niet op straat vertonen zonder make-up. Zestig procent van Britse zes- tot negenjarige meisjes maken zich zorgen over hun gewicht en lichaamsvorm. Het schoonheidsideaal bepaalt de vormen, maten en gewichten die tolereerbaar zijn. Wie zich niet kan of wil plooien naar dat ideaal, wordt afgestraft. Bevrijdend, of onderdrukkend? Duik mee onder in de spelonken van wat door medische wetenschap en kapitalisme het licht zag.

Toen ik vanmorgen in de stationshal vol ochtendlijke wemeling naar het perron wandelde, trok een droog, tikkend geluid mijn aandacht. Voor mij liep een vrouw met hoofddoek op stiletto’s. Daar neem ik aanstoot aan. Aan vrouwen op hoge hakken, welteverstaan. In reclamebeelden, boeken, tijdschriften, films, tv-shows en pornoboekjes voorgesteld als sexy, bevrijdend, sterk, empowerend, zijn hakken de moderne ketenen der vrouwenonderdrukking.

In de vijftig meter dat de vrouw voor me uit wandelde, werd het strakke ritme op de vloertegels twee keer onderbroken door een schrapende hapering. Hakken zijn namelijk niet zo comfortabel, ze doen zeer, ze durven wel eens omslaan, zomaar, of in putjes of voegen, occasioneel breken ze zelfs af. Ze leiden tot allerlei kwaaltjes en kwetsuren: één op de vijf dragers heeft daardoor een chronische ontsteking aan de ligamenten. Er is een risico op het pijnlijke lordosis (druk op de zenuwen in de onderrug), blaasontsteking, omslaan van de enkels. Daarnaast vormen ze ook létterlijk ketenen: ze beperken danig de fysieke bewegingsvrijheid, het is onmogelijk je snel uit de voeten te maken op van die onhandige gevallen. Vrouwen moeten er ook op léren lopen, op hoge hakken. Mannen krijg je niet zo gek om onpraktisch, pijnlijk, bewegingsbelemmerend schoeisel aan te trekken1. Groot gelijk hebben ze, maar waarom doen vrouwen het dan wel?

De dubbele standaard

De kledingvoorschriften voor vrouwen zijn sinds tijden beperkend en onderdrukkend. Virgina Woolf hekelde al de dubbele kledingstandaarden in de Victoriaanse tijd2: mannen droegen losse, comfortabele kleren en schoenen, terwijl vrouwen zich bijna niet konden bewegen in de meerlagige rokken die toen in de mode waren. Dus konden ze niet op straat komen zonder zich onveilig te voelen, of zonder bescherming van een man. Andere voorbeelden zijn legio: corsetten die vrouwenlijven zo insnoerden dat het pijn deed (met een risico op gebroken ribben), omslachtige kousengordels en bustehouders, rond de zestiende eeuw droegen vrouwen al schoenen met zolen tot meer dan twintig centimeter hoog (om hun dure jurk tegen vuil te beschermen), broeken zijn lange tijd hoogst onbetamelijk of gewoonweg verboden3 geweest voor vrouwen,…

Mannen daarentegen dragen praktische kleren, die hun bewegingen niet beperken. Het enige onpraktische hedendaagse kledingstuk voor de man dat ik kan bedenken is de stropdas, tsja, die blijft wel eens in de soep hangen tijdens een zakendiner. Helemaal iets anders dan voortdurend op je houding te moeten letten om niet ongewild al te veel lichaamsdelen bloot te geven, dan constant naar de grond te moeten kijken of er geen putjes, roostertjes, oneffenheden zijn waarover je kan struikelen, dan je krampachtig vast te klemmen aan de leuning van de roltrap omdat je wankel op je schoenen staat, dan over je eigen voeten te vallen als iemand je in het nauw drijft, dan iemand geen trap te kunnen verkopen als je lastig gevallen wordt omdat je een nauwe rok draagt, dan een ontsteking aan de enkels te krijgen omdat je al lang hakken draagt, dan elke dag veel te veel tijd te besteden aan make-up en haarstyling – vrouwen zouden zo’n vijf dagen per jaar voor de spiegel doorbrengen.

