In de afleveringen van het dagboek van een genderqueer feminist koppel ik politieke analysen en eisen van transgenders, queers en feministen aan dagdagelijks beleefde situaties. De bestaansreden van onze eisen is immers de wereld waarin we leven. Wie kritisch is en/of wie niet aan de normen voldoet, beleeft écht de ongelijkheid, de vooroordelen, de destructieve gevolgen van stereotypering, transfobie en homofobie.

Het probleem van de psychiatrie

Ik heb een tijdlang een psychiater bezocht. Psychiaters: ga er alleen naartoe in uiterste nood, als je niet meer kan functioneren, als je levenskwaliteit naar een dieptepunt is gezakt, als je leven in gevaar is. Psychiaters zijn artsen die zich met de medische gevolgen van psycho-sociale ellende bezighouden. In deze tijden zijn psychiaters in de eerste plaats medicatievoorschrijvers. Het probleem is dat ze véél medicatie voorschrijven, door de doorgedreven commercialisering en het stevig verankerd lobbywerk van farmabedrijven. Het probleem is ook dat wat je slikt niet altijd helpt, maar je wel vaak afhankelijk maakt. Als je medicatie nodig hebt (wat kan, en je hoeft je daar ook niet om te schamen), blijf dan alert en zo sober mogelijk. Het doel van de farma-industrie en van de artsen lijkt soms wel het creëren van een generatie junks…

Maar dat is een andere discussie en een ander verhaal. Hoewel. De psychiatrie is vandaag, maar ook doorheen de geschiedenis, vergeven van de problemen. De manier waarop de sector te werk gaat, maakt het soms nog erger. Homoseksualiteit stond bijvoorbeeld tot 1987 (!!) in de DSM, de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, het grote boek van geestelijke aandoeningen van de American Psychiatric Association. Als de medische klasse een holebi benadert als een zieke, en de rest van de samenleving ook (want dit komt natuurlijk niet uit het niets), dan is dat allesbehalve bevorderlijk voor het welzijn van een holebi. Je gaat jezelf dan ook als raar en ziek beschouwen en je wordt angstig, depressief, je gaat jezelf verafschuwen. Dat heet een self-fulfilling prophecy, een zichzelf waarmakende voorspelling.

Psychiaters en holebiseksualiteit: nog steeds niet in het reine?

Ik denk dat de meeste mensen nu wel aanvaarden dat homoseksualiteit geen geestelijke aandoening is. Maar de DSM is nog steeds een standaard-referentiewerk van artsen, verpleegkundigen en andere hulpverleners. Het heeft veel prestige en invloed. Zelfs oude uitgaven hebben nog altijd een invloed, mocht ik merken toen ik mijn psychiater eens vertelde dat ik een vrouwelijk liefje had, nadat ik voordien enkel mannelijke liefjes had gehad. Tot mijn verbazing reageerde ze: “Is het wel een goed idee om de liefde die je bij je moeder hebt gemist zo te gaan compenseren?”

Blijkbaar kan het voor sommige (hoeveel?) psychiaters nog steeds niet dat iemand zomaar holebi is: er moet altijd iets achter zitten, een problematiek. Als mijn liefje toen een man was, zou ze niet hebben gevraagd: “Zou je dat wel doen, de liefde die je gemist hebt bij je vader, zo proberen te compenseren?”

Psychiaters en transgenderisme: nog lang niet in het reine

In de jaren op de sofa heb ik het transgenderthema steeds nauwgezet proberen vermijden. ‘Genderdysforie’ (dysforie is synoniem voor ‘stoornis’) staat immers vandaag nog in de DSM! Je merkt het aan de titels van symposiums en studiedagen, aan ‘specialisten’ die in de media hun zegje doen, en helaas ook aan ‘patiënten’ die zelf hun identiteit als problematisch zien. Genderqueers, transgenders en interseksuelen zijn voor de medische klasse nog steeds pathologische freaks – hoewel men vooral meelevend uit de hoek probeert te komen. Maar die toon van bezorgde zorg is net een gemeen goed middeltje om ons voor ziek te doen doorgaan…

Toen ik toch iets liet vallen over drag kinging en de psych mij vroeg: “Wil je daar dieper op ingaan?” antwoordde ik dan ook op hoogdringende toon: “Nee!” Voor mezelf heb ik transidentiteiten nooit als iets negatiefs of hinderlijks ervaren. Dus is er geen enkele reden om erover te praten met een arts.

