De vrouw weer eens op haar plaats gezet: aan de haard, of in een mannelijke bedstee.

Het literaire tijdschrift Deus ex machina bracht een speciaal nummer uit, waarin ‘vrouwen het hoogste woord voeren’ (er zijn ook bijdragen van mannelijke auteurs). Gezien de geringe aandacht die doorgaans aan vrouwelijke literartistes besteed wordt, is zo’n initiatief toe te juichen (spoiler: wacht nog eventjes met het bovenhalen van die loftrompet).

Ter gelegenheid van de speciale uitgave is de titel gewijzigd in Deus ex vagina (alarmbel). Daar is vast over nagedacht, maar mijn wenkbrauwen schieten er alvast de hoogte van in. Zowel letterlijke als figuurlijke vertaling zijn weinig literair noch vrouwverheerlijkend. God (m) uit een vagina (v)? Een redding uit een vastzittende situatie, door het vrouwelijke geslachtsorgaan (in plaats van ‘als door een goddelijke interventie’)? Het vrouwelijke literaire overwicht in het nummer belichten door ‘vagina’ in de titel te plaatsen, daar is vast een hoop creatieve brainstorming aan te pas gekomen…

Maar oké, ik laat de titel voor wat ze is. De uitgave is in twee verdeeld: een ‘serieus’ deel en een ‘speels’ deel (schellere alarmbel), met afzonderlijke covers. Het serieuze deel is veelbelovend, daar ga ik straks op in.

Eerst het ‘speelse deel’ even onder de loep nemen. Mijn aanvankelijke gejuich verstomde bij het lezen van de inleiding. Enkele fragmenten hieruit blazen de behoorlijk overkomende inhoud als een kaartenhuis van tafel. Ik citeer: “Deus ex Machina verleidt als op een bal masqué en wordt Deus ex Vagina, een literair damesblad voor de spelende vrouw. Vrouwen van vandaag willen zich niet in een keurslijf laten dwingen door maatschappelijke conventies en vinden het leuk te experimenteren met verschillende rollen. De hedendaagse vrouw is niet enkel Madonna en Hoer, maar ook Coquette, Muurbloempje, Allumeuse, Duivelin, Keukenmeisje, Literair Wijf, Femme Fatale of Sirene.” (oorverdovend loeiende alarmbel, onmiddellijke evacuatie genoodzaakt!!)

Damesblad?! Spelende vrouw? Keukenmeisje?! Hoer?! Madonna?! God verhoede het dat vrouwen serieus genomen worden in de “L”iteratuur! Laten we ze vooral betuttelen, en reduceren tot een voorwerp uit weinig geïnspireerde mannelijke fantasieën (zoals in zowat de rest van de maatschappij). Snoer ze de mond, zodat ze – o wee, hoor ik daar enkele knieën bibberen? – geen bedreiging vormen voor het mannelijke ego!

Let op het gebruik van hoofdletters in de tekst: “De Madonna” – o, knieval, “De Hoer” – o, bewonderende uitroepen. De goede, hedendaagsche vrouw is niet alléén dat, maar veel meer. Noem uzelf een hoer, zo u wil, maar niet mij, niet een vrouw, niet de vrouw.

Een denkoefening. Probeer je eens zo’n inleiding voor te stellen bij een nummer waar ‘mannen het hoogste woord voeren’ (mogelijks is dat in elk ander nummer, zoals in nagenoeg het ganse publieke leven). Moeite daarmee? Dat is heel logisch: niemand, maar dan ook niemand, zou het in zijnhaar hoofd halen in dergelijke terminologie over mannelijke auteurs te schrijven. Noch over mannen in het algemeen. Mannen worden nu eenmaal steevast geroemd (roemen zichzelf) om de werkelijke capaciteiten die ze bezitten (menen te bezitten). Mannen worden niet gereduceerd tot een seksueel object. Mannen zijn zoveel meer dan hun lul. Bij vrouwen gebeurt dat voortdurend. Vrouwelijke kwaliteiten worden al te vaak gereduceerd tot deze, dienstig in de mannelijke bedstee/fantasie. Objectiverend, stereotyperend, denigrerend is dat. De vrouw weer eens op haar plaats gezet: aan de haard, of in een mannelijke bedstee. Zo hoort het te zijn, dit is het maatschappelijke ideaalbeeld.

Dat seksisme is alomtegenwoordig. Zelfs in een literair tijdschrift moet zonodig stoeipoezerige praat verschijnen om een uitgave over vrouwen passabel te maken. Goedbedoeld? Sfeerscheppend? Onschuldig? Hedendaags? Bevrijdend? Dat pik ik niet: vrolijk meeheulen met de heersende, algemeen aanvaarde onderdrukking van de vrouw, dát is het.

Jammer dat weinig mensen zich daar vragen bij stellen. Zeer jammer ook voor de rest van het nummer, dat er wél degelijk uitziet. Het ‘serieuze deel’ is zelfs hier en daar behoorlijk feministisch: er is onder andere een tekst over de invloed van gender op de beoordeling van het werk van autrices in het literaire prijzencircus, en een tekst over de haarloosheid als schoonheidsideaal. Maar ik hol alvast niet naar de betere krantenwinkel om me een exemplaar aan te schaffen: het kind mag wat mij betreft met het badwater mee het riool in: hupsakee!

Opmerkingen:

1) Voor de grap deed ik een halfslachtige (*) poging tot het volbrengen van de denkoefening, die tot het volgende leidde:

“De hedendaagse man is niet enkel Maradonna (tsja, voetbal) en Gigolo, maar ook Eenvoudig-het-bed-in-te-krijgen, Pornoster (onder het motto ‘eigen penis eerst’), Adonis (naar eigen opinie), Vrouwen-in-vuur-en-vlam-zettend (idem), Beest in Bed (idem), Keukenpietje (alweer een promotie), Literaire Lul, Dodelijke Egoïst of Brandalarm (als hij begint te loeien, maak je je beter uit de voeten).”

Daaruit ben ik genoodzaakt te concluderen:
a. dat het onmogelijk is om een mannelijk equivalent te vinden voor de “’verheerlijkende’” termen waarin vrouwen vaak worden omschreven (ja, ik gebruikte drie aanhalingstekens): ‘madonna’, ‘hoer’, ‘allumeuse’ enz.
b. dat die termen op zijn minst behoorlijk belachelijk te noemen zijn: waarom worden vrouwen daarmee in hemelsnaam dan benoemd?
c. dat ‘Literaire Lul’ literatuurtechnisch een pak verantwoorder is dan ‘Literair Wijf’, én dat ik de eerste auteur nog moet tegenkomen die graag alzo zou worden aangesproken (behoudens dan Brusselmans en consoorten)

(*) of hoe ook taal binair is!

Ter info: ik plaatste een verkorte versie van deze tekst als reactie op de facebookpagina van het tijdschrift.

Advertenties