You find that people cooperate, you say, ‘Yeah, that contributes to their genes’ perpetuating.’ You find that they fight, you say, ‘Sure, that’s obvious, because it means that their genes perpetuate and not somebody else’s.’ In fact, just about anything you find, you can make up some story for it.
—Noam Chomsky

Evolutionary stories of human behavior make for a good narrative, but not good science.
—Massimo Pigliucci, evolutionary biologist, Stony Brook University

In de reeks “weg met darwinistisch feminisme”, probeer ik de leugens en schadelijke effecten van de nepwetenschappelijke stromingen evolutionaire psychologie en darwinistisch feminisme bloot te leggen. In deel 1 geef ik een algemene introductie, in dit deel ga ik in op een paar grappige drogredeneringen die deze stromingen kenmerken. Zie ook boeken over evolutionaire psychologie en het uitgebreide artikel Het is allemaal natuurlijk, genetisch, evolutionair.

Ik ga beginnen met een helaas waargebeurd verhaal. Enkele jaren geleden kreeg ik een cursus met een hoofdstuk over evolutionaire psychologie. De prof beweerde in de les het volgende: stel dat er een gebouw in brand vliegt. Je kan één persoon redden. Wie ga je redden? Degene waarmee je het meeste DNA gemeen hebt. Bijvoorbeeld, je zal eerder je kind redden (50% DNA gemeenschappelijk) dan je grootmoeder (25% DNA gemeenschappelijk). En dat was natuurlijk bewezen, met allerlei experimenten. Dus stelde ik de prof de volgende vraag “wat met geadopteerde kinderen?” En hij was zichtbaar verbaasd, had daar geen antwoord op, daar had hij nog niet aan gedacht. Voor een vol auditorium kon hij alleen maar wat mompelen als “ah ja, dat is interessant, als je daar eens onderzoek over wil komen doen…”

Ik vond dat echt ongelofelijk. Dat krijg je als mensen iets zonder kritisch denken zomaar aanvaarden als waar en alleen bewijzen gaan zoeken die hun hypotheses bevestigen. En dat is nu typisch evolutionaire psychologie, het is wetenschappelijk omdat het ergens in een boek staat geschreven door wetenschappers, maar dergelijke fouten worden voortdurend gemaakt. Het is alsof de wetenschappers niet meer buiten dat kader kunnen denken. En dat kader wordt onzichtbaar, zoals de lucht die we inademen. En ik zit daar dan, me af te vragen hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat mensen zo kritiekloos zijn daarover en dat zoiets gewoon aan een universiteit verkondigd wordt.

Want denk daar nu nog eens over na: voor je staan enkele mensen die je graag ziet. Eén ervan is je partner, nog een ander je kind, nog een ander één van je ouders of grootouders. Stel dat er iets ergs met hen gebeurt. Eén van hen sterft. Dat is vreselijk. Nu een vraagje: waarom vind je dat idee vreselijk? Is dat omdat je denkt “miljaar, daar gaat mijn DNA?” Dacht ik al. Dat soort reductionisme is gewoon te belachelijk voor woorden. Toch kunnen mensen op dat soort onzin doctoreren, handleidingen psychologie schrijven, enzoverder.

Stel nu dat iemand je zou komen vertellen dat mannen minder tijd steken in verzorging en opvoeding van hun kinderen dan vrouwen. Dat klopt, onderzoek toont dat inderdaad aan en het is een aandachtspunt van veel feministes om die situatie beter in balans te brengen. Stel nu dat iemand je vertelt dat mannen minder tijd besteden aan hun kinderen, vrouwen selectiever zijn in hun partnerkeuze e.d. omdat zaadcellen goedkoper zijn, minder energie kosten om te produceren dan eicellen? Zetten we de lachband alvast op? Je zou zo’n mensen toch eerder op een talkshow verwachten of een fijn cabaret, misschien een mislukte Geert Hoste nieuwjaarsspeech of zoiets. Maar nee, je vind ze aan de fijne universiteiten van deze wereld waar ze veel onderzoeksgeld verkwisten aan dit soort rommel.

Anisogamie

Aan de basis van deze gruwelijke ervaring in de aula ligt een heel reductionistisch idee: het idee dat mensen handelen op basis van strategieën om hun genen te laten overleven. Je zou denken dat mensen wel wat diverser en complexer in elkaar zitten dan dat, maar toch regeert dit idee in de evolutionaire psycho kringen. Het is alsof de genen zelf de touwtjes in handen hebben en het individu besturen (the selfish gene) – er is geen werkelijke vrije wil en mensen handelen slechts als een soort genetisch voorgeprogrammeerde automaten om op zoek te gaan naar de juiste partner in een nietsontziende drive om zich voort te planten.

