Feminisme is vandaag niet populair. Daarvan getuigen onder andere vele artikels die in kwaliteitskranten verschijnen, zoals het stuk over de rijke pooier in De Morgen (zie ook  een reactie op deze blog) en daarvoor al een artikel in De Standaard over Marike Stellinga, auteur van ‘De mythe van het glazen plafond’. Je vindt dit artikel (helaas) terug op de website van De Standaard.

Stellinga noemt zich vrolijk ‘antifeminist’ en het artikel staat bol van nonsens. Daarbij wordt nog geen halve kritische noot gemaakt. Een mens zou voor minder een lezersbrief schrijven, maar als marginaal en gemarginaliseerd verschijnsel wordt feministische kritiek op kortzichtige bullshit dan weer niet gepubliceerd. (Het is niet de eerste keer dat onze lezersbrieven niet worden gepubliceerd.)

Marike Stellinga is een schoolvoorbeeld van wat de Amerikaanse Ariel Levy een ‘female chauvinist pig’ noemt: een jonge, blanke, succesvolle vrouw die zich met woord en daad tegen het feminisme keert. Feminisme-bashing past perfect in de conservatieve tegenbeweging die al jaren aan de gang is.

Zichzelf als succesvolle vrouw ‘antifeministe’ noemen, getuigt van nul historisch inzicht. Als onze voormoeders hun levens niet hadden opgeofferd voor de feministische strijd, dan zat mevrouw Stellinga nu thuis in de plaats van journaliste en bestseller auteur te zijn, dan had ze nog steeds geen recht op eigen bezit, een eigen bankrekening, het stemhokje en ga maar door. Er is tegenwoordig heel weinig geweten over feminisme en de lange strijd voor gelijkwaardigheid van man en vrouw. We leven in de waan dat de situatie waarin we nu leven – inderdaad hebben vrouwen nooit zoveel geld, macht, legale erkenning en mogelijkheden gehad – automatisch geëvolueerd is uit onze nobele westerse inborst.

Van een blinde vlek gesproken. Gelijke rechten en jobs voor vrouwen zijn er niet vanzelf gekomen: er is écht om gevochten.

Vele rijke blanke carrièrevrouwen leven ook nog eens in de waan dat alle vrouwen hetzelfde zijn als zij, dezelfde kansen hebben als zij: dit is onzin. Sociale klassen met bijhorende perspectieven zijn een vaststaand sociologisch feit. De vrouwen die Stellinga ziet shoppen in het centrum van de stad, zijn niet dezelfde vrouwen die pakweg in de achterbuurten van een stad proberen rond te komen met een deeltijdse baan. Hoeveel van hen zitten op de terrasjes? Hoeveel allochtone vrouwen shoppen er lustig op los? Hoeveel van die vrouwen krijgt de kans om te studeren aan de universiteit zoals Stellinga heeft gedaan?

Ja, je kan je uit je milieu loswrikken en hogerop klimmen, maar daar is veel doorzettingsvermogen en een sterke wil voor nodig, en mensen van ‘betere’ afkomst kunnen de energie die daarvoor nodig is weer in andere dingen steken. Dáárom komen er nog steeds minder vrouwen en mensen van allochtone afkomst in hogere posities terecht, niet omdat “ze minder ambitieus zijn”.

Als je zegt dat je tegen feminisme bent, ontken je dat je op de schouders staat van vrouwen die voor jou hebben gevochten, je ontkent dat je geniet van wat zij hebben verwezenlijkt. Of je weet het gewoon niet, en je gaat lekker mee in de donkere onderstroom van feminismehaat, om je carrière nog een duwtje in de rug te geven.

Het is inderdaad zo dat het vooral vrouwen zijn die een deeltijdse baan hebben. Het is namelijk nog altijd de norm dat wanneer er kinderen komen, het in de eerste plaats de moeder is die kiest voor deeltijds werken. Eeuwenoude overtuigingen over de rol van de vrouw in de opvoeding van de kinderen spelen hier nog steeds een rol. Hoe vaak hoor je vandaag niet nog dooddoeners als “Een moeder heeft toch een andere band met de kinderen, doet het toch beter” De vraag van de kip en het ei zou hier wel eens mogen worden gesteld.

Daarnaast blijkt uit onderzoek dat die deeltijdse jobs over het algemeen slechter betaald zijn en vaak weekendwerk inhouden. Waarom zou je zelfs als niet-ambitieuze vrouw kiezen voor een minder betaalde job? Vanuit één of andere natuurlijke reflex ook, waarschijnlijk? Verder is de ontkenning van de loonkloof van het niveau van plat negationisme.

Stellinga beweert dingen over feministen die totaal onwaar zijn: “Feministen koesteren een wonderlijke minachting voor vrouwen. Ze beweren te vechten voor hun vrijheid, maar ze gunnen de vrouwen niet de vrijheid om hun leven in te richten zoals ze het zelf willen. Het feminisme is heel erg tegen de man en tegen het moederschap. Vrouwen moéten carrière maken. Vrouwen die graag moederen moeten volgens feministen bevrijd worden uit hun onderdrukte positie.” Feministen hebben altijd hun leven op een zéér eigen wijze ingericht, want ze gingen altijd tegen de gevestigde orde in en dat is vandaag nog steeds zo. Vele feministen hebben zelf kinderen gehad, de pil bestond nog niet in de tijd van de suffragettes en feministen zijn geen griezels die per definitie zelf geen kinderwens hebben. Ik ken geen enkele feministe die stelt dat vrouwen moéten carrière maken, en de aantijging dat we minachting voor vrouwen koesteren, slaat werkelijk alles.

Het is stuitend om van een totaal gedepolitiseerd persoon onware en agressieve uitspraken te horen over ‘de feministen’. Heeft Stellinga eigenlijk ooit al een tekst of een boek van een feminist gelezen? Het was blijkbaar niet nodig om een klein beetje op de hoogte te zijn van een wereldwijde beweging die de voorwaarden voor Stellinga’s eigen succes in de maatschappij heeft gecreëerd. Ze permitteert het zich blindelings om de beweging af te kraken en daarmee de werkelijkheid van miljoenen vrouwen wereldwijd, maar evengoed in Nederland en België, vrolijk van tafel te schuiven. Het is te dom voor woorden.

Advertenties