Relaties wilde ik echter wél bespreken, omdat iemand die als kind geweld heeft gekend, als volwassene weer in een gewelddadige relatie kan belanden.

Een jaar of twee na de lesbische blunder van mijn psych, had ik weer een nieuw liefje. Nauwelijks had ik dit vermeld, of ze vroeg zeer voorspelbaar en volgens mij totaal nodeloos: “Is het een jongen of een meisje?” “Geen van beide,” antwoordde ik, “of allebei, een jongen en een meisje.”

Haar reactie was opmerkelijk: ze begon een beetje te schudden, het leek op een milde vorm van paniek. Vervolgens vroeg ze – ik zweer het: “Maar heeft deze persoon een penis?” Achteraf vond ik dit echt vernederend. Zelf zou ik haar of iemand anders nooit vragen: “Waarmee lig jij in bed? Met borsten of met een penis?” Wat doet het er bovendien toe? De relatie, die doet er toe, niet het lichaam van mijn partner!

Ik had niet moeten antwoorden, maar ik deed het toch. Waarop ze mijn geliefde onmiddellijk in het geijkte hokje van transseksueel propte.

Volgens het protocol dat het bekende Genderteam van het UZ van Gent en andere internationaal gereputeerde medische actoren hanteren, zijn er immers maar een héél beperkt aantal gendervariaties mogelijk. Niet toevallig gaat het dan over transities die eindigen in het quasi-perfecte opgaan in één van de twee mogelijke hokjes: M of V.

Dat is een blunder van formaat. Er zijn heel veel gendervariaties, heel veel verschillende lichamen, verschillende manieren van naar zichzelf kijken en verschillende wensen. En in se is dat bijna altijd probleemloos1. Het wordt pas een probleem als de hele samenleving het negeert of het als een probleem, een ziekte, een afwijking gaat beschouwen, net zoals homoseksualiteit heel lang als een afwijking en een ziekte is gezien. Dán worden mensen ongelukkig, want weinig legt een zwaardere druk op je als je lichaam en de expressie van jezelf als ziekelijk wordt gezien. Dán krijgen mensen innerlijke conflicten, want ze nemen het plaatje over.

Mijn lief is geen transseksueel

… antwoordde ik dus, want mijn lief heeft geen aandoening.

Transseksueel is een woord dat psychiaters hebben uitgevonden voor iemand die gendergestoord is.2 Zo iemand moet dan jarenlang behandeld worden, om te beginnen door een psychiater. Op de website van het Genderteam kan je lezen: “Tijdens het eerste jaar wordt van de psychiater verwacht dat hij/zij nagaat of de patiënt wel voldoet aan de formele diagnostische criteria van genderidentiteits-stoornis. De psychiater heeft minimaal een aantal gesprekken met de patiënt waarin systematisch en uitvoerig een aantal items aan de orde komen, zoals symptomatologie van de genderdysforie nu en in het verleden.” Mijn liefje heeft geen stoornis, geen symptomen, is geen patiënt, en gaat misschien helemaal niet dat geijkte pad op naar de quasi-perfecte V.

Het zijn de rollenpatronen

Mijn psychiater, die het duidelijk moeilijk had, vroeg toen aan mij: “Maar is dat niet moeilijk? Ik bedoel, een man en een vrouw hebben beiden hun rol, en… en twee vrouwen samen hebben ook hun rol. Maar dat… ik kan me voorstellen dat dat toch moeilijk is!” Now we were talking. Het gaat over rollen. Rollen in ons privé-leven én in ons openbare leven.

Ondertussen had ik het gevoel dat ik de rustige autoriteit was en zij de wanhopige die er niets meer van begreep.