Het anisogamieprincipe is ook gebaseerd op een dergelijke reductionistische kijk op menselijk gedrag en het is een basisonderdeel van evolutionaire psychologie en darwinistisch feminisme. Wat is dat nu weer? Laten we de darwinistisch feministe zelf aan het woord hierover:

Trivers’ grote inzicht was dat ouderzorg en seksuele selectie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het is de mate van investering in het nageslacht door beide seksen die bepaalt welke sekse het meest te winnen heeft bij een strategie van kieskeurigheid. Aan de basis daarvan ligt anisogamie (van het Griekse aniso, ongelijk, en gameten, geslachtscellen; ongelijke geslachtscellen dus). Vrouwtjes zijn per definitie de sekse met de grootste geslachtscellen, eicellen genaamd. Eicellen zijn zo groot in verhouding tot sperma doordat ze naast DNA veel voedzame stoffen bevatten.
(…)
Een gevolg van die grotere voedzaamheid van eicellen is dat het relatief veel meer energie kost om ze aan te maken, waardoor er veel minder geproduceerd worden dan zaadcellen.
(…)
In een klasse zoals de zoogdieren doen vrouwtjes een grotere ouderlijke investering dan mannetjes, zoals Trivers het uitdrukte.

—Griet Vandermassen, Feminisme en evolutietheorie [1]

Het spreekt voor zich dat dit op niets slaat, iets waar Vandermassen verder redenerend ook achter komt. Gezien de verschillende posities van vrouwen en mannen in deze wereld – verschillende posities gecreëerd door een seksistisch systeem van onderdrukking – is het logisch dat er sociale verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. Het idee echter dat de kost van je eicellen / zaadcellen iets te maken zou hebben met je gedrag is te onnozel voor woorden, dit idee is dan gelukkig ook door veel onderzoekers verlaten. Kort samengevat:

Vervelend en slaapverwekkend genoeg gaat de soap verder, als betrof het de duizendste aflevering van FC De Kampioenen. Vandermassen legt zelf uit dat dat eerste principe op foute aannames was gebaseerd. En we gaan verder. Er komen een aantal wel intelligente kritieken naar voren, o.a. van de interessante Anne Fausto-Sterling maar die kritieken vindt Vandermassen “nogal voortvarend” en onrechtvaardig. Als goede evolutionair psycholoog moet je namelijk bij je stelling blijven plakken en nooit opgeven, maar er een nieuwe draai aan geven.

Het aangepaste (sociale?) anisogamieprincipe

Het anisogamieprincipe verloor alle geloofwaardigheid, dus werd een sociale versie van dit principe voorgesteld:

Hrdy zegt met betrekking tot mensen – maar het argument gaat op voor alle zoogdieren – dat wat kostbaar is niet zozeer de eicel is, en zelfs niet de bevruchte eicel, maar de zorg die nodig is om een menselijk wezen groot te brengen. Het anisogamieprincipe slaat niet alleen op eicellen en zaadcellen, maar ook op de tijd en energie die nodig zijn voor zwangerschap en zogen. Als we alle kosten voor beide seksen optellen, is de ouderlijke investering nog altijd asymmetrisch. De conclusie blijft dus geldig dat vrouwtjes meer van hun reproductieve energie spenderen aan ouderschap en mannetjes meer aan de poging tot paren.

—Griet Vandermassen, Feminisme en evolutietheorie

Er is hier ergens een grappig goocheltrucje uitgehaald. Laten we hier eens goed over nadenken. Zoals we zien is het eerste principe vervangen, omdat het niet klopte. Dan is er een nieuwe versie bedacht die eigenlijk niets te maken heeft met de vorige, maar toch stelt Vandermassen “de conclusie blijft geldig”. Dit is een leuk aspect van nepwetenschap: je kan altijd achteraf wel nog iets bedenken dat dan wel een goede verklaring had kunnen zijn en die bij je oorspronkelijke theorie inproppen.

Hoe tel je de energie van de productie van eicellen – iets biologisch –  en de kost van zorg – iets sociaals – bij elkaar op? Kijken hoeveel kilocalorieën een eicel of spermacel kost (het stond laatst nog in de Cosmopolitan bij een stukje over of orale seks je dik maakt, wacht ik zoek het even op…)? Dan uitrekenen hoeveel je verbruikt voor een uurtje zorgen? Laten we nu even serieus blijven.