Kan de gezondheid ernstig schaden

“Ze kiezen er zelf voor, mevrouw, om sterk uit de hak te komen”. Het is moeilijk, te weerstaan aan de artificiële illusie dat slanker zijn, make-up dragen, een maandelijkse wenkbrauwepilatie, de juiste, vrouwelijke kleren en schoenen kopen, botoxbehandelingen of borstvergrotingen een vrouw intrinsiek gelukkiger maken. Marketeers duwen dat concept dagelijks door onze met trechter opengesperde strot. Ze beloven dat je je goed voelt in je vel, als je die eyeliner gebruikt, die sexy kleren draagt, dat dieetdrankje drinkt. Ze beloven dat hoe meer je lijkt op de glimmende reclamebeelden, hoe gelukkiger je wordt. Herhaling is een uitstekend propagandamiddel, zo blijkt.

Het voor de meesten onder ons onhaalbare schoonheidsideaal eist zijn tol. Vrouwen diëten, krijgen eetstoornissen, spenderen tijd en geld aan oppervlakkigheden, en vooral: voelen zich onzeker over hun eigen lichaam. In Amerika zeggen meer dan de helft van de dertienjarige meisjes en meer dan drie kwart van achttienjarige meisjes dat ze ontevreden zijn over hun lichaam! Zestig procent van Britse zes- tot negenjarige meisjes maken zich zorgen over hun gewicht en lichaamsvorm. In een enquête bleek dat veertig procent van de ondervraagde vrouwen het huis nooit zonder make-up zou verlaten! Bevrijdend, of belemmerend, zo’n ideaal?

“Like a primitive culture which sacrificed little girls to its tribal gods, we sacrifice our girls to the feminine mystique, grooming them ever more efficiently through the sexual sell to become consumers of the things to whose profitable sell our nation is dedicated”, Betty Friedan

Hoezeer de schoonheidsvoorschriften er bij velen ingebakken zijn, uit zich ook in verbazing of afkeer jegens degenen die er niet aan meedoen of er zich expliciet tegen afzetten. Vrouwen die bijvoorbeeld hun okselhaar of beenhaar niet scheren, trimmen, waxen of epileren worden beledigd, met de vinger gewezen, als vies of onhygiënisch bestempeld. Objectieve redenen daartoe zijn er niet. Dit is louter een modeverschijnsel, vrouwenlichamen horen haarloos als kinderlijfjes te zijn in de huidige trend van seksualisering van onze samenleving. Wie eigent zich het recht toe om een maatschappelijke standaard te bepalen?

We zijn wat we dragen…?

Bovendien kan je je de vraag stellen in welke mate we werkelijk vrij kiezen wat we dragen en hoe we eruitzien. Kopen we de kleren die we echt willen, of kopen we wat we in de rekken van winkelketens vinden? Willen tieners er “uit zichzelf” uitzien alsof ze uit een filmset zijn weggewandeld of op het punt staan een discotheek binnen te wippen? Willen vrouwen vanuit een innerlijke nood of drang mascara die hun wimpers nog zeventien procent extra langer laat lijken, of ontharingscrème die ongewenst haar doet oplossen en gevoelige huid verbrandt? In het gamma winterkleding vind je jassen die dik zijn maar te kort en zo een deel van de rug niet bedekken (een mode die tot een toename van het aantal blaasontstekingen zou hebben geleid). Of wollen topjes met rolkragen. Welk genie heeft dit in hemelsnaam bedacht? Ofwel heb je koude armen, ofwel een te warme hals, ofwel draag je er iets warms onder en krijg je het snel helemaal warm. En wie voelde eigenlijk de diepe wens om strings te beginnen dragen, voor dit als een gemainstreamd modeverschijnsel uit de porno-industrie kwam overgewaaid? Waar een markt gezien wordt, is een weg: de bulldozer van het kapitalisme staat te trillen van ongeduld…