Mijn antwoord was: “Nee, dat is niet moeilijk. Ik vind de traditionele rollenpatronen net moeilijk. Het zelf mogen uitzoeken, de vrijheid hebben, dat is net wat ik wil.”

Uiteraard ben ik net als iedereen ook wel doordrongen van de traditionele rollenpatronen. En helemaal in het begin van onze relatie was er inderdaad één moment waarop ik het moeilijk had. Het lukte gelukkig om die genderassumptie in de kiem te smoren. Sindsdien heb ik me altijd erg comfortabel gevoeld bij mijn lief. Ik heb een heel fijne relatie. Er is geen zweem van geweld te bekennen, wel veel affectie en vriendschap. We amuseren ons te pletter. Niemand heeft het recht deze mooie relatie te problematiseren. Niemand heeft het recht om mij of mijn partner als ziek of abnormaal te beschouwen.

Transmensen zijn niet ziek

Genres Pluriels maakt deel uit van het netwerk dat ervoor strijdt dat transidentiteiten niet meer opgenomen worden in de komende nieuwe uitgave van de DSM in 2012. Deze campagne heet Stop Trans Pathologization-2012 en wordt gerealiseerd door tientallen organisaties in een veertigtal landen over de hele wereld.

Psychiaters blijven er tot nu toe van overtuigd dat we ziek in ons hoofd zijn. Dat we met onze transidentiteiten wel problemen moéten hebben. Trans én blij met jezelf zijn, dat kan niet , er moeten toch wel onderdrukte problematieken onder zitten.

Ik zie het een beetje anders. Ik heb het gevoel dat die groep zeer gerespecteerde, extreem hoogopgeleide en erg goedverdienende artsen zélf een probleem heeft met de riskante mogelijkheid dat er wel eens meer zou kunnen zijn dan man en vrouw. Dat heeft immers een heleboel gevolgen, aangezien ons privé- en openbare leven georganiseerd is rond het stricte onderscheid man / vrouw. De tweedeling dringt door tot in alle micro- en macrosituaties en het onderscheid relativeren zal dan ook gevolgen hebben op alle niveaus. Het bestaan van trans- en interseksmensen bedreigt de sociale orde en stelt M/V-rollen en -onevenwichten in vraag. Dat is beangstigend, dus ongewenst. Daarom is er transfobie, net zoals er nog altijd homofobie is.

Dat is het enige echte drama van wie trans, queer of interseks is: de transfobie, het pathologiseren, de afwijzing. En dat heeft wél dramatische gevolgen. Maar het kan anders. Rond Genres Pluriels ontstaat tot mijn grote vreugde een gemeenschap van transmensen die trots zijn, die willen opkomen voor hun rechten, die zichzelf niet als ziek zien, maar als volwaardig deel van onze samenleving. Emancipatie heet dat, en dat heeft alvast goede gevolgen voor het welzijn van die actieve transmensen.

Respect!

Ik droom van een wereld waarin iedereen elkaar benadert als mens in de plaats van als voorgedrukt man- of vrouwschema. Het zou de oplossing kunnen zijn voor heel wat scheve machtsverhoudingen en vooroordelen. Het is ieders recht om in de eerste plaats als een mens zoals alle andere mensen te worden benaderd! Wat is daar trouwens zo ingewikkeld aan? Je ziet iemand met een gezicht, met schouders, armen, benen, een romp, een borstkas? Gedraag je in dat geval dan alsof je een mens voor je hebt en geen zieke, geen freak, vrouw, homo, gehandicapte, moslim, dakloze of wat dan ook. Vraag niet wat iemand in zijnhaar ondergoed heeft en maak daar geen vooronderstellingen over, de mensheid is veel te rijk voor vooronderstellingen. We zijn wél allemaal mensen en we verdienen allemaal even veel respect.

1 Sommige, maar lang niet alle vormen van interseksualiteit gaan gepaard met medische problemen. Lees alles over intersekualiteit op http://www.intersexualite.org/

2 ‘-seksueel’ verwijst bovendien naar sekse, en er zijn volgens de samenleving en het Genderteam blijkbaar maar twee mogelijke geslachten. Interseksuelen bewijzen dat dit niet klopt.

Advertenties