Mijn stelling over dit aangepaste principe, dat ik dan het sociale anisogamieprincipe noem, is dat die hele eicellen / zaadcellen nonsens er helemaal niet toe doet. Wie het meeste tijd steekt in zorg, dat is een sociaal fenomeen. Het is vaak zo, structureel bekeken, dat vrouwen het meeste tijd steken in zorg. Sociale fenomenen op macroniveau moeten verklaard worden aan de hand van andere sociale processen, niet door een reductie te doen naar genen of eicellen of wat dan ook biologisch.

Merk bovendien op dat dit een grappige cirkelredenering [2] is. Er wordt gesteld dat de personen die het meest selectief zijn en het meest in ouderschap investeren degenen zijn die de duurste voortplantingscellen hebben (“vrouwtjes”). Er wordt aangetoond dat dit hele biologische uitgangspunt geen steek houdt. Dan wordt er gezegd dat we nog extra in rekening moeten brengen; de tijd en energie nodig voor zwangerschap, zogen e.d., “de zorg die nodig is om een menselijk wezen groot te brengen”. Met andere woorden: Om te bewijzen dat een bepaalde groep (“vrouwtjes”) het meeste tijd steekt in zorg houden we rekening met wie het meeste tijd steekt in zorg. Euhm, ja, maar hiermee is niets bewezen. De grootste koffiedrinkers zijn inderdaad degene die het meeste koffie drinken. Tijd om nog eens een handboek over wetenschappelijke methodologie te lezen.

Denk eraan, bij dieren is het ook zo, blah fucking blah. Dit anisogamieprincipe dat ik hier op zich besproken en afgebroken heb past in een hele visie over seksuele selectie, het blootleggen van die onzin van het grotere kader is voor een volgend artikel in deze reeks, net als een kijkje naar de pathetische vergelijkingen met andere diersoorten die de evolutionair psychologen en darwinistisch feministen gebruiken om hun nepwetenschap geloofwaardig te maken.

De verborgen macht van mannen

Wat de uitleg van Vandermassen verder nog doet is iets heel fundamenteels: haar uitleg maskeert een sociaal fenomeen, namelijk het systeem van seksisme waaronder wij leven, dat betekent dat mannen meer macht hebben dan vrouwen. En een heleboel gedragingen van mannen en vrouwen zijn daaruit te verklaren.

Ik zet even mijn nieuwe “evo.psy” hoed op en ga losjes evolutionair wezen. Stel je bent een mannetje (laten we het jargon ook aanpassen) en je wilt je voortplanten. Je ontmoet een vrouwje, alles loopt vlot – zij snuffelt graag aan je t-shirt omdat je symmetrische schouders hebt [3], jij denkt dat ze wel een flinke bos eicellen voor de deur heeft, je paart en hop, er komt een kind van. Dan loop je weg, je hebt je werk gedaan en je kan tevreden weglopen in de wetenschap dat het vrouwtje voor je kind zal zorgen.

En nu komt ie… waarom weet je dat? Waarom zegt die vrouw niet: jij klootzak, als jij er niet voor wil zorgen, dan ik ook niet? Waarom weet die man dat die vrouw ervoor gaat zorgen, waarom is het niet de vrouw die na een tijdje de baby aan de man geeft en zegt, ik ben er klaar mee en ga gaan jagen, zorg jij maar voor de kleine? Heeft het iets te maken met macht misschien… of met dure eicellen?

Het anisogamieprincipe maakt deel uit van een groter geheel van gezwets over seksuele selectie. je kan het al raden, die selectie gaat neerkomen op selectieve mooie jonge vrouwen en stoere dominante mannen. Stay tuned, ook daar gaan we eens goed mee lachen in een volgende aflevering. Ik vat alles nog eens kort samen, het besluit i.v.m. het anisogamieprincipe is:

[1] dit citaat staat in het boek van Griet Vandermassen, Darwin voor Dames, p 85 e.v. Het staat ook in een artikel Feminisme en Evolutietheorie.

[2] cirkelredenering, zie o.a. wikipedia’s Begging the question

[3] “Waarom snuffelen vrouwen liever aan een t-shirt van symmetrisch gebouwde mannen dan aan dat van asymmetrische exemplaren?” —Griet Vandermassen, De mens als vlees

Meer lezen

Referenties

Vandermassen, G., Braeckman, J., & Demoor, M., 2004. Feminisme en evolutietheorie. Over gender, wetenschap en ideologie. (dit citaat is tevens terug te vinden in het boek Darwin voor Dames van Vandermassen, p85 e.v.)

Vandermassen, G.,2007. De mens als vlees. http://www.liberales.be/essays/vandermassenvlees