Verre van ideaal

Marketeers beloven dus eeuwige jeugd en geluk aan wie hun producten koopt en hun levenswijze volgt. Toch blijft het een illusie, een mythe. Het maakt je meer conform het westerse, blanke, opgelegde schoonheidsideaal, dát wel. Dat ideaal dicteert dat vrouwen slank moeten zijn, er piekfijn moeten uitzien, make-up dragen, sexy lingerie, een behoorlijke cupmaat hebben en seksueel beschikbaar zijn voor mannen. Dat onrealistische schoonheidsideaal maakt ons niet alleen onzeker, maar beperkt daarnaast de ‘toegestane’, aanvaardbare variatie in menselijke lichamen. Winkelrekken bijvoorbeeld liggen vol met te korte, te dunne, te nauwe kleding. Wie niet in de beperkte standaardmaten past, en daar een bediende op aanspreekt, wordt doorverwezen of afgewimpeld met “daar zijn speciale winkels voor”, of “dan moeten we dat per honderd bestellen, dat raken we niet kwijt”. Nog een fijne dag verder, mevrouw! Wie buiten de norm valt, en dus bijvoorbeeld volgens deze normen dik is, oud, lelijk of andersvalide, belandt in de marge van de maatschappij. Niet alleen worden deze mensen sociaal ondergewaardeerd of gestigmatiseerd, dit gaat vaak samen met economische achterstelling.

“The idealized female body creates not only health problems but also a social hierarchy of beauty that places women in competition with each other. The hierarchy privileges the white, thin, and able-bodied.” – Estelle Freedman

Hoe meer een gephotoshopt neplichaam als “het ideaal” wordt aangeprezen, hoe meer dit “de standaard” gaat worden. Wie niet in het plaatje past, is minder waard, figuurlijk én letterlijk. Zo’n idealen hoeven we niet te pikken. Het is wel zo dat individuen er zich soms beter door kunnen voelen: een extra borstvergroting of een dieet kan een boost zijn voor het zelfvertrouwen (die soms tijdelijk kan zijn). Achterliggende onzekerheden en problemen verdwijnen er echter niet door, én het is bovenal een schrijnende indicatie van de oppervlakkigheid van onze maatschappij. En kwam die onzekerheid niet in de eerste plaats door dat onhaalbare ideaal? Daarom is liberaal feminisme nepfeminisme: de bevrijding van de vrouw kán je gewoonweg niet op individueel vlak bekijken of bewerkstelligen, het is geen abstract iets, losstaand van radicale maatschappelijke verandering. Maar vanwaar komt dat ideaalbeeld eigenlijk precies?

Mannen aan de macht – “The body project”

Het is pas sinds de negentiende en twintigste eeuw dat vrouwen begonnen met hun eigenwaarde te koppelen aan hun uiterlijk in de westerse maatschappij. De oorsprong daarvan is te vinden in de ontwikkeling van de geneeskunde als wetenschap en van het kapitalisme.

Aanvankelijk was geneeskunde vooral een vrouwenaangelegenheid: vrouwen kenden kruiden en middeltjes tegen allerlei kwalen en brachten kinderen ter wereld, het maakte deel uit van hun gewone takenpakket. Vanaf de jaren 1600 bracht de wetenschappelijke revolutie daar geleidelijk aan verandering in. Wetenschappelijke ontdekkingen als antiseptiva en theorieën over oorsprong van ziektes zorgden voor een hogere kans op genezing en efficiëntere behandelingen, die echter uitsluitend aan universiteiten verspreid werden. En vrouwen waren niet toegelaten aan universiteiten. Dus vervingen mannelijke dokters en vroedkundigen4 de vrouwelijke deskundigen, en versterkten mannen hun autoriteit over het vrouwelijke lichaam. Meer en meer werd het vrouwelijke lichaam bestempeld als “bron van ziekten”. Hysterie, depressie, zenuwziekten, vermoeidheid, zelfs maag-, hart- en longziekten werden als “vrouwenkwalen” afgewimpeld en toegeschreven aan de baarmoeder, eierstokken of clitoris. Een neveneffect van het feit dat vrouwen als minderwaardig beschouwd werden op maatschappelijk vlak. Hun kwalen waren onbelangrijk, en kwamen voort uit hun inferieure vrouw-zijn. Een prominente Amerikaanse arts propageerde de verwijdering van clitoris of eierstokken als behandeling voor ziekten van vrouwen. Veel vrouwen internaliseerden op die manier het geloof dat hun lichaam de bron was van hun ongemakken.

