transgenderJuli 2009. 45° Celsius in de schaduw op een quasi-verlaten keienstrand ergens in Griekenland. Te warm voor een badpak. De bikini die al jaren in mijn kast ligt en die ik voor de zekerheid heb meegenomen, hangt voor het eerst aan mijn lijf. Ik vraag mijn vriendin een paar foto’s van me te nemen, want ik kan me werkelijk niets voorstellen bij de combinatie bikini-en-ik.

Het kledingstuk is in de loop van de tijden enorm vervlochten geraakt met een hyper-vrouwelijke en wat mij betreft fake seksualiteit.

Thuis bekijk ik de foto’s op mijn computerscherm. Ik krijg er rillingen van en een knoop in mijn maag. “Dit klopt niet, dit beeld is fout,” klinkt in mijn hoofd. Het gevoel is vergelijkbaar met het ongemak dat ik voelde toen ik de twee lapjes stof droeg. Ik sus mezelf dat het maar om een kledingstuk gaat en dat ik het voorlopig nooit meer hoef te dragen.

Ik wil een zwembroek dragen en verder niets. Geen lapje textiel dat mijn kleine borsten bedekt en geen broekje dat achteraan in mijn reet kruipt. Ik wil een boxershort, niet te groot en met een touwtje of een goede elastiek zodat hij niet afzakt.

’Mijn lichaam is van mij en ik doe ermee wat ik ermee wil doen’ is één van mijn persoonlijke mantra’s. Toch is het in de praktijk brengen van die stelling geen evidentie. Bijvoorbeeld door de willekeurige sociale regel die me voorschrijft mijn borsten te bedekken, wat meteen onderstreept dat ik zogezegd een vrouw ben.

Afgelopen week was ik op een kamp met veel leuke mensen. De laatste dag braken we de tenten en het sanitair af en maakten we het terrein schoon, in een gloeiende augustushitte. Een aantal mensen liep zonder T-shirt rond en zoals vaak voordien kreeg ik zin om ook zo rond te lopen. Even twijfelde ik nog, want leuke mensen of niet, dit is een opvallend breken van een regel die staat als een huis. Na mijn wens aan enkele vrienden kenbaar gemaakt te hebben en met hun steun, trok ik mijn shirt uit en heb ik zo verdergewerkt. Heerlijk fris en vrij was dat! Ik probeerde de blikken van het veertigtal mensen te vermijden, maar ving wel geproest op. Iemand kwam me vertellen dat het stoer was. Iemand anders waarmee ik die week nog geen woord had gewisseld, kwam afscheid nemen met een zoen en keek me daarbij verdacht laag aan.

Volgens mij is het niet grappiger of stoerder om zo rond te lopen dan wanneer iemand zonder borsten (of met minder borsten) dat doet. Het is doodgewoon. Ik wil niet dat er zo’n groot verschil wordt gemaakt tussen mij en mijn (even genderqueer) vriend-in Dimitri, alleen maar omdat mijn borstweefsel meer gezwollen is.

Ik voel absoluut geen afkeer voor mijn lichaam. Ik voel me gewoon meer een jongen dan een vrouw met dit fantastische lijf. Of iemand tussen man en vrouw in. Of iemand die van de hele tweedeling niets begrijpt (behalve de medisch relevante zaken), iemand die die binariteit radicaal gerelativeerd zou willen zien.

Ik vind ook dat alle mensen met borsten het recht hebben om met bloot bovenlijf rond te lopen zonder daarvoor aangekeken te worden. Wat denkt de goegemeente en de politie misschien? Dat er kogels uit onze borsten zullen schieten? Dat mannen een onweerstaanbare drang zullen krijgen ze aan te raken? Dat er melk uit zal spuiten en dat bosjes kinderen zullen komen aanrennen? Wat zijn de gevaren precies van ontblote borsten?

Eén ding weet ik wel zeker: de overseksualisering van borsten hoeft helemaal niet. Ondanks bikini-babes, badpakkenspecials en MTV-clips vol lillende lichaamsdelen die ons constant wijzen op het seksuele van borsten, is echte seksualiteit alleen te vinden in momenten met onze partner(s) en in onze geest. De rest is verkrampte commercie. Ik ben het al lang beu daar in te tuinen.

Bovendien hebben borsten nog een belangrijke functie die niets te maken heeft met seks: het voeden van je kind. Het feit dat moeders hun borst bedekken als ze in het openbaar hun kind voeden en/of commentaar krijgen, wijst op een verborgen preutsheid en hyperseksualisering in onze samenleving.

Als ik in ontbloot bovenlijf rondloop, dan loop ik niet ’in monokini’ en ik toon mijn borsten daarmee niet. Ik doe gewoon wat anderen ook doen, omdat het warm is. Als u me tegenkomt, doe dan ook doodgewoon. Ze zullen niet bijten en ik reken erop dat u me niet aanrandt.

Advertisements