Op deze blog proberen we veel verschillende stemmen aan het woord te laten. Sinds kort nodigen we gastschrijfsters uit om ook hun zegje te doen. Hieronder is de volgende bijdrage van Nathalie De Bleeckere van het Vrouwen Overleg Komitee (VOK). De bijdrage kadert in een polemiek rond gender die eerder dit jaar in de kranten werd uitgevochten en is een reactie op een stuk van Bart De Wever.

Beste Bart De Wever

Toeval wil, dat we ons aangesproken voelen door uw column. Zo blij zijn we dat u een eeuwenoud debat eindelijk beslecht. Het moet maar eens gezegd worden: “Er werd sinds de jaren zestig veel wetenschappelijk onderzoek ondernomen om aan te tonen dat verschillen tussen de seksen voornamelijk sociaal geconstrueerd zouden zijn, maar men faalde telkens jammerlijk in dat opzet.”

It takes a man om een paar decennia wetenschappelijk onderzoek in genderstudies af te doen als fictie. Want we lopen in dit land collectief met een bord voor onze kop: de vrouwenbewegingen, de mensenrechtenorganisaties, de beleidsmakers die een gelijkekansenbeleid voeren, journalisten die eens inkt verspillen aan genderthema’s… Ontwaakt, gij mannen en vrouwen met gelijkheidsidealen.

Misschien moet de wetenschapper – en liefst ook de politicus in u – zich eens gaan buigen over het betere werk. Op 1 februari 2009 waren er 10% vrouwelijke (buiten)gewoon hoogleraren aan de Vlaamse universiteiten, in Roemenië is dat 30%, in Letland en Turkije zijn ruim 25% van de proffen vrouwen. Duidelijk natuur, zegt u? Vrouwen in Finland, Portugal en Oost-Europa werken hoofdzakelijk voltijds, ook als er kinderen komen. De ene moeder is blijkbaar de andere niet. De soft- en hardware van vrouwen is zo anders dan die van mannen, klinkt het. Neurowetenschapster Lise Eliot toonde in Pink brain blue brain aan hoe moeders kruipertjes meer risico laten nemen als het om een jongentje gaat dan wel een meisje, ook al kunnen de kinderen motorisch evenveel. Nog meer bewijs nodig dat hoe we naar jongens en meisjes kijken bepaalt hoe we hen behandelen? Een klassiek experiment laat meisjes wiskunde-oefeningen oplossen nadat ze te horen hebben gekregen dat ze hierin minder goed zijn dan jongens. De resulaten zijn er dan ook naar. Het boek Bij gelijke geschiktheid van psychologe Rosalind Barnette en mediacriticus Caryl Rivers loopt over van dergelijke voorbeelden. Nog eentje voor de historicus. Arts en advocaat waren ooit mannelijke beroepen, waartoe hooguit enkele uitzonderlijke vrouwen zich geroepen zouden voelen. Nu stroomt een meerderheid vrouwen in.

Uw maatschappijvisie en uw overtuigingen over man-vrouwverhoudingen onderbouwen met Mansfield is daarentegen ietwat slippery. De man heeft, stellen vele excellenter geplaatsten dan wij, kaas noch gaten gegeten van onderzoek naar mannelijkheid. Zijn recente boekwerkje waarin nostalgisch gemijmerd wordt over machopersonages in literatuur en film – fictie, dus –  is niet te verwarren met geschiedschrijving of sociologie. Niet dat het niet verkoopt. Zo gaat het wel vaker in ons westen: grossieren in vertogen over hoe – in uw woorden – “mannelijkheid en vrouwelijkheid nu eenmaal wezenlijk van elkaar verschillende realiteiten zijn”, kan mooie verkoopscijfers opleveren. (Of veel stemmen, maar dat zullen we hier maar even niet schrijven.) Alsof gelijkheid (u weet wel, het streven naar een billijke maatschappij waar vrijheden en mogelijkheden niet afhangen van geslacht) of noem het bestrijden van ongelijkheid zou inhouden dat iedereen identiek moet worden, dat mensen in generlei opzicht meer mogen verschillen.

U zal het niet geloven, maar tot op vandaag geraken de medische wetenschappen er maar niet uit wat de definitie van man of vrouw is. En als VOK durven wij inderdaad betwijfelen dat de verschillen tussen mannen en vrouwen groter zijn dan die tussen mannen onderling en tussen vrouwen onderling. Wij stellen daartegenover met Rik Torfs vast dat heel wat kenmerken lukraak vastgeknoopt worden aan het simpele feit of je als man of vrouw ingedeeld wordt. En we horen in Mia Doornaerts aanklacht over de nog levendige structurele benadeling van vrouwen tegenover mannen géén pleidooi om vrouwen in een klassieke rolverdeling als slachtoffer te begrijpen. Wat ons betreft mag u gerust de loftrompet steken over thuiswerkende echtgenotes. Maar om te stellen dat gemiddelden in maatschappelijke verdeling van zorgtaken, betaalde arbeid, maatschappelijk status etcetera een natuurlijk gegeven zijn, is te gemakkelijk. Er is nog veel marge voor mentaliteitswijzigingen en voor beleid. Oftewel: poetsen, die sticky floor!

Nathalie De Bleeckere
Bestuurslid van het Vrouwen Overleg Komitee

Zie ook andere bijdragen van gastschrijfsters:

Advertenties