“Along with expertise came professional authority, often exercised over women by male doctors who viewed their patients primarily as reproductive bodies.” – Estelle Freedman

Daarnaast heeft ook het kapitalisme (lees: rijke blanke mannen) een vreselijk belangrijke invloed gehad op de culturele betekenis van het vrouwelijke lichaam. Al bij de opkomst van de reclame, in de jaren 1900, gebruikten markteconomieën beelden van gestijlde vrouwenlichamen om producten aan te prijzen (soms vergezeld van slogans die behoorlijk grof zijn, zie illustraties). Allerlei soorten producten, die niets van doen hebben met een vrouwenlichaam. Meer en meer werd het vrouwelijke lichaam in reclame, media en populaire cultuur als een begeerd seksueel voorwerp voorgesteld. Dat is nu meer dan ooit zo. Media en marketing schiepen bovendien een ideaalbeeld dat steeds dunner en onhaalbaarder wordt.

Behaarde wijven in tuinbroeken

Reclame praat ons aan dat we sterk zijn als we lijken op het schoonheidsideaal. “Sterke vrouwen” door mee te zijn met de modetrends, tot daar aan toe, maar als we te mondig zijn en opkomen tegen onze onderdrukking is de lol er voor de meesten toch snel af.

“We’re taught to shape our bodies, and not the world.” – Carole Munter

Een interessant fenomeen is hierbij, dat het schoonheidsideaal wel eens als wapen gebruikt wordt tegen vrouwen die streven naar sociale verandering. Feministes worden vaak gedemoniseerd en gemarginaliseerd door hen te omschrijven als behaard, dik, tuinbroekdragend, lelijk. Zó wil je toch niet zijn, met zúlke mensen wil je niet geassocieerd worden. Die strategie van ridiculisering wérkt bovendien, want hoewel feministes helemaal niet aan deze karikaturale omschrijving beantwoorden, leven deze stereotypen echt in de maatschappij. Onderdrukking 1 – feministes 0. Onderdrukking speelt dan ook steeds een thuismatch.

Rok noch mantelpak ten spijt, het feminisme is vandaag de dag nog steeds broodnodig, ook in onze ‘beschaafde’ westerse maatschappij. Als we nu met z’n allen hierover eens een jaarlijkse vijfdaagse denk- en actiebijeenkomst zouden organiseren?

“Perhaps it is only a sick society, unwilling to face its own problems and unable to conceive of goals and purposes equal to the ability and knowledge of its members, that chooses to ignore the strenght of women.” Betty Freedan

Voetnoten:

1Met enkele kleine uitzonderingen: bv. in de tijd van Louis XIV waren hakken ook voor mannen een teken van rijkdom – hoe hoger de hak, hoe rijker de drager ervan. De betreffende Louis stond dan ook niet als voorbeeld van toerekeningsvatbaarheid bekend.

2Onder andere in haar roman Orlando, waarin ze over enkele tijdsperiodes heen de fysieke en psychische ervaringen beschrijft van een man die plots als vrouw ontwaakt, en de veranderingen die dat binnen die persoon teweegbrengt.

3Getuige een Franse wet, ingevoerd in het achtste jaar van de Republiek. In 1892 en 1902 werden amendementen toegevoegd die het dragen van een broek toelieten bij het fietsen en paardrijden. In 1946 werden man en vrouw gelijk naar de letter van de Franse wet, het broekenverbod werd echter niet opgeheven, en bestond in mei 2010 nog steeds!

4Vrouwen mochten wel verpleegster zijn. In 1856 richtte Florence Nightingale de eerste verpleegstersschool op, in Londen. Ze is de grondlegger van de hedendaagse verpleegkunde.

Enkele bronnen en interessante lectuur:

Estelle Freedman, No turning back: on the history of feminism and the future of women, 2010. (schitterend boek!)

Nawal El Saawadi, The hidden face of Eve, 1977

(El Saawadi vraagt zich af waarom een sluier meer onderdrukkend zou zijn dan een minirok. Ze benoemt make-up als een postmoderne sluier van de westerse vrouw. Ze trekt een analogie tussen vrouwenbesnijdenis en cosmetische chirurgische ingrepen. Delen van je lijf wegsnijden is zoals een clitoridectomie)

Een frappante docu van Sunny Bergman over de schoonheidsindustrie en veel meer vind je op www.beperkthoudbaar.info

Betty Friedan, The Feminine Mystique, 1963

Advertenties